Aulus Gellius

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Auli Gellii Noctium Atticarum 1706.jpg

Aulus Gellius (130 — na 180) was een Romeins schrijver en taalgeleerde.

Levensloop[bewerken]

Hij is hoogstwaarschijnlijk geboren te Rome, waar hij rechten studeerde en na de voltooiing van zijn studies ook een advocatenpraktijk opende. Na enige tijd begaf hij zich naar Athene om er filosofie te studeren. Na 143 bevond hij zich met zekerheid in Athene. Hij raakte er bevriend met Herodes Atticus, bezocht het eiland Aegina en reisde, ter gelegenheid van de Pythische Spelen, ook naar Delphi. Tijdens zijn verblijf in Griekenland verzamelde hij een schat aan lectuurnotities. Na zijn terugkeer in Rome werkte hij opnieuw als jurist. Aulus Gellius was onder meer ook bevriend met Cornelius Fronto.

Noctes Atticae[bewerken]

Gellius publiceerde rond 175 een uitgebreid werk in 20 boeken, waarin hij allerlei wetenswaardigheden over literatuur, filosofie, taalkunde, tekstkritiek en geschiedenis in de vorm van essays verzamelde. Hij gaf het de poëtische titel "Noctes Atticae" ("Attische nachten"), ter herinnering aan zijn studietijd in Athene, waar hij tijdens de lange winternachten zijn aantekeningen verwerkte. Het werk is waardevol omwille van zijn lectuurnotities die uittreksels en citaten bevatten uit oudere literatuur die verloren is gegaan. Naast zijn verzameling notities vormden ook zijn discussies en gesprekken stof voor zijn essays, alsook anekdoten over beroemde persoonlijkheden.

Oudste handschrift[bewerken]

Het oudste handschrift, bestaande uit de boeken 9-20, bevindt zich in de Provinsjale & Buma Biblioteek fan Fryslân, Tresoar, te Leeuwarden. Met dit boek is begonnen rond 836 in Fulda. Het boek is in redelijke haast geproduceerd, waarbij voor een deel een inferieure kwaliteit perkament is gebruikt werd, met zeer grote gaten en reparaties, of gebruikmaking van maar halve bladen. Vermoedelijk beschikte men niet over voldoende voorraad van het vierkante formaat, afwijkend van wat gebruikelijk werd gebruikt. In dit boek valt de overgang van het insulair schrift naar het lokale Fulda-schrift op. Op het eerste blad staan namen van twee bezitters, Tornasius en Koenigsmann. Johannes Tornasius (Jean de Tours) stamde uit een drukkersgeslacht te Lyon/Genève. Hij heeft de codex gebruikt voor zijn eigen tekstuitgave. Robert Koenigsmann vermeldde dat hij het boek in 1628 verworven heeft te Genève. Dit handschrift kwam vermoedelijk via de veiling van de collectie van de Franeker hoogleraar Steinberg, in 1671, in de blibiotheek van de Franeker universiteit terecht en wordt na de opheffing van deze universiteit verworven door de Staten van Friesland.[1]

Externe links[bewerken]