Allotropie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Diamant, grafiet en hun structuren

Allotropie (uit het Grieks: allos, ander, en tropos, manier) is het verschijnsel dat van een zelfde chemisch element, binnen de vaste aggregatietoestand, meerdere fysische 'verschijningsvormen', allotropen genaamd, bestaan. Allotropie bij enkelvoudige vaste stoffen is het gevolg van verschillen in kristalstructuur die ontstaan onder hoge temperaturen of onder hoge druk. Allotropie valt onder het bredere begrip polymorfie dat hetzelfde verschijnsel ook bestudeert bij samengestelde stof. De term is bedacht door Jöns Jacob Berzelius.

Enkele voorbeelden van vaste enkelvoudige stoffen die allotropie vertonen, zijn:

Allotropen kunnen, door verschillen in de rangschikking van hun atomen, onderling sterk verschillen wat betreft hun materiaaleigenschappen. Diamant en grafiet zijn bijvoorbeeld twee allotropen van de enkelvoudige stof koolstof; bij diamant zijn de koolstofatomen gerangschikt in een kubisch rooster van tetraëdrisch omringd koolstof; bij grafiet bestaat de structuur uit losse lagen van in zeshoeken gerangschikte koolstofatomen. De verandering van grafietstructuur naar diamantstructuur gebeurt in de aardmantel onder invloed van grote gesteente-druk.

Zoek dit woord op in WikiWoordenboek