Beleg van Venlo (1480-1)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het beleg van Venlo in 1480 door de Gelderse troepen is de eerste van twee belegeringen die de Nederlandse stad Venlo heeft ondergaan in dat jaar.

Maximiliaan van Oostenrijk had twee jaar daarvoor de stad veroverd op de Bourgondiërs, maar zoals vele inwoners van Gelre verlangde Venlo naar een onafhankelijke landsheer. De verovering van Maximiliaan gaf Gelrenaren enige houvast aan hun wensen hiertoe, temeer omdat Adolf van Egmont, gesteund door de Bourgondiërs, een schrikbewind had gevoerd en zelfs zijn eigen vader, Arnold, gevangen liet nemen. Dit leidde tot de vorming van vele bendes uit de bevolking die plunderend door Gelre trokken.

De Gelderse standen sloten een verbond met Lodewijk XI van Frankrijk, waarbij ook Catharina van Oostenrijk zich aansloot. Onder leiding van de Gelderse edelen begonnen Gelderse troepen de belegering van de stad. De in Venlo gelegerde Bourgondische troepen zagen zich, mede door de opstandige burgers, gedwongen de stad te verlaten.