Draagvolgorde van de Nederlandse onderscheidingen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Portal.svg Portaal Ridderorden

In 1960 werd voor het eerst een draagvolgorde van de Nederlandse onderscheidingen vastgesteld. Tot die tijd was er weinig geregeld, afgezien van officieuze richtlijnen voor op uniformen. Verder volgde men gebruiken en tradities.

Historie[bewerken]

Onderscheidingsteken van een ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw in militaire opmaak

Voor de Militaire Willems-Orde stond buiten kijf dat deze de hoogste onderscheiding was en men droeg het ridderkruis dan ook "op het hart", wat betekende dat men het ridderkruis bij het dragen van meerdere kruisen, sterren en medailles zo dicht mogelijk bij het borstbeen droeg.

Voor burgers waren totdat het onderstaande besluit werd afgekondigd geen regels gesteld. Men volgde de voorbeelden in de etiquetteboeken en de tradities. Soms vond men het echter vriendelijker om van de regels van het protocol af te wijken en zich bij het dragen van onderscheidingen op de gast of gastheer te richten.

Het besluit heeft, zo heet het, de "instemming van de minister van Defensie" maar voor militairen is een ander besluit van belang; zij dragen hun onderscheidingen volgens de "limitatieve opsomming" van het "Voorschrift Ceremonieel Tenue" dat van de door de kanselier gemaakte lijst afwijkt.
De Minister van Defensie kan militairen collectief of individueel toestemming geven om buitenlandse onderscheidingen en batons te dragen.

Dit besluit is een richtlijn. Anders dan in het Verenigd Koninkrijk geven onderscheidingen in principe geen voorrechten of voorrang. Hierop zijn echter een tweetal uitzonderingen, die door koning Willem I in een besluit genoemd werden als rechtgevend op een "bijzondere plaats in het protocol van zijn hof". Dit zijn de Militaire Willems-Orde en het Grootkruis van de Orde van de Nederlandse Leeuw. Op afwijking van de volgorde is ook geen straf of sanctie van toepassing, anders dan de gepikeerde blik van de kanselier.

Op de lijst zijn, vrij willekeurig, die Nederlandse onderscheidingen weergegeven waarvan nog dragers in leven zijn. Er zijn ook uitzonderingen aan te wijzen. Voor een lijst met alle Nederlandse onderscheidingen; zie hier. Een aantal van de Onderscheidingen van het Nederlandse Rode Kruis mag op uniformen worden gedragen. Deze lijst noemt niet alle onderscheidingen die door het Nederlandse Rode Kruis werden ingesteld.

Dit is de tekst zoals gepubliceerd in de Staatscourant in 2013:

Besluit[bewerken]

25 juli 2013

Nr. KNO/2013/2543_2

De Kanselier der Nederlandse Orden,

Overwegende dat het wenselijk is het bij zijn besluit van 12 december 2005 vastgestelde Besluit draagvolgorde van de erkende onderscheidingen te herzien;

Gelet op de instemming van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Besluit:

Vast te stellen het herziene Besluit draagvolgorde onderscheidingen.

Artikel 1

Indien een persoon de hem toegekende Koninklijke of ministeriële onderscheidingen draagt, dan worden deze links op de borst gedragen in de in artikel 2 aangegeven volgorde, waarbij de onderscheiding met het laagste rangnummer het dichtst bij het hart wordt gedragen.

Artikel 2

De volgorde waarin onderscheidingen worden gedragen, luidt als volgt:

A. Ridderorden en vergelijkbare onderscheidingen[bewerken]

B. Huisorden[bewerken]

C. Overige onderscheidingen voor verdiensten en herinneringsonderscheidingen[bewerken]

D. Erkende (ridderlijke) orden[bewerken]

E. Door Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden ingestelde onderscheidingen[bewerken]



In aanvulling op bovengenoemde onderscheidingen kunnen achtereenvolgens worden gedragen:

E. Onderscheidingen van Nederlandse particuliere organisaties[bewerken]

G. Onderscheidingen van internationale organisaties[bewerken]

H. Buitenlandse onderscheidingen[bewerken]

(in de volgorde van de graden van hoog naar laag; bij meerdere onderscheidingen in dezelfde graad wordt de alfabetische volgorde van de Franse benamingen van de desbetreffende landen aangehouden; bij meerdere onderscheidingen in meerdere onderscheidingen in eenzelfde graad van een bepaald land, wordt de in dat land gebruikelijke rangorde aangehouden).

Artikel 3

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van heden.

2. Dit besluit zal worden geplaatst in de Staatscourant.


Aldus vastgesteld te Den Haag, 25 juli 2013
De Kanselier der Nederlandse Orden,
J.H. De Kleyn.

De (in)consequenties van het besluit[bewerken]

Opmerkelijk is dat de kanselier van de Nederlandse Ridderorden in dit besluit de naam van de Orde van Trouw en Verdienste verkeerd heeft weergegeven en de huidige en de door Koningin Juliana op 30 november 1969 ingestelde graden van Huisorde en Kroonorde met elkaar verward heeft. De Kroonorde bestaat uit (onder andere) Grootkruis, Groot Erekruis met plaque en Groot Erekruis. Daar staat tegenover dat de kanselier de oude graden van de Huisorde, en deze mogen de nog levende leden gewoon blijven dragen, heeft weggelaten. Het Erekruis kwam in de plaats van de Ridder en komt niet, zoals hier beschreven is, overeen met de graad van Officier.
De Orde van Trouw en Verdienste is een Orde en geen Erekruis. Het besluit volgt ook niet altijd de precieze naam zoals die in het respectieve Koninklijk Besluit of oprichtingsbesluit werd gebruikt.
De Eervolle Vermelding wordt sinds 1944 door een gouden kroontje op het lint van een andere onderscheiding aangegeven en kan niet, zoals deze lijst suggereert, als zodanig worden gedragen.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • [Samenstelling] A.J.L.M. van Berne [e.a.], Tenuen, onderscheidingstekens en emblemen van de Koninklijke Landmacht. Den Haag, 2003.
  • J.A. van Zelm van Eldik, Moed en deugd. Ridderorden in Nederland. De ontwikkeling van een eigen wereld binnen de Nederlandse samenleving. 2 delen. Zutphen, 2003.
  • Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden, 25 juli 2013

Externe links[bewerken]