Zwarthalskraanvogel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zwarthalskraanvogel
IUCN-status: Kwetsbaar[1] (2012)
zwarthalskraanvogel in de Bronx Zoo
zwarthalskraanvogel in de Bronx Zoo
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Gruiformes (Kraanvogelachtigen)
Familie: Gruidae (Kraanvogels)
Geslacht: Grus
Soort
Grus nigricollis
Przewalski, 1876
GrusNigricollisMap.svg
Afbeeldingen Zwarthalskraanvogel op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Zwarthalskraanvogel op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De zwarthalskraanvogel (Grus nigricollis) is een vogel uit de familie van de kraanvogels (Gruidae). De soort leeft op het Tibetaans Hoogland. Het is de laatste kraanvogel die wetenschappelijk beschreven werd (1876).

Kenmerken[bewerken]

De zwarthalskraanvogel is een grote grijswitte vogel met een lengte van circa 139 cm. De kop en het bovenste deel van de nek zijn zwart, met uitzondering van een rode plek bovenop de kop en een witte vlek aan de achterkant van de ogen. De staart is ook zwart.

Verspreiding[bewerken]

De zwarthalskraanvogel broedt op het Tibetaans Hoogland en in Ladakh, een regio in Noord-India. De soort overwintert op een klein aantal plaatsen in China, Bhutan, en Arunachal Pradesh in India. De totale populatie wordt geschat op 8.800 volwassen exemplaren.

Gedrag[bewerken]

De habitat van de zwarthalskraanvogel bestaat in het broedseizoen uit hooggelegen drasland. Tijdens het overwinteren zoeken de vogels lager gelegen rivierdalen op met graanvelden in de buurt. De soort voedt zich voornamelijk met wortels en knollen, granen en kleine dieren zoals insecten en kikkers. Er wordt veel tijd aan foerageren besteed, zo'n 75% van de dag, waarbij vaak grote afstanden worden afgelegd.

Voortplanting[bewerken]

Zoals alle soorten binnen zijn familie heeft de zwarthalskraanvogel een uitgebreide balts. De nesten worden gemaakt op een eilandje van modder in ondiep water. Ze bestaan soms uit gras, riet en onkruid, maar andere keren worden de eieren direct op de grond gelegd. Het legsel bestaat uit één tot twee eieren, die door beide ouders in 30 tot 33 dagen worden uitgebroed. Ook nadat de jongen na zo'n 90 dagen kunnen vliegen, blijft de familie nog lange tijd bij elkaar en zoekt gezamenlijk naar voedsel.

Afbeeldingen[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties