Vliesvleugeligen
| Vliesvleugeligen | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Rosse metselbij (paring) |
|||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||
|
|||||||||||
| Orde | |||||||||||
| Hymenoptera Linnaeus, 1758 |
|||||||||||
| Vliesvleugeligen op |
|||||||||||
|
|||||||||||
De vliesvleugeligen (Hymenoptera) zijn een orde van insecten die vertegenwoordigd wordt door een breed scala aan verschillende vormen. Wat betreft lichaamsbouw verschillen de vliesvleugeligen niet veel, maar wat betreft levenswijze zijn de insecten een zeer diverse en soms sterk ontwikkelde groep. Bekende groepen van vliesvleugeligen zijn onder andere de mieren, de hommels en de wespen.
De vliesvleugeligen zijn echter een complexe orde, zo zijn de mieren ontstaan uit gravende wespen. Andere 'mieren', zoals de fluweelmieren (families Methochidae, Mutillidae) kunnen beschouwd worden als vleugelloze wespen, ze worden ook wel mierwespen genoemd. Ook de bij-achtigen zijn uit wespen ontstaan, ze zijn sterk verwant aan de graafwespen. Uit de bijen hebben zich de hommels ontwikkeld.
De Hymenoptera zijn als groep wellicht niet zo bekend, maar de verschillende vertegenwoordigers van de vliesvleugeligen spelen in het dagelijks leven een grote rol als onmisbare bestuivers van bloemen (bijen en hommels), verdelgers van plaaginsecten (oa papierwespen en sluipwespen) en opruimers van afval in de natuur (mieren).
De schattingen van het aantal ertoe behorende soorten liggen in de orde van grootte van 300.000 wereldwijd, waarvan er echter nog maar ongeveer 100.000 beschreven zijn. In Europa leven ongeveer 11.000 soorten, het aantal in Nederland voorkomende vliesvleugeligen wordt geschat op 8500; ook dit aantal zal nog aanmerkelijk toenemen. Ter vergelijking: het aantal uit Nederland bekende keversoorten bedraagt 3900. In Europa omvat de orde 68 families waarvan er 63 in Nederland zijn aangetroffen.
Inhoud |
[bewerken] Bouw
Het lichaam van een vliesvleugelige bestaat zoals alle insecten uit drie delen: kop, borststuk en achterlijf. Zowel het borststuk als de kop zijn als bij alle insecten ook weer opgebouwd uit drie delen maar dit is moeilijk te zien, het achterlijf is duidelijk gesegmenteerd, als deze niet wordt bedekt door de vleugels. Vrijwel alle vliesvleugeligen hebben vleugels, ook mieren hebben vleugels maar vaak alleen de mannetjes die slechts enkele weken per jaar te vinden zijn. Sommige vliesvleugeligen zijn sterk seksueel dimorf; het mannetje verschilt sterk van het vrouwtje, waarbij de vleugels soms zijn gereduceerd of geheel ontbreken.
De kop is relatief groot en goed te onderscheiden van de rest van het lichaam. De facetogen zijn vaak langwerpig en zijn meer aan de zijkanten geplaatst. In tegenstelling tot veel tweevleugeligen raken de ogen elkaar niet. Op de bovenzijde van de kop zijn drie ocelli aanwezig, zeer kleine oog-achtige structuren die veel minder gevoelig zijn dan de uit vele kleine lensjes opgebouwde facetogen. Vliesvleugeligen kunnen geen rode kleuren waarnemen, maar wel het voor de mens onzichtbare ultraviolet licht
De voelsprieten zijn relatief lang in vergelijking met veel andere insecten als vliegen en muggen, en zijn elleboog-achtig geknikt. De antennes bestaan altijd uit een scapus, een stijf, onbeweegbaar deel dat de basis vormt van de antenne. Aan het einde hiervan is de pedicel aanwezig, het kleine aanhechtingspunt van het flagellum, dit is het uiteinde van de antenne dat bestaat uit duidelijke segmenten, en bevat de zintuigencellen.
Hymenoptera betekent letterlijk vlies ('hymen) vleugel (pteron), en slaat op de relatief grote en vliezige vleugels. De vliesvleugeligen hebben altijd twee paar vleugels; de voorvleugels zijn altijd groter dan de achtervleugels. In vergelijking met andere insecten bestaan de vleugels uit relatief weinig cellen.
Vliesvleugeligen kunnen soms verward worden met insecten uit andere orden, zoals de tweevleugeligen (vliegen en muggen of Diptera) en sommige vlinders (Lepidoptera) of kevers (Coleoptera) die lijken op vliesvleugeligen. Voorbeelden zijn respectievelijk de zweefvliegen, veel wespvlinders en de wespenboktorren. Deze insecten lijken op angeldragende wespensoorten zodat hun vijanden worden verward en ze met rust gelaten worden (mimicry).
[bewerken] Levenswijze
Vliesvleugeligen zijn een zeer vormenrijke groep met uiteenlopende levenswijzen. Over het algemeen hangt de indeling van de verschillende groepen hiermee samen, maar dit gaat niet altijd op. Plantenwespen (onderorde Symphyta) leven als larve vaak solitair van plantaardig materiaal. Larven van veel kolonievormende wespen leven van door de wespen verzamelde insecten. Sluipwespen zetten de eitjes af in een nog levende prooi als voedsel voor de larven, zoals rupsen, bladluizen of kevers. Het meest tot de verbeelding spreken de spinnendoders, een groep van wespen die actief jaagt op spinnen die vaak groter zijn dan de wesp zelf.
Een van de meest kenmerkende eigenschappen van de Hymenoptera is de zorg voor het nageslacht (broedzorg); vrijwel alle soorten leggen een voedselvoorraad aan voor de jongen of brengen deze groot in een kolonie. Er zijn verschillende soorten van zorg voor het nageslacht; sommige soorten leggen alleen een ei in een geschikt soort blad, andere soorten slepen een voedselvoorraad naar een afgeschermde cel en zetten hier de eitjes af. Kolonie-vormende soorten voeren de jongen en verdedigen ze tegen gevaar. Er zijn ook 'koekoeksoorten'; zoals bepaalde hommels en bijen die zelf geen nest maken maar de eitjes afzetten bij de eitjes van een andere soort. Hierdoor hoeven ze geen voedsel voor de larve te verzamelen; deze eet eerst de eitjes van de 'gastheer' op en doet zich daarna tegoed aan de door de gastouders aangelegde voedselvoorraad.
Een ander trekje van de vliesvleugeligen, dat bij andere insecten overigens ook voorkomt, is parthenogenese, of ongeslachtelijke voortplanting. Bij sommige groepen, zoals de sluipwespen, zijn mannelijke exemplaren zeldzaam of ontbreken zelfs volledig. Dit heeft als voordeel dat de dieren zich volledig kunnen richten op het nageslacht, en niet hoeven zoeken naar een geschikte partner.
[bewerken] Taxonomie
De indeling van de Hymenoptera is al vaak veranderd en zal ook in de toekomst nog gewijzigd worden. Een van de belangrijkste redenen zijn de parafyletische trekjes van de vliesvleugeligen. Er zijn tegenwoordig twee onderordes, de relatief kleine en onbekende Symphyta, de blad- of plantenwespen. De andere groep is de Apocrita, waar alle andere soorten onder vallen.
Orde Hymenoptera
- Onderorde Apocrita
- Superfamilie Apoidea (Bijen, hommels en graafwespen)
- Superfamilie Bethyloidea (Goudwespachtigen)
- Superfamilie Ceraphronoidea
- Superfamilie Chalcidoidea (Bronswespen)
- Superfamilie Cynipoidea (Galwespen)
- Superfamilie Evanioidea
- Superfamilie Ichneumonoidea (Sluipwespen)
- Superfamilie Pelecinoidea
- Superfamilie Proctotrupoidea
- Superfamilie Scolioidea (Mieren, parasitaire wespen)
- Superfamilie Sphecoidea
- Superfamilie Vespoidea (oa Papierwespen)
- Onderorde Symphyta (oa Zaagwespen)
- Superfamilie Cephoidea (Halmwespenachtigen)
- Superfamilie Megalodontoidea ((Primitieve) zaagwespen)
- Superfamilie Siricoidea (Houtwespen)
- Superfamilie Tenthredinoidea (Zaagwespen)
[bewerken] Galerij
-
Zweefvlieg (geen wesp)
[bewerken] Verder lezen
- In 2004 is het standaardwerk (deel 6) in de serie Nederlandse Fauna verschenen met de titel: De wespen en Mieren van Nederland (hymenoptera/aculeata) Uitgegeven door KNNV, Naturalis en EIS Nederland.
- Een goede veldgids is Chinery, M., 1986. Nieuwe insektengids. Baarn, Tirion.
- Goede tabellen tot de families zijn te vinden in Familietabel van de Hymenoptera in Noordwest-Europa. Achterberg, C. van, 1982. Wetenschappelijke Mededeling van de K.N.N.V. 152. Hoogwoud, K.N.N.V.
- Burggraaf - Van Nierop, Y.D., C. van Achterberg (1990) De Cephidae en Argidae van Nederland (Hymenoptera) Zoologische Bijdragen Vol. 3 p. 3-66 PDF
[bewerken] Externe link
| Zie de categorie Hymenoptera van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |