Azteken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor "Azteken" zoals dat aan de Universiteit Leuven werd gebruikt zie Azteken en Menapiens.
Azteekse Kalendersteen (replica)

De Azteken of Mexica waren de dragers van een militaristische Meso-Amerikaanse beschaving die bestond tussen circa 1200 en 1521 in het huidige Mexico. Het centrum van het Azteekse rijk was de stad Tenochtitlán, de voorloper van het huidige Mexico-Stad. In de ideologie van het Aztekenrijk speelde het mensenoffer een centrale rol. In de oorlog met de Spaanse veroveraars onder leiding van Hernán Cortés verloor de laatste Aztekenkoning, Motecuhzoma II, het leven.

Naam[bewerken]

De "Azteken" noemden zichzelf Culhuah, Mexica of Tenochcah. De Spaanse conquistadores noemden hen Mexicas, een term die in Mexico nog steeds veel gebruikt wordt. Het gebruik om de "Azteken" zo aan te duiden is afkomstig van de Duitse wetenschapper Alexander von Humboldt en werd algemeen verspreid dankzij het standaardwerk The Conquest of Mexico (1843) van de Noord-Amerikaanse historicus William Prescott.

Het woord "Azteken" komt van het Nahuatl Aztecah, "mensen uit Aztlan". Aztlan was een mythische plaats ergens in het noorden waar de Azteken zeiden vandaan te komen. Voor de Azteken zelf was het niet gebruikelijk zichzelf met Aztecah aan te duiden. Over het algemeen werden met Aztecah alle mensen die Nahuatl spraken genoemd, en dat waren niet alleen mensen binnen het Azteekse rijk zelf, maar ook bijvoorbeeld de Tlaxcalteken, gezworen vijanden van de Azteken.

Ontstaanslegende[bewerken]

Wapen van Mexico met daarop de Adelaar op een cactus die een slang verslindt
Nuvola single chevron right.svg Zie Azteekse mythologie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Volgens de Azteken woonden hun voorouders in Aztlan, een eiland in een meer ergens in het noorden. Hun god Huitzilopochtli vertelde dat ze (samen met een paar andere stammen) naar een nieuw land moesten gaan. Uiteindelijk bleven alleen de Azteken over (omdat de andere stammen allemaal al een plaats gevonden hadden om zich te vestigen). De Azteken moesten zich van hun god vestigen op de plek waar een adelaar op een cactus zat en een slang verslond. Uiteindelijk zagen de Azteken dit teken op een eilandje in het Texcocomeer. De Azteken bouwden hun stad Tenochtitlan op die plek, en maakten een groot kunstmatig eiland, wat heden ten dage in het centrum van Mexico-Stad ligt. Deze "legende" staat ook afgebeeld op het wapen van Mexico dat op de vlag van Mexico wordt afgebeeld.

Opkomst[bewerken]

In het begin dienden de Azteken als huursoldaten voor de stadstaten die waren ontstaan na de val van het Tolteekse Rijk. Ze deden dit niet onverdienstelijk, en Azteekse leiders wisten met een aantal Tolteekse vorsten te trouwen. Van 1372-1427 waren de Azteken vazallen van de Tepaneekse koning Tezozomoc. Na de dood van Tezozomoc werd hij opgevolgd door Maxtla, een wreed leider. Kort hierna overleed de Azteekse leider Chimalpopoca, waarschijnlijk gedood door zijn opvolger en oom Itzcoatl.[1] De nieuwe leider van de Azteken sloot een verbond met Nezahualcóyotl van Texcoco. Ze belegerden de Tepaneekse hoofdstad Azcapotzalco. Na honderd dagen belegering gaven de Tepaneken zich over. Maxtla werd gevangengenomen en geofferd. Hierna voegde Tlacopan zich bij Tenochtitlan en Texcoco en samen vormden de steden de Azteekse Triple Alliantie, oftewel het Azteekse Rijk.

Itzcoatls neef en opvolger Montezuma I (reg. 1440-1469 breidde het rijk uit tot de kusten van de Grote Oceaan en de Golf van Mexico; Axayacatl (1469-1481) veroverde Tenochtitlans zusterstad Tlatelolco en onderwierp de Huaxteken. Hij probeerde ook de Tarasken onder zijn bewind te brengen, maar dat mislukte. Onder Ahuitzotl (1486-1502) verdubbelde het rijk in omvang. Hij onderwierp de Mixteken van Oaxaca en veroverde Soconusco, waardoor het rijk zich uitstrekte tot Guatemala.

Samenleving[bewerken]

De Azteken leefden in calpultin (enkelvoud calpulli), vergelijkbaar met clans. Meerdere calpultin vormden samen een altepetl (meervoud: altepemeh). De altepetl was de kleinste bestuurlijke eenheid, het bestond meestal uit een dorp of stad met het gebied eromheen, van "water tot berg" (altepetl betekent waterberg).

Sommige altepemeh hadden andere onder hun bewind. Een altepetl zonder een andere altepetl boven zich zou je dus een land kunnen noemen. De hoogste altepemeh waren de steden van de Azteekse Driebond: Tenochtitlan, Texcoco en Tlacopan.

De Azteekse bevolking was ingedeeld in twee klassen. De gewone bevolking heette de macehualtin en de adel de piltin of tlahtoanimeh. De klassen waren erfelijk, maar een macehualli kon opklimmen tot piltin door een succesvolle carrière in het leger. Dit zorgde ervoor dat de Azteken altijd genoeg soldaten konden krijgen. Andersom konden piltin hun adelstand verliezen door zwakte te tonen ten tijde van oorlog.

