Aaseter

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Witruggieren pluizen het karkas van een Gnoe uit.

Een aaseter is een informele aanduiding die gebruikt wordt bij het indelen van diersoorten op basis van hun voedingspatroon. Een aaseter leeft van dierlijke resten en jaagt daarvoor zelf niet op voedsel. Aaseters kunnen groot of klein zijn. Veel insecten zijn bijvoorbeeld aaseters. De aasgier is een bekend voorbeeld van een grote aaseter.

Aaseters worden over het algemeen aangetrokken door een lijkengeur. Ze kunnen vaak op grote afstand al ruiken in welk stadium van ontbinding een kadaver verkeert. De eierlevendbarende dambordvlieg en andere soorten vleesvliegen arriveren al kort na de dood van een dier om hun larven af te zetten die onder andere op aas en open wonden leven. De larven eten niet van het aas zelf maar van organismen die op het dode vlees leven. Als de ontbinding inzet en vordert arriveren er typische aaseters en opportunisten zoals aaskevers waaronder de doodgravers, en wespen, mieren, kraaien en raven, gieren, ratten, hyena's, vossen en jakhalzen om zich aan de resten tegoed te doen. Uiteindelijk worden de botten door lammergieren, knaagkevers en wormen opgeruimd waarna bijna alle sporen van het kadaver verdwenen zijn. Ook garnalen en krabben zijn aaseters.

Het eten van aaseters is binnen het jodendom niet koosjer. In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, zijn palingen geen aaseters.

Veel grotere aasetende dieren leven niet strikt van aas maar eten ook wel levende prooien of ander voedsel, zoals veel schildpadden en varanen doen.

Zie ook[bewerken]