Spoorwegsein

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Armsein bij seinpost in Engeland, beide waren in 2003 nog in gebruik.

Een spoorwegsein geeft de machinist of treinbestuurder van een trein opdrachten, toestemmingen en informatie. Seinen hebben de vorm van een wit of gekleurd licht, een bord, een beweegbare arm, lichten aan de voor- of achterzijde van een trein, geluidssignalen, gebaren, enzovoorts.

Met het woord sein wordt de seininstallatie zelf bedoeld. Het seinbeeld is het beeld dat het sein laat zien. Een seinstelsel is een standaard voor consequent gebruik van seinbeelden. Eisen bij het ontwerpen en aanpassen van seinstelsels zijn dat er voldoende informatie doorgegeven kan worden, maar ook dat de kans op vergissingen bij het herkennen en interpreteren van seinbeelden zo klein mogelijk is.

Bij cabineseingeving of cabinesignalering worden seinen in de treincabine zichtbaar gemaakt. Baanseinen of vaste seinen (Nederland) of laterale seinen (België) zijn seinen die langs de spoorbaan staan.

Lichtseinen[bewerken]

Bij een lichtsein wordt het seinbeeld gevormd door lichten. Sinds het begin van de twintigste eeuw zijn vrijwel overal in de wereld de kleuren rood, geel en groen de standaardkleuren voor spoorwegseinen. De kleuren zijn zo gekozen dat ze maximaal van elkaar verschillen, zodat de kans op verwarring minimaal is. De kleur die geel wordt genoemd is om die reden eigenlijk amber of oranje. De kleuren hebben de volgende basisbetekenissen:

  • groen: veilig
  • geel: snelheid verminderen
  • rood: onveilig

De betekenissen van seinen lopen per seinstelsel of land uiteen. In de Verenigde Staten betekent groen bijvoorbeeld niet dat het sein voorbij gereden mag worden, maar alleen dat het spoor vrij is. De machinist mag alleen rijden met uitdrukkelijke toestemming van de treindienstleider, die in dat land dispatcher wordt genoemd. In de Europese landen geeft groen óók toestemming om te rijden en is een aparte toestemming van de treindienstleider niet nodig. De exacte betekenis van geel en rood verschilt ook per land, en de betekenis kan wijzigen door borden of extra lichten.

Lichtseinen kunnen veel informatie geven, bijvoorbeeld of het veilig is door te rijden, én hoe snel gereden kan worden, én wat de stand van het volgende sein zal zijn. Om zoveel informatie door te kunnen geven tonen lichtseinen vaak meerdere lichten tegelijk.

Het Nederlandse seinstelsel[bewerken]

In vergelijking met de seintstelsels in het buitenland is het Nederlandse seinstelsel buitengewoon eenvoudig. Nederlandse seinen laten gewoonlijk slechts één licht zien, soms in combinatie met een verlicht getal. De betekenissen van seinen zijn daardoor gemakkelijk af te lezen. Nederlandse lichtseinen kennen twee verschijningsvormen:

  • Hoog geplaatste seinen, waarbij de lampen boven elkaar geplaatst zijn, het rode licht onderaan. Bij sommige seinen kan een getal getoond worden.
  • Dwergseinen: laag geplaatste seinen, waarbij de lampen in een driehoek geplaatst zijn. Deze seinen worden alleen gebruikt op emplacementen waar treinen niet sneller dan 40 km/h mogen rijden.
  • Snelheidsborden: borden met getal dat aangeeft wat de plaatselijke maximumsnelheid is.

De getallen op de snelheidsborden en bij seinen geven aan wat de maximale snelheid is waarmee mag worden gereden. De snelheid wordt aangegeven in tientallen km/h. Het getal 4 betekent dus 40 km/h. Snelheidsbeperkingen die door een lichtsein worden aangegeven gaan altijd boven snelheidsborden.

