Amoerdruif

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Amoerdruif
Bladeren van de amoerdruif.
Bladeren van de amoerdruif.
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Orde:Vitales
Familie:Vitaceae (Wijnstokfamilie)
Geslacht:Vitis
Soort
Vitis amurensis
Rupr. (1857)
Afbeeldingen Amoerdruif op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Amoerdruif op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De amoerdruif[1] (Vitis amurensis) is een druivensoort uit de wijnstokfamilie (Vitaceae). De wetenschappelijke naam van deze soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Franz Joseph Ruprecht in 1857.[2]

Kenmerken[bewerken]

De amoerdruif is een sterke slingerplant die een lengte van 22 meter en een stamdiameter van 12 à 18 cm kan bereiken. De bladeren zijn drie- tot vijflobbig en bereiken een lengte van 9 tot 25 cm. De bovenzijde van het blad is kaal en de onderzijde is dicht bedekt met korte haren. 's Zomers zijn de bladeren groen, maar in de herfst verkleuren ze naar gele, oranje of rode tinten. De vruchten groeien in clusters, die een lengte van 10 à 25 cm kunnen bereiken. De bessen zijn bol en donkerpaars gekleurd.[3]

Verspreiding[bewerken]

Amoerdruiven komen voor in het Russische Verre Oosten (Primorski, Amoer en het zuiden van Chabarovsk), het noordoosten van China en Noord-Korea. De soort komt voor op open plekken of bosranden van loof- en gemengde bossen en wordt vaak aangetroffen tussen struikgewas op hellingen. De amoerdruif is één van de meest noordelijk voorkomende uit het geslacht Vitis en kan temperaturen van -40°C doorstaan.[3]