Armsein

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een historisch armsein in de nabijheid van het Spoorwegmuseum in Utrecht

Een armsein is een mechanisch spoorwegsein dat bestaat uit een paal met een beweegbare arm. Het bestaat uit een draaibare arm die boven in een paal langs het spoor is gemonteerd. De arm geeft de stand van het sein aan. Armseinen werden mechanisch met trekdraden bediend, later ook elektrisch, vanuit blokposten of seinhuizen. De betekenis van de stand van de arm verschilt per land en per seintype.

Armseinen tonen ook een gekleurd licht, zodat machinisten of treinbestuurders armseinen ook bij duisternis kunnen waarnemen. Deze lichten zijn zwak en bij daglicht niet goed zichtbaar.

Armseinen, de bediening ervan en de achterliggende beveiligingsmechanismen zijn de belangrijkste onderdelen van de klassieke beveiliging van de spoorwegen.

Armseinen in Nederland[bewerken]

Armseinen werden in Nederland vanaf 1875 op grote schaal in gebruik genomen, ten behoeve van de zogenoemde blokbeveiliging. De spoorlijnen werden verdeeld in blokken, met aan het begin van elk blok een sein dat de toegang tot het blok beveiligde. Tussen beide rails van de spoorbaan was een elektrische spanning aangebracht, een zogenoemde spoorstroomloop. Zolang een trein zich in een blok bevond veroorzaakte hij kortsluiting tussen de twee rails, waardoor het blok vergrendeld bleef en het sein aan het begin van het blok niet op veilig gezet kon worden. Pas als een trein het blok had verlaten en dus het sein voor het volgende blok was gepasseerd, was de blokpost in staat het voorafgaande sein, bij de voorafgaande blokpost, vrij te geven. Hiervoor werden elektrische bloksloten gebruikt. Dit zijn kastjes met een venster waarachter een rood of wit plaatje kan verschijnen. De benodigde elektriciteit werd opgewekt door de seinhuiswachter zelf, door aan een slinger te draaien. Dit kon alleen als het blok niet door een trein werd vergrendeld.

Het principe van blokbeveiliging wordt nog steeds gehanteerd. Voor het bepalen van de positie van de trein worden spoorstroomlopen nog immer intensief gebruikt, al wordt hun functie de laatste jaren meer en meer overgenomen door assentellers. De vele blokposten zijn wel verdwenen en hun functie is ingenomen door enkele grote verkeersleidingsposten. Armseinen zijn vervangen door lichtseinen langs de baan of. Inmiddels worden lichtseinen langs de baan op sommige plaatsen achterwege gelaten. Op die plaatsen zorgt (ERTMS)-cabinesignalering voor de seingeving.

Nadelen van armseinen ten opzichte van lichtseinen zijn de slechte zichtbaarheid bij mist, de mindere betrouwbaarheid vanwege het risico op vastvriezen in de winter, de grotere slijtage en te lage dan wel te hoge trekspanning op de trekdraden waarmee armseinen werden bediend. En natuurlijk is mechanische handbediening economisch niet meer aan de orde.

Betekenissen van armseinen in Nederland[bewerken]

Vóór het ontstaan van de NS waren de betekenissen en de vorm van armseinen niet overal gelijk. In de beschrijving hieronder wordt aangegeven wat de betekenis van Nederlandse 'armseinstelsel 1937' is. Dit seinstelsel werd voor het eerst vastgelegd in een wijziging op het 'Seinreglement 1934'. Voor armseinen bleven deze betekenissen geldig tot het verdwijnen ervan.

De meest voorkomende armseinen in Nederland waren:

  • hoofdseinen
  • vertakkingsseinen
  • voorseinen

Armseinen stonden in de regel rechts van het spoor waarvoor ze golden. Als van deze regel werd afgeweken werd met een pijl op de paal van de armsein aangegeven voor welk spoor het sein gold. Seinpalen van armseinen zijn afwisselend rood en zwart. De armen waren rood aan de voorzijde, dus gezien vanaf de richting waarin de machinist ze moest waarnemen. Aan de achterzijde zijn ze wit met enkele diagonaal geplaatste zwarte strepen.

Hoofdseinen[bewerken]

De seinarm van een hoofdsein stak naar rechts uit en was aan het vrije uiteinde cirkelvormig verbreed. De seinarm schuin omhoog betekende voorbijrijden toegestaan, een horizontale stand betekende: stop voor dit sein. Bij duisternis was de stand van het sein te herkennen aan een groen (aanvankelijk wit) respectievelijk rood licht.

