Limburgsche Tramweg-Maatschappij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stoomtramloc 26 van de Limburgsche Tramweg-Maatschappij, bij de Stoomtram Hoorn-Medemblik te Wognum-Nibbixwoud; 29 september 2013.
Motorwagen 90 als Haagse Limburger voor de manifestatie ‘Retourtje Leiden’ in 2011 door leden van de Tramweg-Stichting klaargemaakt om tentoon te kunnen stellen. Dit is ex-LTM motorwagen (2)610.
Een Leyland-Den Oudsten Bolramer-streekbus van de LTM in de jaren zeventig.

De Limburgsche Tramweg-Maatschappij (LTM), opgericht 15 februari 1921, was tot 1978 de naam van een Limburgs openbaar vervoerbedrijf.

Geschiedenis[bewerken]

Het bedrijf exploiteerde oorspronkelijk in Midden-Limburg en later alleen in Zuid-Limburg stoom- en elektrische tramlijnen, waarvan de lijn tussen Maastricht en Vaals, gezien de geografische ligging van Limburg, beschouwd mocht worden als bergspoorlijn. Het vooroorlogse net omvatte lijnen in Midden- en Zuid-Limburg.

In Midden-Limburg werden de tramlijnen met Roermond als middelpunt in 1932-1937 als gevolg van de hoge exploitatiekosten opgeheven, en werd er gebruikgemaakt van bussen. Op 13 april 1932 kreeg de LTM toestemming van het ministerie om de trams te vervangen door bussen. De bussen waren van het type Citroën C6G en boden plaats aan 23 personen.

In 1942-1950 werden de lijnen in Midden-Limburg overgedragen aan NAO en VADAH. Het net in Zuid-Limburg, het gebied begrensd door de hoekpunten Sittard, Maastricht, Vaals en Heerlen, werd gevormd door de overname diverse busdiensten in de periode 1933-1954 (naast interlokale lijnen werd ook het net in en om Heerlen gevormd). In 1954 startte de LTM te Heerlen met een stadsdienst naar de wijken Welten, Molenberg en Meezenbroek.

In 1922-1925 werd tussen Vaals en Maastricht, via Gulpen, een stoomtramlijn (spoorwijdte 1435 mm) aangelegd (tramlijn Maastricht-Vaals). Als gevolg van de geografische ligging van de lijn, midden in het heuvelland, en het geringe aantal passagiers dat van de tram gebruik maakte, besloot de LTM deze lijn in 1938 op te heffen en de dienst per bus voort te zetten. Intussen verzorgde de LTM in de rest van de provincie tramdiensten tussen Heerlen, Sittard, Geleen, Brunssum en Kerkrade. De spil in deze tramdiensten was de elektrische tram tussen Heerlen en Sittard, die via de Akerstraat in Hoensbroek langs de Staatsmijn Emma reed. Ook ging er een tram via AmstenradeOirsbeekDoenradeWindraak naar het station van Sittard. Deze laatste lijn werd op 31 juli 1949 opgeheven. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen de kosten om de tramlijn te exploiteren onder druk te staan. Dit werd o.a. veroorzaakt door de hoge onderhoudskosten van het trammaterieel dat toch al te lijden had van het intensieve gebruik in het bergachtig gebied. In 1949-1950 werden daarom dan ook de elektrische tramlijnen vanuit Heerlen naar Sittard, Brunssum en Kerkrade vervangen door bussen, en betekende dit het einde van de tramdiensten in Limburg.

1rightarrow blue.svg Zie ook het artikel over de Limburgse tram

Ondertussen werkte de LTM verder aan de uitbouw van haar buslijnen en reeds in 1951 nam het bedrijf de LAD (Limburgsche Autobusdienst) over, welke tussen Maastricht en Heerlen een busdienst onderhield. Verder werd tussen 1949 en 1951 een aanvang gemaakt met de exploitatie van busdiensten naar Duitsland, waaronder de buslijn naar Aken. Deze lijn werd samen met het Akense openbaar vervoerbedrijf ASEAG vanaf 1951 als lijn 44 geëxploiteerd. Daarnaast werden ook busdiensten geëxploiteerd van Aken naar Maastricht via Vaals en Gulpen. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg Nederland ter compensatie een klein gedeelte van Duitsland erbij. Dit gebied, de Selfkant, kreeg in 1949 een busverbinding tussen Brunssum en Sittard via Jabeek, Süsterseel en Wehr. Nadat het gebied in 1963 was teruggegeven aan Duitsland werd de route tussen Jabeek en Sittard via Doenrade verlegd.

