Zout water

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Zout water is een oplossing van zouten in water. Meestal wordt hieronder een fysiologische zoutoplossing van 0,9% onder verstaan, maar in de Angelsaksische wereld wordt er een zoutgehalte van meer dan 1,8% mee bedoeld. Hiertoe worden bijvoorbeeld zeewater, het water van zoutmeren (en zoutpannen) of pekel gerekend. Water met een lager zoutgehalte (bijvoorbeeld bij de uitmonding van rivieren in de zee) wordt in aflopende volgorde van zoutgehalte zilt water of brakwater genoemd. Water met een zoutgehalte van minder dan 0,1% wordt zoet water genoemd. Op de Aarde heeft het zeewater van de oceanen het hoogste zoutgehalte en tegelijkertijd ook de grootste wateromvang. Het gemiddelde zoutgehalte van de zeeën ligt rond 3,5%. De hoogste zoutconcentratie bevindt zich echter in het water van het Don Juanmeer in Antarctica.

Een verzadigde zoutoplossing heeft een bevriezingspunt van -21°C, een kookpunt van 108°C en bevat 356 g NaCl per liter bij een temperatuur van 0°C (359 g/l bij 25°C). Zout water heeft een lagere soortelijke warmtecapaciteit dan zoet water, maar een elektrische geleidbaarheid die enkele ordes van grootte hoger ligt dan die van zoet water.