Aardgasbaten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Aardgasbaten zijn de baten (opbrengsten) die een staat verdient aan de winning van aardgas.

Baten[bewerken]

Voor Nederland is met name het aardgasveld van Slochteren lucratief gebleken. Sinds de ontdekking van dat aardgasveld rond 1960 en het 50-jarig jubileum van het veld heeft de schatkist van het rijk ruim 211 miljard euro aan aardgasbaten binnengekregen.[1] Dat is iets minder dan 80% van de totale aardgasbaten van het rijk.[2]

De baten hadden hoger kunnen zijn als Nederland niet het aardgas voor een relatief lage prijs had verkocht aan andere landen. Tijdens de Koude Oorlog verkocht Nederland, onder druk van de NAVO, gas aan Italië voor een prijs die ver beneden de marktprijs lag, omdat Italië anders gas uit de Sovjet-Unie zou importeren.[3]

De jaarlijkse inkomsten uit de winning van aardgas fluctueert sterk vanwege de schommelende gasprijs en de hoeveelheid gas dat wordt gewonnen. De winning van aardgas bereikte on 1977 een hoogtepunt van 98 miljard m3 en sinds 1980 ligt de gemiddelde winning van aardgas op 77 miljard m3. Nederland profiteerde sterk van de eerste oliecrisis eind 1973. De olieprijzen verviervoudigden en de prijs van het Nederlandse aardgas was hieraan gekoppeld. De baten stegen van 0,8 miljard euro in 1973 tot 8,7 miljard euro in 1980.[4] In de jaren 90 leverde het Nederlands aardgas de overheid slechts zo'n 2 tot 4 miljard euro per jaar op, terwijl de aardgasbaten vanaf 2008 meer dan 10 miljard euro bedroegen.

Deze aardgasbaten worden gevormd door:

De opbrengsten van de aardgasbaten worden in de miljoenennota onder het kopje niet-belastingmiddelen opgenomen.

In de tabel staan de aardgasbaten vanaf 2005. De zeer hoge olieprijs in 2012 en 2013 heeft geleid tot een forse stijging van de baten tot ongeveer 15 miljard euro. In de periode 2005 tot en met 2014 maakten de aardgasbaten gemiddeld ruim 4 procent van de totale inkomsten van de overheid uit. Door de sterk gedaalde olieprijs vanaf begin 2015 en de afnemende productie uit het Groningergasveld zullen de aardgasbaten in 2015 verder afnemen.[5]

in miljoenen euro
Jaar[6] Dividenden Inkomen uit grond
en minerale reserves
Vennootschaps-
belasting
Totaal
2005 1701 4078 1800 7579
2006 2402 5028 2180 9610
2007 2371 5579 1812 9762
2008 3275 9341 2455 15071
2009 2215 6501 1682 10398
2010 2080 7075 1515 10670
2011 2136 8232 1573 11941
2012 2365 10400 1821 14586
2013 2331 11162 1780 15273
2014 1620 7363 1277 10260

Besteding[bewerken]

In de periode 1959 tot 2009 is 85 procent van de aardgasbaten gebruikt voor sociale uitkeringen, rente op staatsschuld en uitgaven voor zorg, onderwijs en bestuur.[4] Ruim 52 miljard euro, of bijna een kwart van de totale baten, is besteed aan de sociale zekerheid. Op de tweede plaats komen openbaar bestuur en veiligheid. Slechts 15 procent van de gasinkomsten, zo'n 30 miljard euro is gebruikt voor investeringen in de infrastructuur.[4] De Kam schrijft dat politici dankzij de aardgasbaten een ruimhartige verzorgingsstaat hebben kunnen opbouwen: “Zonder de gasbaten hadden de burgers in de loop van de jaren 211 miljard euro meer aan belastingen en sociale premies moeten opbrengen om de gedane collectieve uitgaven te kunnen financieren”.[4] Hij twijfelt of de burgers zo’n grote lastenverzwaring hadden geaccepteerd.[4]

Men denkt vrij algemeen[bron?] dat de aardgasbaten vooral in de jaren zeventig hebben bijgedragen aan de zogenaamde Dutch disease.

Investeringsfonds[bewerken]

Om een 'verkwanseling' van grondstoffenbaten te voorkomen hebben landen als Noorwegen, Chili en Rusland een investeringsfonds opgericht waarin ze de opbrengsten van hun fossiele brandstoffen storten, door dit geld te investeren profiteren zij jaarlijks én structureel van hun aardgas- en oliebaten.

In het begin van de gaswinning is nog wel gediscussieerd over de oprichting van een apart investeringsfonds. Oud-minister van Financiën Piet Lieftinck was een groot voorstander.[4] In de jaren 1962-1963 was de oud-minister van Financiën Jelle Zijlstra hierop tegen, immers de inkomsten waren te gering om er een speciaal fonds voor op te richten en hij vreesde dat het geld toch voor extra overheidsuitgaven zou worden gebruikt.[4]

Fonds Economische Structuurversterking[bewerken]

Op initiatief van van minister van Economische Zaken Koos Andriessen werd vanaf 1995 40 procent van de aardgasbaten gestoken in het Fonds Economische Structuurversterking (FES). Dit fonds investeert in infrastructuur, onderwijs en innovatieve projecten. Met het geld van het fonds is tot en met 2009 zo'n 26,5 miljard euro geïnvesteerd in projecten als de Betuweroute en de Hogesnelheidslijn.[4]

In het noorden vindt men dat te weinig van de aardgasbaten ten goede zijn gekomen aan de noordelijke provincies. Daarbij wordt het percentage van 1% aangehouden. Hierbij gaat het alleen over de bestedingen uit het FES (westen 88%, zuiden 9%, oosten 2%, noorden 1%), niet over de totale aardgasbaten. Ter verdediging voert men aan dat de FES was bedoeld voor de oplossing van knelpunten, waarvan de meeste zich nu eenmaal in het westen van het land voordoen.

In 2011 is het FES opgeheven en vloeien alle aardgasbaten weer in de algemene middelen.

Toekomstfonds[bewerken]

In 2015 werd een nieuw fonds, het Toekomstfonds, opgezet. Dit fonds is zeer klein in omvang en in 2015 werd er voor het eerst 0,1 miljard euro gestort. Het fonds wil een deel van het gasvermogen inzetten voor investeringen in het verdienvermogen voor toekomstige generaties.[7] Deze middelen worden gebruikt voor de financiering van innovatieve en snelgroeiende mkb-bedrijven en voor fundamenteel en toepassingsgericht onderzoek.[7]

Voetnoten[bewerken]

  1. Gasbaten Slochteren uitgegeven aan sociale zorg. NRC (13 juni 2009)
  2. Aardgas en de economie. Aardgas in Nederland
  3. Nederland en Italië ruziën over gasprijs. Elsevier online (7 mei 2010)
  4. a b c d e f g h Feest: 50 jaar boven onze stand geleefd dankzij Slochteren. NRC Handelsblad (12 juni 2009)
  5. CBS De invloed van de aardgaswinning op de Nederlandse economie, juni 2015, geraadpleegd op 1 april 2016
  6. CBS Statline Overheid, inkomsten, aardgasbaten, geraadpleegd op 1 april 2016
  7. a b Kamerbrief Toekomstfonds, 16 september 2014, geraadpleegd op 1 april 2016