Fragment uit een wetboek

Opvallend in het Azteekse standensysteem was dat piltin voor hetzelfde vergrijp zwaardere straffen kregen dan macehualtin. Dit was omdat men vond dat piltin als voorbeeld moesten dienen. Behalve deze twee klassen waren er pochtecah en slaven.

Pochteca's waren gewapende handelaren. Ze deden dienst als spionnen en probeerden onrust te stoken in steden die Azteken van plan waren te veroveren. Ze waren over het algemeen de rijkste van de Azteekse samenleving en mochten alleen met een andere pochteca trouwen. Slavernij was in de Azteekse samenleving niet erfelijk. De meeste mensen waren slaaf geworden na een misdrijf, doordat ze krijgsgevangene waren genomen of om een schuldeiser af te betalen. Slaven konden niet doorverkocht worden, tenzij ze officieel als "lastig" waren verklaard. De grootste slavenmarkt (en de grootste markt überhaupt) was die in Tlatelolco. Nadat een slaaf van een slavenhandelaar gekocht was, kon deze vluchten. Als hij een tempel wist te bereiken voor zijn nieuwe meester hem te pakken kreeg, was hij vrij. Iemand (behalve de meester of zijn zoon) die zo'n slaaf verhinderde te vluchten werd zelf slaaf.

De Azteken hanteerden een twintigdelig talstelsel. In plaats van vijf vingers aan één hand en tien vingers aan beide handen werd daarvoor doorgeteld op de tenen van beide voeten. Veel Zuid-Amerikaanse Indianenstammen volgen deze rekenwijze nu nog. Ook in Europa moet het twintigtallig stelsel ooit in gebruik zijn geweest. Heel bekend is het merkwaardige Franse telwoord quatre-vingts (vier-twintig) voor 80.

Vernietiging[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Spaanse verovering van het Azteekse Rijk voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Volgens een Azteekse legende zou in het jaar ce-acatl (I-riet, 1519) de god Quetzalcoatl uit het oosten komen om zijn rijk op te eisen. Daarbij kwam dat er nog meer voortekenen werden gezien, zoals een komeet en een brand in de tempel van Huitzilopochtli. Ook werd er een vis gevangen met een spiegel in zijn kop, waarin Motecuhzoma II, de Azteekse hueyi tlahtoani, marcherende soldaten zag. De Azteken gingen daarom extra veel mensen offeren. Veel steden die eerst bondgenoten waren, gingen zich nu verzetten.

Toen de Spanjaarden onder leiding van Hernán Cortés in Mexico aankwamen, dachten de Azteken dat Cortés misschien wel Quetzalcoatl kon zijn. Quetzalcoatl had namelijk een blank gezicht en een gele baard, net als Cortés. Ook waren de Azteken onder de indruk van de schepen, de geweren en de kanonnen van de Spanjaarden, en ook de paarden en windhonden vonden ze bijzonder.

Montezuma twijfelde. Was Cortes Quetzalcoatl, of was hij gewoon een vreemdeling die enkel op gewin uit was? Montezuma besloot Cortés geschenken te geven en hij zei hem dat het beter was niet naar Tenochtitlan te komen. Maar de op goud beluste Spanjaarden wilden meer hebben. Ze besloten toch naar Tenochtitlan te gaan, vergezeld van de vijanden van de Azteken, zoals de Tlaxcalteken die veel belangrijke militaire informatie gaven.

De Spanjaarden keken hun ogen uit in Tenochtitlan. Na zes dagen vonden ze achter een dichtgemetselde muur kamers vol goud en juwelen. Kort na de vondst doodden de Azteken twee Spaanse boodschappers. Cortes besloot Montezuma te gijzelen. De Spanjaarden sloegen de beelden van de goden stuk en verboden de mensenoffers. Toen Cortes niet meer in Tenochtitlan was (er was een Spaanse expeditie aangekomen om hem te arresteren) brak er chaos uit toen de achtergebleven soldaten een Azteekse ceremonie wilden verhinderen. In deze chaos kwam Montezuma om het leven. Cortes was ondertussen weer teruggekomen en probeerde 's nachts met zijn soldaten te vluchten. Hierbij verloor hij veel soldaten. Later kwam hij terug met een leger dat hij verzameld had van 1000 Spanjaarden en 150.000 Mexicaanse bondgenoten.

Het werd een enorme veldslag: duizenden Azteken lagen dood op straat en iedere gevangengenomen Spaanse soldaat werd meteen geofferd. Na een aantal maanden belegering gaf de laatste Azteekse hueyi tlahtoani Cuauhtemoc zich over. Het Azteekse rijk werd als Nieuw-Spanje een Spaanse kolonie.

Bibliografie[bewerken]

  • Elliot, J.H., Empires of the Atlantic World. Britain and Spain in America, 1492-1830, Yale University Press, 546 blz.
  • Zantwijk, Rudolf van, The Aztec Arrangement. The Social History of Pre-Spanish Mexico. Norman: University of Oklahoma Press 1985.
  • Zantwijk, Rudolf van, Met mij is de zon opgegaan. De levensloop Van Tlacayelel (1398-1478'),, de stichter van het Azteekse rijk. Amsterdam: Prometheus 1992.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Geoffrey W. Conrad, Arthur Andrew Demarest, Religion and empire: the dynamics of Aztec and Inca expansionism, blz. 31.