Polymorf (scheikunde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het begrip polymorf (Grieks voor veelvormig) verwijst naar de verschillende kristallijne fasen (natuurkundige vormen) waarin de vaste aggregatietoestand van een gegeven enkelvoudige of samengestelde stof zich kan voordoen.

Stoffen kunnen in de vaste aggregatietoetand een amorfe, semikristallijne of kristallijne structuur hebben. Een kristallijne structuur heeft vervolgens een moleculair-, ionair- of een metaalkarakter. De roosterordening van een gegeven kristallijne stof verandert bij wijziging van temperatuur en/of druk. Iedere individuele ruimtelijke oriëntatie (kristallijne fase) van het kristalrooster van een gegeven stof noemt men een polymorf. Van één kristallijne stof kunnen op die manier tot tientallen, fysisch zeer verschillende, maar chemisch identieke, polymorfen bestaan.

Elke polymorf van een gegeven stof heeft een bepaalde thermodynamische stabiliteit. Welke polymorf (kristallijne fase) van de gegeven stof stabiel is bij een bepaalde temperatuur en druk is af te lezen in het fasendiagram van de bewuste stof. De thermodynamisch stabiele polymorf zal bij desbetreffende temperatuur/druk de voorkeur hebben boven andere, metastabiele polymorfen: de stabiele polymorf heeft bij gegeven temperatuur/druk de energetisch gunstigste oriëntatie van de moleculen/ionen/atomen ten opzichte van elkaar.

Met verschillende analysetechnieken zoals DSC, poederdiffractie en eenkristalsdiffractie kunnen polymorfen worden geïdentificeerd.

Polymorfie versus allotropie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie allotropie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een voorbeeld van twee polymorfen van koolstof zijn grafiet en diamant. Ze bevatten dezelfde koolstofatomen maar deze liggen in een andere oriëntatie ten opzichte van elkaar in het kristalrooster. In dit specifieke geval wordt ook wel van allotropie gesproken, omdat het hier polymorfie van een enkelvoudige stof (koolstof) betreft. Een voorbeeld van polymorfie bij een samengestelde stof is siliciumdioxide, dat in de natuur voorkomt in de vorm van kwarts, tridymiet, cristobaliet, lechatelieriet en coesiet. Deze vijf natuurlijk voorkomende mineralen hebben ieder een verschillend macroscopisch uiterlijk (kleur) en een eigen microscopische kristal-habitus. Ook verschillen ze in fysische eigenschappen als hardheid. In chemisch opzicht bestaan ze echter alle vijf uit silicium en zuurstof: SiO2.