Fusies en overnames[bewerken]

In de periode dat de LTM in Limburg het openbaar vervoer verzorgde, waren er meerdere bedrijven actief die eigen lijndiensten onderhielden. Omdat veel bedrijven slechts één lijn exploiteerden, en de kosten om deze lijnen te onderhouden te hoog waren, werden vele bedrijven door de LTM overgenomen. In 1933 was de eerste overname, namelijk van busbedrijf Snackers. In 1951 nam de LTM de Limburgse Autobus Dienst (LAD) over van NS dochter ATO, die in 1926 was opgericht als busbedrijf van de spoorwegen, en in 1940 LAD had overgenomen. De LAD reed op het traject Maastricht-Heerlen v.v.

Desondanks vormde het openbaar vervoer in Limburg als het ware een grote lappendeken, waarin vele particuliere vervoerders hun eigen dienstregeling uitvoerden; alleen al in Heerlen reden vijf verschillende vervoerbedrijven. Deze diensten sloten niet op elkaar aan. Daarom wilde de provincie ze samenvoegen tot één verenigd streekvervoerbedrijf. Vanaf 1974 werkte LTM nauw samen met IAO, Meussen, Mulder en De Valk en publiceerden ze één gezamenlijke dienstregeling. In 1978 fuseerde LTM met NAO en EBAD (welke kort daarvoor was overgenomen door NAO) tot Verenigd Streekvervoer Limburg (VSL). Tussen 1980 en 1986 nam VSL vervolgens de laatste particuliere bedrijven, CAO, IAO, Meussen, Mulder en De Valk over. In 1995 fuseerde VSL met Zuidooster in Hermes waarmee voor het eerst het gehele streekvervoer in Limburg bij één bedrijf werd ondergebracht. Door aanbesteding van het Heuvelland aan Vancom kwam hier al na 6 maanden een einde aan. Vanaf 10 december 2006 werd het gehele openbaar vervoer (inclusief het stadsvervoer van Maastricht) ondergebracht bij Veolia Transport Nederland.

1rightarrow blue.svg Zie ook Lijst van voormalige Nederlandse openbaarvervoerbedrijven

Trivia[bewerken]

Veel mijnwerkers gingen met de LTM-tram (en later -bus) naar hun werk bij de Staatsmijnen en de Oranje Nassaumijnen in Heerlen. Daarom noemden veel mijnwerkers hun geliefde vervoerbedrijf dan ook "Lieveling Tot Morgen". Op de plek waar ooit de remise van de LTM in Heerlen stond ligt nu een woonwijk. De belangrijkste straat in deze wijk heet LTM-weg.

Nadat op 12 februari 1921 de tramverbinding van Deurne via Meijel naar Roermond feestelijk was geopend bleef de tram tussen Deurne en Meijel grotendeels leeg vanwege gebrek aan passagiers. In Deurne raakte de LTM daarom al snel bekend als "Leeg Tot Meijel".

Museummaterieel[bewerken]

Normaalsporige stoomtram (bij de SHM te Hoorn):

Elektrische tram (tot 20 november 2010 bij de ZLSM te Simpelveld):

Post-/ bagagewagen

  • In juni 2016 keerde de vroegere goederenwagen 2802 van de LTM na 73 jaar verblijf in Duitsland terug in Nederland. De LTM 2802 behoorde tot de serie 2801-2804 die in 1923 werd gebouwd door de Hannoversche Wagonfabrik AG (HAWA) als post-/ bagagewagens. Ze waren oorspronkelijk vermoedelijk crème en deden dienst achter de elektrische trams. De 2801 en 2802 zijn in 1943 naar het Oosten weggevoerd. De 2802 deed in Duisburg dienst als nr. 377 en is in 1980 naar het Deutsche Strassenbahn Museum in Wehmingen gegaan. De Tramweg-Stichting heeft de tram overgenomen van het Hannovers Trammuseum en ondergebracht in een loods in Nagele.

Autobus

Aanhangrijtuig 304 van Haags Openbaar Vervoer Museum (HOVM) is ook ooit van de LTM geweest, die het overgenomen heeft van de LESM. Het is door de LTM gebruikt bij de aanleg van de elektrische tramlijnen, getrokken door stoomtrams.