Bewakingscamera

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bewakingscamera's in het station van Aarschot
Bewakingsbollen in het station van Aarschot

Een bewakingscamera is een observatiesysteem dat beelden verwerkt,[1] bijvoorbeeld om criminaliteit te voorkomen, bewijsmateriaal vast te leggen, als alarmverificatie of toegangscontrole.

Toepassingen[bewerken]

Bewakingscamera's worden opgehangen op allerlei plaatsen waar criminaliteit en overlast kunnen voorkomen, zoals stations, vliegvelden, havens en (snel)wegen. Maar ook in en om gebouwen zoals banken, ministeries, winkels en winkelcentra, parkeerterreinen, ziekenhuizen, scholen en dergelijke. De aanleiding om camera's op te hangen is vaak tweeledig: enerzijds is het doel criminaliteit te voorkomen en - als dat niet lukt - beelden vast te leggen waarmee daders kunnen worden opgespoord en veroordeeld. Het komt steeds vaker voor dat camera's worden gecombineerd met andere instrumenten. Zo zijn er camera's met microfoons die geluid kunnen opnemen of realtime kunnen analyseren om bepaalde 'incidenten' (zoals vechtpartijen, brekend glas of iets dergelijks) te detecteren. Ook bestaan er camera's die zijn uitgerust met een luidspreker waardoor een bewaker van afstand kan communiceren met degenen die in beeld zijn.

Wet- en regelgeving voor camerabewaking[bewerken]

In België zijn de regels omtrent het gebruik van bewakingscamera's vastgelegd in de camerawet van 21 maart 2007 (officieel: Wet tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's). Kort samengevat mag men op niet-openbare plaatsen zelf beslissen of er bewakingscamera's worden geplaatst of niet; op openbare plaatsen moet de gemeenteraad eerst een positief advies geven. In beide gevallen moet men van tevoren kennisgeving doen bij de Privacycommissie en de plaatselijke korpschef. Tevens moeten gefilmde personen verwittigd worden door de plaatsing van een pictogram.[2]

In Nederland is geen aparte wet voor camerabewaking. Wel zijn er diverse wetten en regels waar de eigenaar van een camerasysteem aan moet voldoen. De belangrijkste daarvan zijn gerelateerd aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De lijn die in de daaruit voortkomende jurisprudentie en regelgeving is ontstaan is dat cameratoezicht noodzakelijk, kenbaar (bijvoorbeeld door middel van informatiebordjes), proportioneel (in verhouding tot het probleem) en subsidiair (middel niet erger dan de kwaal) moet zijn.[3] Daarnaast geldt de Wet bescherming persoonsgegevens als er beelden worden vastgelegd waarop personen herkenbaar zijn. Er is geen handhavende instantie of toezichthouder die controleert of eigenaren van bewakingscamera's zich aan de regels houden. De Autoriteit Persoonsgegevens is weliswaar de instantie die toezicht houdt op naleving van de Wet bescherming persoonsgegevens, maar in de meeste gevallen vallen camera-eigenaren onder de vrijstellingsnormen. Die houden in dat - mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, zoals zorgvuldige omgang met de beelden en een beperkte bewaartermijn - geen melding hoeft te worden gedaan van het camerasysteem.

Camerabewaking of cameratoezicht?[bewerken]

Camerabewaking wordt vaak als een synoniem van cameratoezicht gezien, maar er is een fundamenteel verschil. Als de beelden van een camera niet rechtstreeks worden bekeken door bijvoorbeeld toezichthouders of de politie, is feitelijk geen sprake van toezicht. In die gevallen is de term camerabewaking meer geschikt. Vaak wordt het onderscheid bepaald door het doel van de camera's: camerabewaking wordt vaak ingezet door particulieren voor bewakingsdoeleinden, terwijl cameratoezicht vaak wordt ingezet door de overheid voor handhaving van de openbare orde. Als de overheid een gebouw beveiligt met camera's spreken we dus ook over camerabewaking. Het doel is meer bepalend dan het type eigenaar. Overigens is de grens niet altijd duidelijk: er zijn bewakingscamera's die rechtstreeks worden bekeken in Particuliere Alarm Centrales (PAC) en er zijn ook toezichtcamera's waar niet rechtstreeks naar wordt gekeken.

Aantasting privacy[bewerken]

Tegenstanders van dit soort toepassingen wijzen op het verlies van privacy van de mensen die worden bekeken en de negatieve impact ervan op burgerrechten. Er zijn veel tegenstanders van bewakingscamera's want ze zijn bevreesd dat de camera systemen voor een ander doel wordt gebruikt dan waarvoor ze zijn opgehangen. Tegenstanders verwijzen daarom vaak naar het boek 1984 van George Orwell uit 1949, waarin een totalitair bewind het dagelijkse leven van de burgers probeert te beheersen. Deze dystopische visie is voor sommigen aanleiding de vraag te stellen of camera's niet steeds vaker worden gebruikt als instrument voor sociale controle en uitsluiting van ongewenste groepen burgers in plaats van als instrument tegen criminaliteit.[4]

Het ophangen van beveiligingscamera's kan er ook toe leiden dat bepaalde mensen of groepen stelselmatig kunnen worden geweerd van locaties. Organisaties die zich inspannen voor de rechten van burgers trachten het publiek meer bewust te maken van de inbreuk op burgerrechten die het gevolg kan zijn van een groei in technische controlemiddelen.