Zeven werken van barmhartigheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Zeven werken van Barmhartigheid)
Ga naar: navigatie, zoeken
De zeven werken van barmhartigheid door Caravaggio.

De zeven werken van barmhartigheid zijn :

  1. De hongerigen spijzen
  2. De dorstigen laven
  3. De naakten kleden
  4. De vreemdelingen herbergen
  5. De zieken verzorgen
  6. De gevangenen bezoeken
  7. De doden begraven

Zes van deze werken zijn gebaseerd op de woorden van Christus volgens het Evangelie volgens Matteüs: Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven, Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen. Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed, Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht, Ik zat in de gevangenis en gij zijt tot Mij gekomen. (Matteus 25, 35-36). Paus Innocentius III (1198-1216) voegde daar in het jaar 1207 een zevende werk aan toe. Het werk dat hij toevoegde was 'de doden begraven'. Het is ontleend aan het Bijbelboek Tobit, waarin naast twee bekende, ook door Christus genoemde werken van barmhartigheid, speciaal de zorg voor de overledenen wordt benadrukt: Ik gaf brood aan de hongerigen en kleren aan de naakten; als ik het lijk van een volksgenoot buiten de muren van Nineve zag liggen, dan begroef ik het. (Tobit 1,17). In de door epidemieën geteisterde middeleeuwen had het moeilijke en gevaarlijke werk van 'doden begraven' immers een bijzondere waarde.

Zeven geestelijke werken van barmhartigheid[bewerken]

Naast de zeven lichamelijke werken van barmhartigheid werden in de middeleeuwen zeven geestelijke werken van barmhartigheid uitgewerkt: het zijn werken gericht op het lenigen van geestelijke nood.

De zeven geestelijke werken van barmhartigheid zijn:

  1. De zondaars vermanen
  2. De onwetenden onderrichten
  3. Voor de levenden en overledenen bidden
  4. In moeilijkheden goede raad geven
  5. De bedroefden troosten
  6. Het onrecht geduldig lijden
  7. Beledigingen vergeven

De zeven werken in de kunst[bewerken]

De zeven werken van barmhartigheid zijn tot op de dag van vandaag een bron van inspiratie geweest in tal van kunstwerken en literatuur.

Huis aan de kraanlei in Gent[bewerken]

Zo staat in Gent langs de Kraanlei het huis De zeven werken van barmhartigheid (nr. 79). Toch staan er slechts zes werken uitgebeeld op de voorgevel: Vaak wordt er verteld dat, aangezien dit oorspronkelijk een herberg was, het vierde werk (de vreemdelingen herbergen) in het gebouw zelf gebeurde. In werkelijkheid werd 'de doden begraven' niet afgebeeld (zie detailopnames).

Het huis De zeven werken van barmhartigheid, Kraanlei te Gent

1.De hongerigen spijzen 2.De dorstigen laven 3.De naakten kleden 4.De vreemdelingen herbergen 5.De zieken bezoeken 6.De gevangenen bezoeken

Schilderij van Meester van Alkmaar[bewerken]

In het Rijksmuseum in Amsterdam hangen zeven panelen van de Meester van Alkmaar. Ze werden in 1504 in opdracht van de gasthuismeesters van het Heilige Geestgasthuis geschilderd. Van 1504 tot 1916 hingen de panelen in de Grote of St. Laurenskerk in Alkmaar. In 1916 werden ze aangekocht door het Rijksmuseum.

De zeven werken van barmhartigheid - Meester van Alkmaar in het Rijksmuseum te Amsterdam

In Suske en Wiske[bewerken]

Ook in het Suske en Wiske-verhaal De zeven snaren spelen de zeven werken van barmhartigheid een rol. Hier wordt niet gesproken van de gevangenen bezoeken, maar van de gevangenen verlossen. In het verhaal wil Antanneke de Harp met Zeven Snaren vernietigen als wraak voor de heksenvervolging in de zestiende eeuw, zodat de zeven werken van barmhartigheid niet meer kunnen worden beoefend. Het verdraaien van dit ene werk zorgt ervoor dat Lambik Antanneke bevrijdt wanneer ze gevangengezet is in een glazen fles, de vrienden zetten de achtervolging in om te voorkomen dat ze de Harp met de Zeven Snaren vernietigt en zo veel leed over de mensheid kan uitstorten.

Bibliografie[bewerken]

  • Ralf van Bühren: Die Werke der Barmherzigkeit in der Kunst des 12.–18. Jahrhunderts. Zum Wandel eines Bildmotivs vor dem Hintergrund neuzeitlicher Rhetorikrezeption (Studien zur Kunstgeschichte, vol. 115), Hildesheim / Zürich / New York: Verlag Georg Olms 1998. ISBN 3-487-10319-2

Externe link[bewerken]