Waterlandse tram

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Kaart van Amsterdam en omgeving met de streektramlijnen
Het voormalige tramgebouw in Broek in Waterland. Het is nog herkenbaar aan de perronoverkapping.

De Waterlandse tram is de benaming voor de trams die tussen 1888 en 1956 in de regio Waterland ten noorden van Amsterdam reden. Achtereenvolgens waren de NHT, TNHT en NZH exploitanten van de stoomtram (1888-1932) en de elektrische tram (1932-1956).

Geschiedenis[bewerken]

De Noord-Hollandsche Tramweg-Maatschappij (NHT) werd opgericht op 30 april 1888 te Amsterdam. Initiatiefnemer en directeur was Theodorus Sanders (1847 - 1927). Op 13 december 1888 werd de stoomtramlijn Amsterdam-NoordMonnickendamEdam geopend. Deze lijn had een spoorwijdte van 1.000 mm (meterspoor) en een lengte van 21,5 km. In aansluiting op de tram, die vertrok van de noordkant van het IJ, voer een 'heen en weer-bootje' vanaf het Open Havenfront voor het Amsterdamse Centraal Station naar het tramstation aan de overkant van het water.

De Tweede Noord-Hollandsche Tramweg-Maatschappij (TNHT) werd opgericht op 31 juli 1893 te Amsterdam. Deze maatschappij nam op deze datum de exploitatie van bovengenoemde tramlijn over van de NHT. De oprichting van de TNHT werd nodig geacht, omdat de oprichtingsakte van de NHT niet voorzag in uitbreiding van het lijnennet. Op 22 juni 1894 werd de zijlijn geopend van Het Schouw naar Purmerend. Deze lijn werd op 17 juli 1895 verlengd via Middenbeemster naar Alkmaar. De totale lengte van de tramlijnen was 54,5 km.

Tijdens de Watersnood van 14 januari 1916 werd de dienst bijna geheel gestremd. Pas op 1 juli 1916 werd de dienst hervat.

De lijn Purmerend – Alkmaar werd opgeheven op 6 september 1931 en vervangen door een autobusdienst. Vanaf 1 december 1932 werd de exploitatie van de tramlijnen van Amsterdam naar Edam en Purmerend overgenomen door de Noord-Zuid-Hollandsche Tramweg-Maatschappij (NZHTM). Het eigendom ging op 1 januari 1946 over naar de Electrische Spoorweg-Maatschappij (ESM), die op 20 mei 1946 werd omgedoopt in Noord-Zuid-Hollandse Vervoer-Maatschappij (NZHVM).

Trambootstation[bewerken]

In 1911 werd aan het Amsterdamse Stationsplein het Noord-Hollands Koffiehuis gebouwd, met een steiger voor het bootje. Na 1932 werd dit het Noord-Zuid-Hollands Koffiehuis genoemd. Voor de metrobouw moest dit gebouw wijken in 1972, doch het werd in 1980 in iets gewijzigde vorm herbouwd. Het huisvest thans onder andere het VVV-kantoor en loketten van het GVB-stadsvervoer. Het koffiehuis - niet het tramstation in Noord - gold als beginpunt van de rit naar Purmerend of Volendam. De NZHVM hanteerde de officiële benaming Trambootstation.

Elektrische tram[bewerken]

De tramlijnen Amsterdam – Edam en Amsterdam – Purmerend werden geëlektrificeerd met 600 volt gelijkspanning en vanaf 23 juni 1932 verving de elektrische tram de stoomtram. De motorwagens waren afkomstig van de tramlijn Amsterdam - Haarlem - Zandvoort, terwijl een aantal oude stoomtramrijtuigen verder dienstdeed als bijwagen. Voor de lijn naar Purmerend was van een aantal motorwagens de lichtkap van het dak verwijderd in verband met de passage van het lage viaduct onder de spoorlijn Zaandam - Enkhuizen in Purmerend.

Van 1 mei 1906 tot 1 december 1932 werd de normaalsporige HSM-stoomtramlijn Kwadijk - Volendam beheerd door de TNHT. Op 1 december 1932 werd de elektrische tram verlengd via de bestaande tramlijn van Edam naar Volendam. Hiertoe werd deze lijn drierailig en geëlektrificeerd. De normaalspoorstoomtram bleef nog rijden voor reizigersvervoer tot 15 mei 1933. Het goederenvervoer werd gestaakt op 20 juli 1944.

Door een lijnenruil tussen de NZHVM en het busbedrijf Nederlandsche Auto Car Onderneming (NACO), maar ook doordat Rijkswaterstaat de tram graag weg wilde hebben, werd de elektrische tramdienst op de lijn Schouw – Purmerend al 17 jaar na de elektrificatie opgeheven op 15 mei 1949 en vervangen door NACO-buslijn A.

De resterende tramlijn Amsterdam-Noord – Edam – Volendam bleef voorlopig nog gehandhaafd. Het zag ernaar uit dat de lijn tot het begin van de jaren 60 zou blijven rijden. De gemeente Amsterdam zegde echter de erfpacht van de grond van het tramstation op. De aanlegsteiger van het Valkenwegveer moest worden verplaatst naar de plek van het tramstation in verband met werkzaamheden voor de IJtunnel. Op 30 september 1956 reed de lijn voor het laatst en werd ook vervangen door een busdienst van de NACO. Op de plaats van het tramstation in Amsterdam-Noord verscheen de nieuwe steiger voor het Valkenwegveer en meer ruimte voor de NACO-bussen. Tegenwoordig ligt hier de aanlegsteiger van het IJpleinveer van de Amsterdamse veren.