Afbeeldingen en betekenissen van Nederlandse lichtseinen staan in de tabel hieronder.

Het Nederlands seinstelsel
Hoog geplaatste seinen Laag geplaatste seinen Omschrijving Betekenis
Lichtsein-NS54-hoog groen.svg Hoog geplaatst groen licht. Voorbijrijden toegestaan met maximaal de plaatselijke snelheid, welke wordt aangegeven met een snelheidsbord.
Groen-knipper.gif Groen-8.gif Laag-groen.svg Hoog geplaatst knipperend of laag geplaatst groen licht.

Bij het hoog geplaatste licht kan een verlicht getal worden getoond.

Voorbijrijden toegestaan met maximaal 40 km/h.

Wordt een verlicht getal getoond, dan is voorbijrijden toegestaan met maximaal de door het getal aangegeven snelheid in tientallen km/h.

Lichtsein-NS54-hoog geel.svg Lichtsein-NS55-hoog geel-6.svg Geel-4-knipper.gif Laag-geel.svg Hoog of laag geplaatst geel licht.

Bij het hoog geplaatste licht kan een verlicht getal worden getoond.

Het verlichte getal kan knipperen.

De snelheid begrenzen tot 40 km/h of zoveel minder als nodig is om voor het eerstvolgende stoptonende sein te kunnen stoppen. Bij slecht zicht zal de machinist het volgende sein pas laat zien, en dan zal de snelheid lager zijn dan 40 km/h.[1]

Wordt een verlicht getal getoond, dan bij het volgende lichtsein de aangegeven snelheid in tientallen km/h niet overschrijden.

Knippert het getal, dan gebiedt het volgende lichtsein ook een snelheidsbegrenzing en is de afstand tot het daaropvolgende lichtsein te kort om altijd voldoende af te kunnen remmen. Daarom de snelheid al begrenzen vanaf het gele sein met het verlichte knipperende getal en een ingezette remming niet onderbreken als het volgende lichtsein een snelheidsbegrenzing gebiedt die lager is dan de snelheid waarmee de trein op dat moment rijdt.

Geel-knipper.gif Laag-geel-knipper.gif Hoog of laag geplaatst knipperend geel licht. Voorbijrijden toegestaan met maximaal 40 km/h of zoveel minder als nodig is om vóór een belemmering te kunnen stoppen.

Er is geen garantie dat het spoor tot het volgende sein vrij is. Dit seinbeeld wordt bijvoorbeeld gebruikt als een trein aan een andere vast moet koppelen of bij het naderen van een onbeveiligd emplacement.[noot 1]

Lichtsein-NS54-hoog rood.svg Laag-rood.svg Hoog of laag geplaatst rood licht. Stoppen voor het sein. De formele term is "stoptonend sein".
1rightarrow blue.svg Zie voor meer informatie het artikel Stoptonend sein.
Snelheidsborden Omschrijving Betekenis
Dutch railway sign groen13.svg
Groen driehoekig bord met de punt omhoog met zwart getal. Baanvaksnelheidsbord; dit bord geeft de baanvaksnelheid in tientallen km/h. Een baanvak is het spoor tussen twee (stations)emplacementen. Een andere term voor de snelheid die niet overschreden mag worden is plaatselijke snelheid. Deze snelheid mag niet overschreden worden.
Dutch railway sign geel4.svg
Geel driehoekig bord met de punt omlaag met zwart getal. Snelheidsverminderingsbord; dit bord geeft opdracht de snelheid te begrenzen tot de snelheid die is aangegeven in tientallen km/h. Bij het nu volgende witte snelheidsbord (hieronder) mag die snelheid niet overschreden worden.
Dutch railway sign wit4.svg
Wit vierkant bord met zwart getal. Snelheidsbord; dit bord geeft de plaatselijke snelheid aan op stations en emplacementen in tientallen km/h. Deze snelheid mag niet overschreden worden.

