Army of Northern Virginia

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Generaal Lee, commandant van het Army of Northern Virginia

Het Army of Northern Virginia (leger van Noord-Virginia) was het grootste en belangrijkste leger van de Geconfedereerde Staten van Amerika tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog. De "vaste" tegenstander van dit leger was het Noordelijke Army of the Potomac.

De naam van het leger verwees naar haar belangrijkste werkterrein, zoals gangbaar was voor de namen van Zuidelijke legers. Het leger heette eerst Army of the Potomac maar werd later samengevoegd met het Army of the Shenandoah, en kreeg haar definitieve naam op 14 maart 1862. Naast regimenten uit Virginia bevatte het eenheden uit alle delen van de Confederatie, tot zover weg als Texas, Arkansas, New Mexico en Arizona.

Generaals[bewerken]

De eerste commandant van dit leger was P.G.T. Beauregard, die het leger naar de eerste (dus psychologisch belangrijke) overwinning leidde in de Eerste Slag bij Bull Run, gevolgd door Joseph E. Johnston. Maar vanaf 1 juni 1862 werd en bleef Generaal Robert E. Lee bevelhebber van dit leger.

In zijn eerste jaar waren Lees belangrijkste onder-commandanten luitenant-generaal Thomas "Stonewall" Jackson en luitenant-generaal James Longstreet. De cavalerie werd geleid door generaal-majoor J.E.B. Stuart en de artillerie door brigadegeneraal William N. Pendleton. Na de dood van Stonewall Jackson in de Slag bij Chancellorsville deelde Lee zijn leger op in drie legerkorpsen, onder James Longstreet, Richard S. Ewell en A.P. Hill. Deze driedeling bleef bestaan tot het einde van de burgeroorlog, hoewel de commandanten vaak wisselden in 1864 en 1865.

Veldslagen[bewerken]

De belangrijkste veldslagen waaraan dit leger deelnam waren:

Karakteristieken[bewerken]

Na het winnen van de eerste grote slag van de Burgeroorlog had het leger zeer veel zelfvertrouwen gekregen, en raakte dat niet kwijt, ook niet na tegenslagen zoals Gettysburg. Het leger putte moed uit het feit dat haar vaste tegenstander elke paar maanden van bevelhebber wisselde, terwijl zij een steeds vastere band opbouwde met generaal "Marse Robert" Lee. Het leger, zowel soldaten als generaals, was zeer agressief en standvastig, vechtend tegen een vijand die bijna altijd meer troepen had, soms zelfs twee tegen één zoals bij Antietam en Chancellorsville.