Akkerdravik

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Akkerdravik
De ijle bloeiwijze
De ijle bloeiwijze
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Tracheophyta (Vaatplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Orde:Poales
Familie:Poaceae (Grassenfamilie)
Geslacht:Bromus (Dravik)
Soort
Bromus arvensis
L. (1753)
Akkerdravik in de botanische tuin te Kopenhagen.
Akkerdravik in de botanische tuin te Kopenhagen.
Afbeeldingen Akkerdravik op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Akkerdravik op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Akkerdravik (Bromus arvensis) is een gras (familie Poaceae) uit het geslacht dravik (Bromus). De wetenschappelijke naam van de soort werd in 1753 gepubliceerd door Carl Linnaeus.[1] Behalve naar uitgebreidere beschrijvingen in zijn eigen Flora svecica, Flora lapponica en Hortus Cliffortianus, verwees hij daarbij naar het werk van Gaspard Bauhin, Olof Rudbeck, Johann Jakob Scheuchzer en Johann Jacob Dillenius.

Kenmerken[bewerken]

Akkerdravik wordt 0,3 tot 1 m hoog en heeft rechtopstaande of geknikt opstijgende stengels. De bladeren zijn grijsgroen en tot 0,5 cm breed; het tongetje is 2–4 mm lang. De bloemen zijn tweeslachtig en staan in een wijd vertakte, tot 20 cm lange pluim. De graanvruchten zijn onopvallend. Akkerdravik is goed van de andere dravik-soorten te onderscheiden door de afgeronde, 3–5-nervige lemma's en aan de kenmerken van de helmknoppen, die 2,5–5 mm lang en 6–8 x zo lang als breed zijn en daarbij ook minstens half zo lang als de lemma’s.

Standplaats en verspreiding[bewerken]

Akkerdravik staat op open, zonnige tot iets beschaduwde, basenrijke, droge tot vochthoudende, stikstofarme tot matig stikstofrijke, goed doorlatende en matig voedselrijke, losse, humeuze, kalkhoudende tot kalkrijke, grindige zand-, leem- en kleigrond. Ze groeit in weilanden op schrale en droge grond, in bosranden, in bermen en op dijk-, spoorweg- en wegtaluds, in wijngaarden en graanakkers, op braakliggende en stortterreinen en op andere ruderale plaatsen.

De plant stamt uit Zuidwest-Azië en Zuid-Europa en is elders in en buiten Europa adventief met gras- of klaverzaad ingevoerd en plaatselijk opgeslagen. De soort is in Nederland ingeburgerd in Zuid-Limburg en bij Nijmegen, en is elders niet bestendig.