Er zijn meer spoorwegseinen. Alle spoorwegseinen zijn te vinden in bijlage 4[2] van de Regeling spoorverkeer[3].

Foto's van lichtseinen in Nederland

Het Belgische seinstelsel[bewerken]

Het Belgische seinstelsel maakt een duidelijk onderscheid tussen links en rechts rijden. Links rijden wordt regime normaalspoor genoemd, rechts rijden wordt regime tegenspoor genoemd. Een andere bijzonderheid van het Belgische seinstelsel is het onderscheid tussen grote beweging en kleine beweging. Een kleine (trein)beweging heeft overeenkomsten met een rangeerbeweging, maar kan ook buiten een rangeeremplacement plaatsvinden. Afbeeldingen en betekenissen van Belgische lichtseinen staan in de tabel hieronder.

Het Belgische seinstelsel
Regime normaalspoor (linker spoor) Regime tegenspoor (rechter spoor) Omschrijving Betekenis
Signal sncb V.svg Signal sncb V CCV.gif Groen Voorbij rijden met maximaal de snelheid die met een snelheidsbord in tientallen km/h is aangeduid. Een cijferbord direct onder het sein kan een verdergaande beperking opleggen. Ook die beperking wordt in tientallen km/h aangegeven.
Signal sncb VJV.svg Signal sncb VJV CCV.gif Groen-geel (verticaal) Het volgende sein is dubbel geel, maar de afstand tussen dat sein en het daaropvolgende sein is te kort om te stoppen. Of het volgende sein is groen-geel (horizontaal), maar de afstand tussen dat sein en het daaropvolgende sein is te kort om de snelheidsvermindering te eerbiedigen. Daarom moet in beide gevallen al vanaf het groen-geel verticale sein worden vertraagd.
Signal sncb VJH.svg Signal sncb VJH CCV.gif Groen-geel (horizontaal) Het volgende sein staat open maar legt een snelheidsbeperking op. De hoogte van de beperking kan met een cijferbord direct onder het sein worden aangegeven in tientallen km/h. Als er geen snelheid is aangegeven moet de treinbestuurder ervan uitgaan dat de verminderde snelheid 40 km/h zal zijn.
Signal sncb 2J.svg Signal sncb 2J CCV.gif Dubbel geel (diagonaal) Afremmen om tijdig te kunnen stoppen voor het volgende mogelijk rode sein.
Signal sncb R.svg Signal sncb R CCV.gif Rood Stop voor het sein. Dit sein mag niet gepasseerd worden, tenzij met een bevel.
1rightarrow blue.svg Zie voor meer informatie het artikel Gesloten sein.
Signal sncb R+B.svg Signal sncb R+B CCV.gif Rood-wit Voorbij rijden toegestaan in kleine beweging. (Meestal bij bezetspoor, doodlopend spoor of rangering).
Snelheidsborden Omschrijving Betekenis
Panneau vitesse sncb référence.svg
Groen driehoekig bord met de punt omhoog en met wit getal. Referentiesnelheidsbord; dit bord geeft de maximumsnelheid aan buiten stations en emplacementen in tientallen km/h. Dit is de referentiesnelheid.
Panneau vitesse sncb annonce.svg
Geel driehoekig bord met de punt om laag en met zwart getal. Snelheidsverminderingsbord; dit bord geeft opdracht de snelheid te begrenzen tot de snelheid die is aangegeven in tientallen km/h. Bij het nu volgende witte snelheidsbord (hieronder) mag die snelheid niet overschreden worden.
Panneau vitesse sncb origine.svg
Wit met zwart getal, vierkant bord. Er staat een cirkel om het getal. Snelheidsbord; dit bord geeft de maximumsnelheid aan op stations en emplacementen in tientallen km/h.

