Antoine van Nispen tot Pannerden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Antoine van Nispen tot Pannerden
Antoine van Nispen tot Pannerden
Algemene informatie
Volledige naam Antoon Eduard Marie van Nispen tot Pannerden
Geboren Zevenaar, 20 april 1884
Overleden Zevenaar, 20 januari 1964
Partij RKSP
Titulatuur Jhr.
Politieke functies
1911-1920 Burgemeester van Didam
1920-1946 Burgemeester van Zevenaar
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Antoon Eduard Marie (Antoine) van Nispen tot Pannerden (Zevenaar, 20 april 1884 – aldaar, 20 januari 1964) was een Nederlands burgemeester.

Familie[bewerken | brontekst bewerken]

Antoine van Nispen tot Pannerden, binnen de familie Van Nispen ook Tanne genoemd, werd geboren op huize Hoek. Hij was een zoon van jhr. Otto Carel Jan Christiaan Lodewijk Marie van Nispen tot Pannerden, wethouder in Zevenaar en lid van de Provinciale Staten, en jkvr. Louise Josephine Johanna Maria van Grotenhuis van Onstein.[1] Hij is getrouwd met Clara Maria de Nerée tot Babberich (1886-1975), lid van de familie De Nerée. Uit dit huwelijk werden zes kinderen geboren, onder wie Ernest en Antoon.

Loopbaan[bewerken | brontekst bewerken]

Op 27-jarige leeftijd werd Van Nispen benoemd tot burgemeester van Didam.[2] In 1920 volgde zijn benoeming in zijn geboorteplaats Zevenaar. Zijn grootvader Carel Everhard van Nispen van Pannerden was daar eerder burgemeester geweest. Van Nispen was daarnaast lid van de Provinciale Staten van Gelderland (1923-1926).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef Van Nispen aanvankelijk aan als burgemeester. Toen de Duitsers in 1944 een frontlinie wilden aanleggen langs de Rijn eisten zij van de provincie Gelderland 40.000 mannen voor de uit te voeren werkzaamheden, waarvan 300 uit Zevenaar. Ze gijzelden tien inwoners van Zevenaar om hun eis kracht bij te zetten en dreigden deze te doden als zich niet voldoende mannen zouden aanmelden. Van Nispen deed noodgedwongen op 9 september 1944 de oproep aan de bevolking, staande op een stoel op de Markt. Hij ging direct daarop met ziekteverlof.[3][4] Na de oorlog keerde hij terug in het ambt, maar in 1946 ging hij, op advies van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, met pensioen.

Hij overleed na een langdurige ziekte, op 79-jarige leeftijd en werd bijgezet in het familiegraf in Zevenaar.

Voorganger:
G.M. Sutorius
Burgemeester van Didam
1911-1920
Opvolger:
Jhr. H.H.J.M. van de Poll
Voorganger:
L.F.C.H.M ridder de van der Schueren
Burgemeester van Zevenaar
1920-1946
Opvolger:
F.W.J. van Gent