Asindeling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Onder asindeling wordt verstaan de verdeling van aangedreven en niet-aangedreven assen van een railvoertuig zoals een locomotief of treinstel. Voor deze verdeling bestaan verschillende notaties.

UIC-notatie[bewerken]

Om aan te geven hoe de aandrijving van een krachtvoertuig over de wielassen is verdeeld, wordt de UIC-notatie gebruikt. Een combinatie van in een (draaistel)frame ondergebrachte aangedreven wielassen wordt aangegeven met een hoofdletter (A voor 1 aangedreven as, B voor 2 aangedreven assen etc.). Zijn deze assen afzonderlijk aangedreven, dan wordt de hoofdletter met een "o" aangevuld. Niet aangedreven wielassen (loopassen) worden aangegeven met een cijfer. Zijn de wielassen in een draaistel ondergebracht, dan wordt een apostrof toegevoegd. Met een + wordt aangeduid dat het krachtvoertuig uit meer dan 1 deel bestaat.

Voorbeelden[bewerken]

  • De stoomlocomotief van de serie NS 3700 had asindeling 2'C: twee loopassen in een draaistel en drie aangedreven assen.
  • De tenderlocomotief-serie NS 6300 had asindeling 2'D2': aan beide uiteinden twee loopassen in een draaistel en daartussenin vier aangedreven assen.
  • Een NS 1800 heeft asindeling B' B'. De loc heeft twee tweeassige draaistellen, elk met 1 tractiemotor die beide wielassen aandrijft.
  • Een NS 1000 had asindeling (1A)' Bo (A1)'. De loc had aan de koppen draaistellen met elk een loopas en een aangedreven as en twee in het locframe gelagerde aangedreven assen met onafhankelijke aandrijving.
  • Een NS Plan V heeft asindeling 2' Bo' + Bo' 2'. Het treinstel heeft dus vier tweeassige draaistellen. De buitenste twee zijn loopdraaistellen (dat wil zeggen niet aangedreven), de binnenste twee motordraaistellen met afzonderlijk aangedreven assen.
  • Een NMBS klassiek motorstel heeft asindeling A1' 1A' + A1' 1A'. Het treinstel is samengesteld uit 2 rijtuigen, met elk 2 draaistellen. Elk draaistel is voorzien van een motor die telkens de buitenste as aandrijft.

Whyte-notatie[bewerken]

Voorbeelden van locomotieven met indeling in Whyte-notatie

De Whyte-notatie voor stoomlocomotieven wordt voornamelijk in Angelsaksische landen gebruikt. Hierbij wordt in minimaal drie groepen het aantal aangedreven wielen en niet-aangedreven wielen vermeld, waarbij de middelste groep de aangedreven wielen bevat. Een NS 3700 (volgens UIC-notatie 2'C) wordt hierbij aangegeven als 4-6-0.

Zwitserse notatie[bewerken]

Bij de Zwitserse notatie wordt het aantal aangedreven assen en het totaal aantal assen aangegeven. Zo is bijvoorbeeld de GTW 2/6 een treinstel met zes assen, waarvan er twee aangedreven worden; welke dat zijn kan uit de notatie niet afgeleid worden.