Vertakkingsseinen[bewerken]

Het uiteinde van een seinarm van een vertakkingssein was verdikt en liep uit in twee punten. Het uiteinde leek op de achterkant van een pijl. Oorspronkelijk bestonden vertakkingsseinen uit een paal met een bordes, waarop meerdere kleine palen met seinarmen stonden. Er kon maximaal één seinarm schuin omhoog staan, want het wissel kan maar in een stand staan. De hoogste seinarm stond voor het rechtdoorgaande spoor, lagere palen links en/of rechts daarvan voor de aftakkende sporen. Stond de hoogste seinarm schuin omhoog, dan betekende dit: voorbijrijden toegestaan, stond een lagere seinarm schuin omhoog, dan betekende dit: voorbijrijden toegestaan met beperkte snelheid. Stonden alle seinarmen horizontaal, dan was de betekenis: stop voor dit sein.

Aan de positie van de palen waaraan de seinarmen bevestigd waren kon de machinist zien of hij naar links of naar rechts geleid zou worden.[1] 's Nachts waren vertakkingsseinen herkenbaar aan meerdere rode, of één groene (aanvankelijk witte) en één of meerdere rode lichten, waarvan er één hoger was geplaatst dan de andere(n).

Op het eerste gezicht lijkt het voor een treinmachinist niet belangrijk te weten in welke richting zijn trein geleid zal worden. Het is voor hem voldoende om te weten met welke snelheid hij moet rijden. Dank zij het vertakkingssein kan hij echter ingrijpen als een wissel verkeerd staat. Een vertakkingssein kan op dezelfde manier geïnterpreteerd worden als een verkeerslicht: wil de machinist naar rechts dan let hij alleen op de rechterarm van het vertakkingssein. Staat die arm onveilig, dan zal hij stoppen, ongeacht de stand van de andere arm.

Later werden wel twee vertakkingsseinarmen aan één paal bevestigd. Maximaal een van de twee seinarmen kon dan schuin omhoog staan. Stond de hoogste arm schuin omhoog, dan was de betekenis: voorbijrijden toegestaan”, stond de laagste seinarm omhoog dan betekende dit: voorbijrijden toegestaan met beperkte snelheid. Stonden beide seinarmen horizontaal, dan was de betekenis: stoppen voor dit sein. Aan een dergelijk sein was niet zichtbaar in welke richting een trein geleid zou worden.

Vertakkingsseinen
Hoofdseinen:
Veilig
Onveilig, stop
Veilig voor rechtdoorgaand spoor
Veilig voor aftakkend spoor, maximaal 45 km/h, aftakking naar links
Onveilig, stop
Voorseinen:
Verwacht veilig
Snelheid verminderen, verwacht onveilig
Verwacht veilig vertakkingssein
Snelheid verminderen, verwacht langzaam rijden voor aftakkend spoor
Snelheid verminderen, verwacht onveilig vertakkingssein

Voorseinen[bewerken]

Voorseinen geven een vooraankondiging van de stand van een hoofdsein of een vertakkingssein. Een voorsein heeft één of meerdere armen met een stomp uiteinde. Een voorsein met één arm die schuin omhoog wijst geeft aan dat het volgende hoofdsein voorbijrijden toe zal staan. Staat de arm van het voorsein schuin naar beneden, dan zal het daaropvolgende hoofdsein stop tonen.

Een voorsein met twee armen geeft aan dat een vertakkingssein zal volgen. Dit 'vertakkingsvoorsein' kent drie standen:

  • Eén arm verticaal omhoog en één arm schuin omhoog: het vertakkingssein zal voorbijrijden toestaan. 's Nachts toonde dit sein twee groene lichten naast elkaar.
Ezelsbruggetje: dit sein lijkt op de letter V (veilig); het vertakkingssein zal 'veilig' tonen.
  • Eén arm schuin omhoog en één arm schuin naar beneden: het vertakkingssein zal voorbijrijden toestaan met een snelheid van ten hoogste 45 km/h. Een wissel na het vertakkingssein zal aftakkend liggen. 's Nachts toonde dit sein twee lichten naast elkaar, het linker geel en het rechter groen.
Ezelsbruggetje: dit sein lijkt op de letter K (krom), een aanduiding dat het wissel na het vertakkingssein 'krom' (aftakkend) ligt.
  • Eén arm verticaal omhoog en één arm schuin naar beneden: het vertakkingssein zal stop tonen. 's Nachts toonde dit sein twee gele lichten naast elkaar.
Ezelsbruggetje: dit sein lijkt op de letter L (langzaam), dus moet langzaam gereden worden om voor het vertakkingssein te kunnen stoppen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]