Abu Aamir Muhammad ibn Abdullah ibn Abi Aamir, al-Hajib al-Mansur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Standbeeld van Almanzor te Calatañazor
De binnenplaats van Medina Azahara die Kalief Abd al Rahman III liet bouwen en waarin Almanzor de derde Kalief Abd al Hisham II opsloot
Het leger van Almanzor
De veldtochten van Almanzor

Abu Aamir Muhammad ibn Abdullah ibn Abi Aamir, al-Hajib al-Mansur bi-llah (Arabisch: أبو عامر محمد بن عبد الله بن أبي عامر الحاجب المنصور) (Algeciras, 938Medinaceli, 8 augustus 1002), bij de Spanjaarden kortweg bekend als Almanzor, was de vizier en feitelijke heerser over Al-Andalus op zijn hoogtepunt.

Afkomst[bewerken]

Almanzor werd geboren als Muhammad ibn Abi Aamir in een adellijke Arabische familie afkomstig uit Jemen. Hij trok naar het hof van Córdoba om er recht en literatuur te studeren.

Machtsstrijd[bewerken]

Toen Kalief al-Hakam II stierf in 976 liet Ibn Abi Amir al diens boeken vernietigen en hielp hij de elfjarige Prins Hisham II op de troon.[1][2] Almanzor oefende invloed uit op Subh, de moeder en regent van de prins.[3] Twee jaar later werd hij hajib. De drie volgende jaren bouwde Almanzor een nieuw paleis al-Madina az-Zahira aan de rand van Córdoba[4], waarin hij de jonge Kalief isoleerde.

In 981 versloeg hij in de slag bij Torrevicente zijn rivaal en schoonvader Ghalib al-Nasiri. Bij zijn terugkomst te Córdoba nam hij als titel al-Mansur bi-llah aan: overwinnaar door God.

Expansie[bewerken]

Almanzor organiseerde 57 veldtochten tegen de Christelijke staten van Spanje. Hij zette daartoe Berberse huurlingen in. Hij vocht zo tegen het Koninkrijk León en het Koninkrijk Castilië. In 985 plunderde hij Barcelona in 988 León en in 997 Santiago de Compostela in het Koninkrijk Galicië. Hij nam de klokken van de kathedraal mee om als lantarens te dienen voor de Grote moskee van Cordoba. Hij liet zijn generaals wel de tombe van Sint Jakob beschermen. Almanzor bevocht het Koninkrijk Navarra en versloeg het Castiliaans leger in de slag bij Cervera. De Christelijke vorsten sloten in 1000 een bondgenootschap tegen hem. In 1002 sneuvelde hij in de slag bij Medinaceli.

Reconquista[bewerken]

Zijn zoon Abd al-Malik al-Muzaffar volgde hem op als hajiben regeerde tot zijn dood in 1008 over al-Andalus.[5]

Dan volgde Abd al-Rahman Sanchuelo zijn halfbroer op, maar hij wilde ook de kalief Hisham afzetten, wat tot een burgeroorlog leidde en het kalifaat deed uiteenvallen in Taifa koninkrijken. De christelijke vorsten begonnen dan met succes hun Reconquista waarbij ze de Taifas één na één versloegen.[6]