Naar inhoud springen

Éamon de Valera

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Éamon de Valera
Éamon de Valera
Éamon de Valera
Geboren 14 oktober 1882
New York
Overleden 29 augustus 1975
Dublin
Politieke partij Fianna Fáil
Partner Sinéad Bean[1] de Valera
Religie rooms-katholiek
Handtekening Handtekening
3e president van Ierland
Aangetreden 25 juni 1959
Einde termijn 24 juni 1973
Voorganger Seán T. O'Kelly
Opvolger Erskine H. Childers
1e premier van Ierland
Aangetreden 29 december 1937
Einde termijn 18 februari 1948
Voorganger geen voorganger; nieuwe functie
Opvolger John A. Costello
Aangetreden 2 juni 1951
Einde termijn 23 juni 1954
Voorganger John A. Costello
Opvolger John A. Costello
Aangetreden 20 maart 1957
Einde termijn 23 juni 1959
Voorganger John A. Costello
Opvolger Seán Lemass
President van de Uitvoerende raad
Aangetreden 9 maart 1932
Einde termijn 29 december 1937
Voorganger W.T. Cosgrave
Opvolger functie opgeheven en vervangen door functie van premier
President van de Republiek Ierland[2]
Aangetreden 26 augustus 1921
Einde termijn 9 januari 1922
Voorganger geen voorganger; nieuwe functie
Opvolger Arthur Griffith
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Éamon de Valera (Iers: Éamonn de Bhailéara[3]), geboren als Edward George de Valera (New York, 14 oktober 1882Dublin, 29 augustus 1975), was een aanvoerder van de Ierse strijd voor onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk aan het begin van de 20e eeuw, en hij was partijleider van de republikeinse oppositie in de hieruit voortvloeiende Ierse Burgeroorlog.

Hij was daarna drie keer de president van de Executive Council van de Ierse Vrijstaat (de originele naam voor premier), en was de eerste taoiseach (de naam voor premier na 1937). Hij eindigde zijn politieke carrière als president van Ierland (1959-1973). De Valera is ook voorzitter van de Volkenbond geweest, van 1938 tot 1939.

De Valera werd in New York geboren uit een Ierse moeder, Kate Coll. Hij heeft zelf aangegeven dat zij getrouwd was met Juan Vivion de Valera in 1881, maar ondanks veel onderzoek is daar geen bewijs voor gevonden. Zijn moeder nam hem mee naar Ierland toen hij twee jaar was, ze trouwde daar een paar jaar later. Éamon groeide op bij familie in Limerick en toen hij oud genoeg was ging hij naar de kostschool, Blackrock College in Dublin.

De Valera was een intelligente jongeman die in 1904 afstudeerde in de wiskunde. Hij was actief spreker van het Iers-Gaelisch, was lid van de Gaelic League en trouwde zijn lerares Iers, Sinéad Flanagan. Hij werd in 1913 bij de oprichting lid van de nationalistische Irish Volunteers.

De Valera was de aanvoerder van een groep vrijwilligers van de Dublinse afdeling van de Irish Volunteers tijdens de Paasopstand in april 1916. Nadat de opstand met harde hand was neergeslagen werd hij door de Britse autoriteiten ter dood veroordeeld, maar die straf werd omgezet in levenslange opsluiting. De reden hiervoor was tweeledig: ten eerste was hij ergens anders vastgezet dan de andere leiders zoals Pádraig Pearse en James Connolly. Had hij bij hen in hetzelfde gebouw gezeten dan was hij waarschijnlijk tegelijk met hen geëxecuteerd. De tweede reden was dat hij mogelijk een Amerikaans paspoort had - hij was immers daar geboren. Men wilde de Verenigde Staten niet bij het conflict betrekken door een van hun staatsburgers om het leven te brengen. Tegen de tijd dat hierover besloten was waren negatieve reacties van het publiek reden om de executies stop te zetten. Dit redde het leven van De Valera.

De Valera werd in 1917 bij een amnestie vrijgelaten en vervolgens gekozen tot lid van het Britse Lagerhuis voor Oost-Clare, alsook tot aanvoerder van Sinn Féin, de kleine republikeinse partij die onterecht door de Britten werd gezien als de aanstichter van de Paasopstand.

