Zandbijen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zandbijen
Een zandbij met volle 'stuifmeelmanden' op een akkergoudsbloem
Een zandbij met volle 'stuifmeelmanden' op een akkergoudsbloem
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Insecta (Insecten)
Orde: Hymenoptera (Vliesvleugeligen)
Onderorde: Apocrita
Familie: Andrenidae
Geslacht
Andrena
Fabricius, 1775
een bijna onzichtbare vrouwelijke kameleonspin vangt een zandbij
een bijna onzichtbare vrouwelijke kameleonspin vangt een zandbij
Afbeeldingen Zandbijen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Zandbijen op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

De zandbijen (Andrena) vormen een geslacht uit de familie van de Andrenidae. Wereldwijd behoren meer dan 1300 soorten tot dit geslacht. Deze soorten komen met name voor in de noordelijke werelddelen, maar kunnen buiten Oceanië en Zuid-Amerika overal ter wereld worden gevonden. In Nederland en België komen meer dan 70 soorten zandbijen voor.

Op grond van zijn grote soortenaantal (het is een van de grootste bijengeslachten) wordt het geslacht Andrena onderverdeeld in ongeveer 100 ondergeslachten, maar er is ook een heel aantal soorten waarvan onbekend is tot welk ondergeslacht ze behoren. De meeste soorten leven in droge en warme biotopen. Als nestelplaats gebruiken ze vaak open zandige bodems (vandaar de naam) in de buurt van of onder struiken, waar ze beter zijn beschermd tegen hitte en vorst.

Meestal bouwt en verzorgt het vrouwtje het nest alleen. Veel soorten bouwen daarbij zogeheten nestaggregaties, waarbij veel nesten van dezelfde soort nabij elkaar worden gebouwd, maar de individuele nesten worden slechts zelden door meerdere vrouwtjes gezamenlijk gebruikt.

De soorten zijn vaak bruin tot zwart van kleur met witachtige haarbanden over de buik. Andere kleuren zijn ook mogelijk, waarbij roodachtige kleuren het meest voorkomen, maar ook metaalachtig blauw of groen.

De lichaamslengte varieert meestal tussen de 8 en 17 millimeter, waarbij mannetjes wat kleiner en slanker zijn dan vrouwtjes, die vaak een zwarte driehoek (het zogeheten "pygidiale vlak") hebben aan de rand van de buik. In gematigde gebieden komen zandbijen na de winter bij temperaturen tussen de 20°C tot 30°C uit hun ondergrondse cellen, waar hun poppen overwinterden. Ze paren dan en de vrouwtjes zoeken vervolgens een plek waar ze hun nest kunnen bouwen. In hun nest maken ze kleine cellen, waar een bal stuifmeel gemengd met nectar in wordt gelegd. Op die bal wordt een ei gelegd, waarna de cel wordt afgedicht.

De vrouwtjes kunnen makkelijk worden onderscheiden van de meeste andere kleine bijen omdat ze brede fluwelen vlakken hebben tussen de samengestelde ogen en de bases van de antennes. Ze hebben ook vaak erg lange haren op de trochanters (verdikkingen) van de achterpoot. De meeste soorten hebben ook een goed ontwikkelde corbicula of stuifmeelkorf aan de achterpoot. Deze wordt gevormd door een buitengrens van haren en bevat al dan niet daarbinnen ook haren.

Soortenlijst Europa

Externe link[bewerken]