Bargoens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Bargoens of dieventaal is een term voor de geheimtaal die in Nederland in de eerste helft van de twintigste eeuw werd gehanteerd door mensen aan de zelfkant van de samenleving, zoals daklozen en zogenoemde landlopers, rondtrekkende handelaren, (markt)kooplieden, kermisklanten en onderwereldfiguren (penoze).

Bargoens is voortgekomen uit het Jiddisch en het Hebreeuws, maar bevat ook Nederlandse, Romani, Jenische en Hoogduitse invloeden. Tot het midden van de 20e eeuw werd het, vaak als tweede taal, gebruikt door groepen reizende woonwagenbewoners, Joden, Romani, Jenische en sommige Sinti, tevens in woonwijken van Amsterdam en in Zuid-Limburg.[1]

Veel Bargoense woorden maken inmiddels deel uit van de gewone spreektaal in met name Nederland, zij het veelal nog steeds beperkt tot bepaalde maatschappelijke klassen en subculturen.

Binnen de wereld van de woonwagenbewoners worden leden van Nederlandse oorsprong door mensen met een zigeunerachtergrond (Roma of Sinti) vaak aangeduid als reizigers of Bargoens.

Voorbeelden[bewerken]

apehaar (slechte) tabak
appie kim in orde
bajes gevangenis (Jiddisch)
bekakt verwaand, hooghartig, snobistisch
bollebof baas (Jiddisch)
bisnis het zakenleven, in het bijzonder prostitutie
eisjedies overspel, vreemdgaan (Jiddisch)
gabber vriend (Jiddisch)
gozer jongeman (Jiddisch)
hufter klootzak
lef durf (Jiddisch)
jatten zn.: handen; ww.: stelen (Jiddisch)
penoze onderling vertrouwelijke "collega's", oftewel: de onderwereld (Jiddisch)
opduvelen! Iemand die dat zegt bedoelt: Maak dat je wegkomt!
saffie sigaret, vroeger ook sigaar: van de saffiaanlederen bekleding van sigarenkokers
smeris politieagent (Jiddisch)
temeier prostituee (Jiddisch)
kassiewijle dood, defect (Jiddisch)
toges/tokus achterwerk, anus (Jiddisch)

Ook de bijnamen van het vroegere Nederlandse geld waren Bargoens:

spie cent
hondje, beisje dubbeltje
heitje kwartje (Jiddisch)
piek, pegel gulden (wegens afbeelding van lans op oude munten)
knaak rijksdaalder
joet tien gulden (Jiddisch)
geeltje vijfentwintig gulden
meier honderd gulden (Jiddisch)
(rooie) rug duizend gulden

Bargoens stamt af van het Jiddisch en Hebreeuws, maar in het Bargoens worden sommige woorden anders uitgesproken. Woonwagenbewoners pikten het Jiddisch op en begonnen het zelf ook te gebruiken zodat ze burgers voor de gek konden houden, bijvoorbeeld als ze ze iets verkochten. Onderling spraken ze Bargoens zodat burgers hen niet konden verstaan.

Etymologie[bewerken]

Het woord Bargoens is volgens Van Dale waarschijnlijk afkomstig van het Franse baragouin dat zoveel betekent als "onbegrijpelijke taal". De Fransen zouden het woord hebben gebaseerd op het voor hen onverstaanbare "Bara! Gwin!", dat men Bretonse soldaten in herbergen kon horen uitroepen. ("Bara! Gwin!" is Bretons voor "Brood! Wijn!")

Overigens vinden niet alleen Fransen dat onbegrijpelijk taalgebruik klinkt als "barabarabara": de Grieken uit de oudheid noemden vreemde volkeren 'barbaren' (Grieks: barbaroi), een imitatie van de klanken die die volkeren volgens de Grieken voortbrachten; in het Nederlands kennen we het klanknabootsende woord brabbelen en een beproefde theatertruc om geroezemoes na te bootsen is de acteurs voortdurend het woord rabarber te laten herhalen.

Brussel[bewerken]

Tot rond ongeveer 1900 hadden de Brusselse dieven, landlopers en kramers een specifiek Bargoens. Hun geheimtaal was in essentie een Vlaams-Brussels dialect – zowel in woordvorm, morfologie als syntaxis – doorspekt met woorden die enkel voor ingewijden verstaanbaar waren. Onder de weinige fragmenten die zijn overgeleverd – en waarvan de authenticiteit voor discussie vatbaar is – is dit het langste:[2]

Kneul, maast kiewig! Michels fokt naar de lange doomerik. Flikt d'ander kneule kiewig veur Michels. De poon maast in de keete, in den dieperik bij den treederik, onder nen berterik in nen houten trafalkerik. Bekt en boeist er grandig mee met de kieweriken.

Deze laatste woorden van Rik Mol, gesproken op het schavot aan een anonieme kompaan, zijn in 1852 opgetekend door de griffier. Ze zijn te vertalen als:

Vriend, het ga je goed! Ik vertrek voor de lange slaap. Groet wel de andere vrienden voor mij. Het geld ligt thuis in de kelder, bij de trap onder een steen in een klomp. Eet en drink er gezellig en overvloedig mee met de andere kameraden.

Een aantal woorden zouden uit het Bargoens in de Brusselse spreektaal zijn overgegaan: tra­vakken (werken), en antsje (jaartje), en floos (herenpak), ne bink (kameraad, jongen).

Literatuur[bewerken]

Externe links[bewerken]