Foto's van lichtseinen in België

Cabineseingeving[bewerken]

Cabineseingeving wordt ook stuurpostsginalisatie genoemd. Gewoonlijk wordt hiermee bedoeld dat in de trein een cabinesein aanwezig is dat in de plaats komt van laterale seinen ofwel vaste seinen langs de spoorbaan. Op lijnen waar volledig op cabineseinen wordt gereden zijn lichtseinen langs de baan bijna niet meer te vinden.[noot 2]

Voordelen van cabineseingeving[bewerken]

Cabineseingeving heeft belangrijke voordelen boven laterale seinen:

  • Weersinvloeden (mist, regen, sneeuw) spelen nauwelijks een rol bij de seinwaarneming. Alleen lichtinval kan het zicht op het cabinesein in enige mate beïnvloeden.
  • Obstakels langs het spoor spelen geen rol bij de seinwaarneming. Laterale seinen kunnen verscholen gaan achter obstakels, waardoor ze minder lang waarneembaar zijn.
  • Cabineseinen tonen doorlopend wat het geldende seinbeeld is. Een lateraal sein is slechts waarneembaar tot het is gepasseerd. Bij hoge snelheden in combinatie met bijvoorbeeld slechte weersomstandigheden is een lateraal sein niet altijd lang genoeg waarneembaar om betrouwbaar afgelezen te kunnen worden. Onder andere in Nederland en België mag daarom zonder cabineseingeving niet sneller gereden worden dan 160 km/h.
  • Er is maar één cabinesein, dus er is geen verwarring mogelijk over welk sein van toepassing is. Bij situaties met veel sporen en veel laterale seinen kan onduidelijk zijn welk sein van toepassing is.
  • Cabineseingeving is eenvoudig te integreren met treinbeïnvloeding.
  • Als cabineseingeving is geïntegreerd met treinbeïnvloeding krijgt de machinist of treinbestuurder éénduidige informatie. Bij de combinatie van laterale seinen en treinbeïnvloeding kan de informatie van de laterale seinen afwijken van de informatie van de treinbeïnvloeding.
  • Cabineseingeving biedt de mogelijkheid om naast visuele signalen óók geluidsignalen (audiosignalen) te geven. De geluidsignalen geven dan aan dat er nieuwe informatie is, of dat er reactie van de machinist of treinbestuurder wordt verwacht. Systemen voor treinbeïnvloeding geven overigens ook zowel visuele als geluidsignalen.

Voorbeelden van cabineseingeving met geïntegreerde treinbeïnvloeding[bewerken]

Voorbeelden van cabineseingeving met geïntegreerde treinbeïnvloeding zijn het Duitse LZB en het Franse TVM. De Duitse respectievelijk Franse hogesnelheidstreinen zijn met deze systemen uitgerust, voor zover deze lijnen niet al met ERTMS zijn uitgerust. Maar bijvoorbeeld ook de Rotterdamse metro is met LZB uitgerust.

Sommige typen treinbeïnvloedingssystemen met cabineseingeving zijn gebaseerd op standaarden, waardoor het mogelijk is trein in te zetten met apparatuur van verschillende leveranciers. Dat leidt weer tot een grotere markt en een breder gebruik van het standaardsysteem. Het meest aansprekende voorbeeld hiervan is het Europese European Train Control System (onderdeel van het ERTMS). Eveneens gestandaardiseerd, maar niet in die mate dat treinen met apparatuur van verschillende leveranciers op hetzelfde spoor kunnen rijden, zijn het Amerikaanse Positive Train Control (PTC) en Communications-Based Train Control {CBTC), wat op de Noord-Zuidlijn van de Amsterdamse metro wordt geïnstalleerd.