Voorzitter van de Dáil Éireann

[bewerken | brontekst bewerken]

Sinn Féin won de verkiezingen van 1918 met een grote meerderheid. Er was echter controversie met verdenkingen van fraude en de intimidatie van niet-Sinn Féin kandidaten. De verkozen leden van het Britse parlement, MPs, kwamen samen in Mansion House in Dublin, en vormden een Iers parlement, de Dáil Éireann. De leiding lag in de handen van de president van de Dáil (Priomh Aire), Cathal Brugha. De Valera werd opnieuw gearresteerd in 1918, en werd vastgezet. Hij ontsnapte de Lincoln Gaol in februari 1919, en nam zijn plaats in in het Ierse parlement - hij nam de rol van voorzitter van de Dáil over van Cathal Brugha in april van dat jaar.

Het conflict tussen de Britse overheid en de Dáil (die illegaal werd verklaard in september 1919) escaleerde naar gewapend verzet. De Valera ging naar Amerika om financiële steun bij elkaar te sprokkelen voor deze Ierse revolutie, en liet zijn politieke verantwoordelijkheden achter bij Michael Collins, zijn 29-jarige minister van Financiën.

Toen hij in 1921 terugkwam naar een land in oorlog liet hij de Dáil Éireann de grondwet uit 1919 aanpassen zodat zijn rol als kabinetsleider werd omgezet naar de rol van president van de republiek. Hij zag zichzelf als het Ierse equivalent van koning George V van Groot-Brittannië, en gaf aan dat als het staatshoofd van het Verenigd Koninkrijk niet bij de vredesbesprekingen aanwezig was, dat hij dan ook niet aanwezig hoefde te zijn. Tijdens deze besprekingen tussen oktober-december 1921 werd besloten dat 26 van de Ierse graafschappen zelfstandig zouden worden als de Ierse Vrijstaat, terwijl de resterende 6 in het noorden van het eiland onder Brits gezag zouden blijven vallen als het hoofdzakelijk protestantse Noord-Ierland. Dit document staat bekend als the Treaty.

Vredesovereenkomst

[bewerken | brontekst bewerken]

De delegatie die de Republiek vertegenwoordigden tijdens de besprekingen was goedgekeurd door president De Valera en zijn kabinet. Toen zij echter de overeenkomst ondertekend hadden was deze controversieel omdat deze de Republiek (die door geen enkel land werd erkend) omzette naar een kolonie van de Britse Commonwealth, waarbij een Gouverneur-Generaal de taak van de koning zou waarnemen. De Valera vond deze overeenkomst maar niets, zijn tegenstanders zeiden dat hij wist dat dit de uitkomst van de besprekingen zou zijn, en dat dat de reden was dat hij niet bij de besprekingen wilde zijn. De Valera en een minderheid van zijn supporters in Sinn Féin verlieten de Dáil Éireann en poogden een republiek op te zetten met een eigen kabinet en hemzelf als de president. Griffith werd gekozen als voorzitter van de Dáil Éireann, en daarnaast werd er een administratie opgezet onder de Britse kroon onder Michael Collins.

De spanningen tussen de nieuwe Ierse overheid, gesteund door de meerderheid van de Dáil en de kiezers, en de anti-Treatyites aanhangers onder leiding van de Valera mondden uit in de Ierse Burgeroorlog (juni 1922). De republikeinen van Valera delfden het onderspit, hij verloor veel aan invloed en bracht hij een deel van de tijd door in de gevangenis. Het was het dieptepunt in zijn carrière.

De Valera's graf

Zoals voor vele Ieren, was het rooms-katholieke geloof voor De Valera zeer belangrijk. Hij stond bekend als een vrome katholiek. Waarschijnlijk niet het minst vanwege zijn inspanningen opende de eerste Ierse grondwet met een eerbetoon aan God: "In the Name of the Most Holy Trinity..."'. In zijn geloofsleven was De Valera een vroom man die zich door het trouw bijwonen van de heilige mis onderscheidde van meer liberale politici.

Zie de categorie Éamon de Valera van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.