Augustinus Callier
| Augustinus Callier | ||||
|---|---|---|---|---|
| Bisschop van de Rooms-Katholieke Kerk | ||||
| Geboren | 29 mei 1849 | |||
| Plaats | Vlissingen | |||
| Overleden | 28 april 1928 | |||
| Plaats | Haarlem | |||
| Wijdingen | ||||
| Priester | 15 augustus 1872 | |||
| Bisschop | 28 oktober 1903 | |||
| Kerkelijke loopbaan | ||||
| Eerdere functies | 1903–1928: bisschop van Haarlem | |||
| Voorganger | Caspar Josefus Martinus Bottemanne | |||
| Opvolger | Johannes Aengenent | |||
| ||||
Augustinus Callier (Vlissingen, 29 mei 1849 – Haarlem, 28 april 1928) was bisschop van het bisdom Haarlem in de periode 1903–1928.Echter zijn grootste bekendheid kreeg hij als bouwheer van de Kathedrale basiliek Sint Bavo vanaf 1893 tot zijn overlijden in 1928.
Loopbaan
[bewerken | brontekst bewerken]Na zijn opleiding aan de bisschoppelijke seminaries Hageveld en Warmond werd Callier in augustus 1872 tot priester gewijd in Utrecht. Tot augustus 1875 was hij kapelaan in Volendam ( Sint-Vincentiuskerk), Amsterdam (Posthoornkerk) en Den Haag (Parkstraatkerk).[1] Van 1875-1892 was hij leraar in de klassieke letteren aan het Kleinseminarie Hageveld in Voorhout. Vervolgens was hij vicaris-generaal van het bisdom Haarlem en uiteindelijk van 1903 tot zijn dood bisschop van Haarlem. In zijn vijfentwintig jaar als bisschop toonde hij zich een geduchte, meer dan een beminde bestuurder. Zijn wapenspreuk luidde: In fide nihil haesitans (Niet aarzelen in geloofszaken), een citaat uit Jacobus 1: 6.
Docent
[bewerken | brontekst bewerken]Tijdens zijn docentschap aan Hageveld was Callier ook een groot kenner van Joost van den Vondel. Hij liet vele toneelstukken van deze schrijver opvoeren, waaronder Joseph in Dothan, Peter en Pauwels, Noah en Lucifer.[1]
In 1920, toen Collier al 17 jaar bisschop was, kocht hij landgoed 't Groot Clooster bij Heemstede en gaf hij Jan Stuyt opdracht voor de bouw van een nieuw kleinseminarie Hageveld.
Bouwheer
[bewerken | brontekst bewerken]In 1893, toen Callier pas vicaris-generaal was, kreeg Joseph Cuypers de opdracht voor het ontwerp van een nieuwe kathedraal voor het bisdom Haarlem. Collier was hiervan in feite de bouwheer.
In 1891 had Collier Joseph Cuypers ontmoet bij de inwijding van de Sint-Urbanuskerk in Nes aan de Amstel, waarvan een ex-collega in Hageveld bouwpastoor was. Deze kerk was het eerste zelfstandige bouwproject van Joseph Cuypers. Collier was zeer onder de indruk van dit prachtige sacrale gebouw.[1]
In 1906, bij de afsluiting van de tweede fase van de bouw van de nieuwe Bavo gaf Joseph Cuypers, als vice voorzitter van kunstkring De Violier, een lezing voor dit gezelschap over de kathedraal, welke afgesloten werd met een bezoek. Tijdens deze lezing werd Collier met naam en toenaam gehuldigd omdat hij: het algemeen plan der symboliek ontwikkeld en doorgewerkt had voor elk onderdeel der versiering.[1].
- Externe link
- Bronnen
- van Hellenberg Hubar, Bernadette. De nieuwe Bavo te Haarlem. WBooks, Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, Zwolle, Haarlem [2016], p. 338. ISBN 978 9462581197. NUR 648.
- Noten