ERTMS/ETCS-cabineseingeving[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie European Rail Traffic Management System en European Train Control System voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

Het ERTMS/ETCS-cabinesein is een bedienscherm dat wordt aangeduid als driver machine interface (DMI). Het is ofwel een aanraakscherm, ofwel er zijn knoppen rond het scherm geplaatst. De DMI toont onder andere een snelheidsklok met een forse naald. De naald en een band rond de snelheidsklok zijn gekleurd. De kleuren hebben dezelfde functie als de gekleurde lichten van seinen langs de baan, maar de kleuren van de DMI zijn anders dan die van de seinen langs de baan. De kleuren van de naald en de band hebben de volgende basisbetekenis:

  • grijs: normale status, rijden toegestaan met maximaal de aangegeven snelheid (bij deze kleur is de band rond de snelheidsklok donkerder dan de naald)
  • wit: pre-indicatiestatus, aankondiging van de indicatiestatus
  • geel: indicatiestatus, afremmen tot de aangegeven snelheid
  • oranje: waarschuwingsstatus, de trein rijdt te snel
  • rood: interventiestatus, de trein remt automatisch omdat de snelheid van de trein nog boven het maximum van de waarschuwingsstatus kwam

Hieronder enkele voorbeelden van de snelheidsinformatie van de driver machine interface (DMI), ofwel ETCS-bedienscherm.[4] Op de afbeeldingen hieronder staat niet de hele DMI, maar het linkerbovendeel, waar de DMI de snelheidsinformatie toont.

Voorbeelden van de snelheidsinformatie op de DMI als de trein te snel gaat rijden
Afbeelding snelheidsklok Informatie op de snelheidsklok Status Betekenis van de status Kleuren
Snelheidsinformatie ETCS-scherm in normale status Rijden toegestaan met maximaal 160 km/h; de snelheid van de trein is 148 km/h. Normale status Rijden toegestaan met maximaal de snelheid die de band rond de snelheidsklok aangeeft. Donkergrijze band rond de snelheidsklok.

Lichtgrijze naald.

Snelheidsinformatie ETCS-scherm, waarschuwingsstatus Rijden toegestaan met maximaal 160 km/h. De snelheid van de trein is 167 km/h.

Er geldt een waarschuwing dat de trein te snel rijdt.

De oranje verlenging van de band reikt tot 171 km/h, tot en met die snelheid waarschuwt de ETCS-treinapparatuur voor te snel rijden. Boven die snelheid zal de ETCS-treinapparatuur ingrijpen.

Waarschuwings-status Trein rijdt te snel.

Als de snelheid nog hoger wordt dan wat de oranje band aangeeft komt de ETCS-treinapparatuur in de interventiestatus en zet een remming in.

De band rond de snelheidsklok is donkergrijs, het laatste deel is echter breed en oranje.

Oranje naald.

Snelheidsinformatie ETCS-scherm, waarschuwingsstatus Rijden toegestaan met maximaal 160 km/h; de snelheid van de trein is 174 km/h, wat sneller is dan toelaatbaar.

Het rood/grijze symbool linksonder geeft aan dat de ETCS-treinapparatuur de trein automatisch remt.

Interventiestatus De trein rijdt of reed sneller dan het maximum van de waarschuwingsstatus en wordt automatisch geremd. De band rond de snelheidsklok is donkergrijs, het laatste deel is echter breed en rood.

Rode naald.

De ETCS-treinapparatuur komt natuurlijk ook in de waarschuwingsstatus en in de interventiestatus als de machinist of treinbestuurder onvoldoende reageert op een opdracht om snelheid te verminderen.

Voorbeelden van de snelheidsinformatie op de DMI als de trein snelheid moet minderen
Afbeelding snelheidsklok Informatie op de snelheidsklok Status Betekenis van de status Kleuren
Snelheidsinformatie ETCS-scherm in normale status Rijden toegestaan met maximaal 160 km/h; de snelheid van de trein is 148 km/h. Normale status Rijden toegestaan met maximaal de snelheid die de band rond de snelheidsklok aangeeft. Donkergrijze band rond de snelheidsklok.

Lichtgrijze naald.

