Aubertus Miraeus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Aubertus Miraeus
Gravure door Paulus Pontius (Rijksmuseum Amsterdam).
Algemene informatie
Geboren Brussel, 30 november 1573[1]
Overleden Antwerpen, 19 oktober 1640[2]

Aubertus Miraeus of Aubert le Mire (Brussel, 30 november 1573[1] - Antwerpen, 19 oktober 1640[2]) was een Zuid-Nederlandse humanist, filoloog en historiograaf.

Aubert zag op 30 november 1573 het levenslicht als zoon van Guillaume (Willem) le Mire en Jeanne Speeckaert te Brussel.[1] Hij zou in Dowaai onder Georgius Colvenerius studeren en vervolgens naar de universiteit van Leuven trekken, waar hij een van de sterleerlingen van Justus Lipsius zou zijn. Hij zou in 1596 zijn baccalaureus in de godgeleerdheid behalen.[3]

Aubert zou hierna een kerkelijke carrière ambiëren en werd in 1598 kanunnik van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal te Antwerpen. Hij zou vervolgens onder andere secretaris van zijn oom Johannes Miraeus, de bisschop van Antwerpen, bibliothecaris van het kapittel (hij zou in 1617 deze bibliotheek samenvoegen met de Stadsbibliotheek Antwerpen[3]) en apostolisch protonotaris worden.

In 1610 zond zijn oom hem naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden om zich te verzetten tegen enige belemmeringen, welke de Roomsgezinden in sommige plaatsen van het bisdom (dat over de grenzen heenliep) van de zijde van de Staten-Generaal van de Nederlanden in hun godsdienst ondervonden, en die men in strijd achtte met de bepalingen van het Twaalfjarig Bestand. In 1611 trok hij terug naar de Universiteit van Dowaai om voor enige beurzen, die zijn oom er had gesticht, te zorgen en zou bij deze gelegenheid zijn Licentiaat in de Godgeleerdheid behalen. Kort daarop (1617) werd hij door de aartshertogen Albrecht en Isabella benoemd tot eerste aalmoezenier en hofbibliothecaris te Brussel. Aubertus zou regelmatig reizen tussen Brussel en Antwerpen, waar hij nog steeds verbonden bleef aan het kapittel waarvan hij in 1624 deken werd en vicaris-generaal van de bisschop.

Hij overleed op 19 oktober 1640 te Antwerpen[2] en werd in de kathedraal begraven, waar men zijn grafschrift kan lezen.[4]

Miraeus was een volbloed humanist en onderhield dan ook een levendige correspondentie met verscheidene katholieke geleerden uit de Nederlanden (naast zijn leermeester Justus Lipsius), zoals Andreas Schottus, Rosweydus, Bucherius (Boucher), Cornelis en Hendrik Lancelotus (Lancelotz), Christophorus Butkens, Benedictus Haeftenus, de Rubensen, Franciscus Sweertius, Nicolaas Rockox jr., Gaspard Gevartius en anderen, die hem hielpen bij het samenstellen van zijn werken.

Bibliografie[bewerken]

Zie de uitgebreide bibliografie in: art. Miraeus (Aubertus), in A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden, 12.2, Haarlem, 1869, pp. 878-884.

Noten[bewerken]

  1. a b c C. Flanagan, Aubertus Miraeus, an Early Belgian Librarian, in The Journal of Library History 10 (1975), p. 341.
  2. a b c P. Génard, Verzameling der graf- en gedenkschriften van de provincie Antwerpen: Arrondissement Antwerpen, I, Antwerpen, 1855, p. 49.
  3. a b D. Sacré, 46 Aubertus Mirraeus (1573-1640), in D. Sacré - J. De Landtsheer - C. Coppens (edd.), Justus Lipsius (1547-1606): een geleerde en zijn Europese Netwerk. Catalogus van de tentoonstelling in de Centrale Bibliotheek te Leuven, 18 oktober – 21 december 2006, Leuven, 2006, p. 371.
  4. P. Génard, Verzameling der graf- en gedenkschriften van de provincie Antwerpen: Arrondissement Antwerpen, I, Antwerpen, 1855, pp. 30-31.

Referenties[bewerken]

  • D. Sacré, 46 Aubertus Mirraeus (1573-1640), in D. Sacré - J. De Landtsheer - C. Coppens (edd.), Justus Lipsius (1547-1606): een geleerde en zijn Europese Netwerk. Catalogus van de tentoonstelling in de Centrale Bibliotheek te Leuven, 18 oktober – 21 december 2006, Leuven, 2006, pp. 371-377.
  • art. Miraeus (Aubertus), in A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden, 12.2, Haarlem, 1869, pp. 878-884.