Van de tramlijnen zijn nog enkele zaken bewaard gebleven: op de plaats van het afgebroken stationsgebouw te Purmerend verrees in dezelfde stijl het busstation Purmerend Tramplein van achtereenvolgens de NACO, de NZHVM, Connexxion, Arriva en tegenwoordig EBS en nog één lijn van Connexxion gebruikmaken. Dit gebouw werd gesloopt in 2014 bij de vernieuwing van het busstation. Het tramstation te Broek in Waterland bestaat nog. Voorts zijn in de omgeving van dit dorp nog enkele restanten van trambrugjes te vinden.

Route[bewerken]

Het station in Amsterdam Noord, ook wel Tolhuis, Zuiderdijk en later Adelaarsweg geheten, was een kopstation met meerdere perronsporen en een overkapping. Het tracé liep in eerste instantie via de Adelaarsweg maar is in 1920 verlegd via de Meeuwenlaan om Vogeldorp te bedienen. Op de hoek van de huidige Adelaarsweg en Leeuwarderweg was de halte Nieuwendam. Het tracé liep verder via de Leeuwarderweg en boog bij het begin van de Buiksloterdijk af naar het noordoosten. Bij deze bocht bevond zich de halte Buiksloot. Via de toenmalige Middelweg reden de trams door de polder Buikslotermeer; hier loopt nu de N247.

De halte Zunderdorp lag een stuk ten westen van Zunderdorp, aan het eind van de huidige Termietergouw, waar nu de N247 loopt. Het was een overstaphalte met eilandperron en overkapping, immers, na Zunderdorp splitste de tramlijn zich. De daadwerkelijke splitsing heette Het Schouw en lag op de huidige kruising van de N247 met de Kanaaldijk. Richting Edam reed de tram verder op het tracé waar nu de N247 ligt. In Broek en Waterland is het tramstation nog aanwezig. In het centrum van Monnickendam reed de tram via de Kerkstraat en het Noordeinde om daarna weer aan te sluiten bij de huidige N247.

Tot 1932 eindigde de tramlijn aan het Klein Westerbuiten in Edam, bij het water. Daar was ook het station. In de verbindingsboog die in 1932 was aangelegd om de NZH-smalspoorlijn te laten aansluiten op de NS-normaalspoorlijn naar Volendam, werd in 1951, tegen het onderstation aan, de nieuwe tramhalte Edam gemaakt. Op deze locatie ligt nu het busstation. Vanuit Edam liep het tracé verder over de Singelweg, Dijkgraaf Poschlaan en Populierenlaan naar Volendam.

Vanuit Het Schouw takte de zijlijn naar Purmerend af. Deze lijn liep parallel aan de huidige N235 langs Ilpendam. De tramlijn ging onder de spoorlijn Zaandam – Hoorn door. Het tramstation van Purmerend op het Tramplein bestond uit een stationsgebouw met twee overkappingen en meerdere sporen. Het spoor liep verder door het kanaal. Aan het einde van de Kanaalkade ging het spoor over een (verdwenen) ophaalbrug naar de Beemster.

In de Beemster liep het tramspoor langs de Purmerenderweg, linksaf de Volgerweg op, voor het fort rechtsaf de Nekkerweg in en vervolgens linksaf de Rijperweg in naar Middenbeemster. Na Middenbeemster liep het tramspoor rechtdoor tot de buurtschap Klaterbuurt, waar het tramstation van De Rijp lag. Daar ging het spoor naar rechts de Westdijk op tot de Schermerhornerweg (nu N243). Het tramspoor liep vrij in de weilanden ten zuiden van het dorp Schermerhorn richting de Noordervaart. Later is op het tracé de N243 aangelegd. Bij Stompetoren liep het tramspoor aan de zuidzijde van de Noordervaart. Aan de noordzijde van deze vaart ligt nu de N243. Aan het eind van de Noordervaart ging het tramspoor via een (verdwenen) brug het Kanaal Kolhorn Omval over. Via de nog bestaande Oude Trambaan boog het spoor naar rechts en vervolgens links de Tienenwal in. Het eindstation stond op het Alkmaarse Schermereiland, nabij de in 1918 afgebroken molen De Wachter. Tussen station en molen stond de remise.

Museummaterieel[bewerken]

Van het rollend materieel zijn bewaard gebleven: motorwagen A14 (bouwjaar 1904; ex-Amsterdam – Zandvoort) en bijwagen BY2 (bouwjaar 1896; ex-NHT). Deze bevinden zich in het NZH Vervoer Museum te Haarlem. Voorts zijn gesloten goederenwagen (viswagen) NHT 21 en platte open goederenwagen (melkwagen) NHT 38 (herbouwd en bedrijfsvaardig) opgenomen in de collectie van de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik.

Overzicht van museumtrams[bewerken]

Bedrijf Nummer Fabrikant Bouwjaar Opmerkingen Afbeelding
TNHT, NZH Rijtuig BY2 Métallurgique, Nijvel 1896 Van 1956 tot 1997 in het Spoorwegmuseum.
Nu in NZH Vervoer Museum te Haarlem
NZH BY2.JPG
ESM, NZH Motorwagen A14 Métallurgique, Nijvel 1904 Van 1956 tot 1997 in het Spoorwegmuseum.
Nu in NZH Vervoer Museum te Haarlem; in restauratie
NZH A14.JPG
TNHT Gesloten goederenwagen 21 Métallurgique, Nijvel 1897 Bij Museumstoomtram Hoorn-Medemblik Wagen NHTM 21.JPG
TNHT Open goederenwagen 38 Pennock en Co, Den Haag 1908 Bij Museumstoomtram Hoorn-Medemblik NHTM 38, SHM.jpg

Externe links[bewerken]