Snelheidsinformatie ETCS-scherm, aankondiging indicatiestatus Rijden toegestaan met maximaal 160 km/h; de snelheid van de trein is 148 km/h. Over enige seconden moet de machinist of treinbestuurder beginnen de trein tot 60 km/h af te remmen.

Links van de snelheidsklok is aangegeven dat het punt waarop de doelsnelheid van 60 km/h moet zijn bereikt nog 1320 meter is verwijderd.

Deze status is vergelijkbaar met een trein die een sein langs de baan zo dicht is genaderd dat de machinist of treinbestuurder dat sein kan aflezen en er op kan anticiperen.

Pre-indicatiestatus Over enige seconden volgt de indicatie (opdracht) om af te remmen tot de snelheid die wordt aangegeven door het donkergrijze deel van de band rond de snelheidsklok. Het eerste deel van de band rond de snelheidsklok is donkergrijs, het tweede deel is wit.

Witte naald.

Snelheidsinformatie ETCS-scherm, Indicatiestatus Rijden toegestaan met maximaal 118 km/h; de snelheid van de trein is 108 km/h. De treinbestuurder of machinist moet de trein afremmen tot 60 km/h. De gele band wordt geleidelijk korter.

Links van de snelheidsklok is aangegeven dat het punt waarop de doelsnelheid van 60 km/h moet zijn bereikt nog 510 meter is verwijderd.

Indicatiestatus Indicatie (opdracht) om af te remmen tot de snelheid die wordt aangegeven door het donkergrijze deel van de band rond de snelheidsklok. Het eerste deel van de band rond de snelheidsklok is donkergrijs, het tweede deel is geel.

Gele naald.

Snelheidsinformatie ETCS-scherm in normale status Rijden toegestaan met maximaal 60 km/h; de snelheid van de trein is 59 km/h. Normale status Rijden toegestaan met maximaal de snelheid die de band rond de snelheidsklok aangeeft. Donkergrijze band rond de snelheidsklok.

Lichtgrijze naald.

Overige seinen[bewerken]

Armseinen[bewerken]

Armsein
Nederlands armsein

Een armsein is een mechanisch spoorwegsein. Het bestaat uit een paal met een beweegbare arm. Deze arm wordt elektrisch of met trekdraden bediend. De arm geeft de stand van het sein aan. De betekenis van de stand van de arm verschilt per land en per seintype. Armseinen tonen ook een gekleurd licht, zodat machinist of treinbestuurder armseinen ook bij duisternis kunnen waarnemen. Deze lichten zijn in het algemeen zwak en bij daglicht niet goed zichtbaar.

In België en Nederland zijn armseinen (vrijwel) overal verdwenen. Het laatste armsein in Nederland was tot 2006 in gebruik op Utrecht Goederenemplacement. Armseinen zijn nu alleen nog te zien bij spoorwegmusea en museumspoorlijnen.

1rightarrow blue.svg Zie Armsein voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Front- en sluitseinen[bewerken]

De lichten op de voor- en achterzijde van een trein worden respectievelijk front- en sluitsein genoemd. Sluitseinen kunnen ook de vorm van bordjes hebben.

Front- en sluitseinen
Sein Nederland België
Normaal frontsein (voor) Drie witte of gele lichten: twee lichten op gelijke hoogte en een licht midden daarboven Twee witte lichten op gelijke hoogte
Rangeersein (voor en achter) Eén wit of geel licht Twee witte lichten op gelijke hoogte
Gevaarseinen (voor en achter)[noot 3] Twee rode lichten op gelijke hoogte en een of drie witte of gele lichten Twee wisselend knipperende witte lichten
Twee afwisselend of gelijktijdig knipperende, witte lichten aan frontzijde
Sluitsein (achter) Twee rode lichten op gelijke hoogte Twee rode lichten op gelijke hoogte

Treinlengteborden[bewerken]

Treinlengteborden zijn zichtbaar op of nabij perrons.

Treinlengteborden
Nederland België Omschrijving Betekenis
Dutch railway sign blauw4.svg
Treinlengtebord-NMBS.svg
Blauw ruitvormig bord met wit getal (Nederland) of wit rechthoekig bord met zwart getal (België). Treinlengtebord; deze borden staan langs perronsporen. Een passagierstrein met het aantal bakken (rijtuigen) dat op het bord is aangegeven, dient juist vóór het bord tot stilstand gebracht te worden. De hele trein staat dan langs het perron of zo dicht mogelijk bij de toegang tot het perron.
Dutch railway sign blauw0.svg
Treinlengtebord-H-NMBS.svg
Blauw ruitvormig bord (Nederland) of wit rechthoekig bord met een zwarte H (België) Treinlengtebord zonder getal; een passagierstrein, die stopt op het station, moet stoppen bij dit bord, als hij niet al eerder moest stoppen bij een cijferbord mét getal. Dit bord staat meestal bij het einde van het perron.

Borden voor voertuigen met stroomafnemers[bewerken]

Borden voor voertuigen met stroomafnemers
Nederland België Omschrijving Betekenis
Dutch railway sign einde bovenleiding.svg
Fin de caténaire.svg
Blauw met wit ruitvormig bord (Nederland) of wit met zwart ruitvormig bord (België) Einde van bovenleiding; na dit bord houdt de bovenleiding op. Niet voorbijrijden wanneer de stroomafnemers opgezet zijn.
Dutch railway sign tractiestroom uit.svg
Tractiestroom-uit-NMBS.svg
Blauw met wit ruitvormig bord (Nederland), wit vierkant bord (België) Uitschakelen tractiestroom; na dit bord moet de tractiestroom uitgeschakeld zijn. Wordt onder meer toegepast bij beweegbare bruggen waar de stroomafnemer niet hoeft te worden neergelaten, maar het contact wel verbroken wordt en dus een vlamboog zou kunnen optreden.
Dutch railway sign tractiestroom in.svg
Tractiestroom-in-NMBS.svg
Blauw met wit ruitvormig bord (Nederland), wit vierkant bord (België) Inschakelen tractiestroom; na dit bord kan de tractiestroom weer ingeschakeld worden. Het onderbord geeft de lengte van de trein aan waarbij mag worden ingeschakeld.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. Dit seinbeeld betekent niet ROZ (rijden op zicht). De opdracht is vrijwel hetzelfde maar met het grote verschil dat de machinist bij ROZ wissels voorzichtig moet berijden met een snelheid van ten hoogste 10 km/h. Bij "geel knipperend" hoeft dit niet. Het seinenboek van de machinisten geeft dit in de tekst aan. In het oude seinenboek staat bij het seinbeeld "geel knipperend" wél ROZ. Omdat het voorzichtig berijden van de wissels veel tijd kost maar vrijwel nooit nodig is (meestal betekent "geel knipperend" dat een rijweg staat ingesteld naar mogelijk bezet spoor) is het seinenboek aangepast.
  2. Formeel kunnen ook de signalering van het centrale deursluitingssysteem en de dodemansvoorziening als cabineseinen beschouwd worden, en ook de aanduiding van de maximaal toegelaten voertuigsnelheid is te zien als een statische vorm van cabineseingeving.
  3. De machinist kan het gevaarsein tonen als hij een probleem zag op het andere spoor, bijvoorbeeld een auto die het spoor blokkeert. Het is een waarschuwing aan een naderende trein om direct te stoppen.

Verwijzingen[bewerken]

  1. Jooren, P., Inzicht seinstelsel en beveiligingssysteem, IRSE, Utrecht, 1974, p. 16.
  2. Bijlage 4 bij de Regeling Spoorverkeer
  3. De regeling spoorverkeer
  4. Zie voor de formele specificatie van de DMI: (en) Europees Spoorwegbureau. ETCS Driver Machine Interface versie 3.4.0 (doc, zip) (6 januari 2015)