Billiton (eiland)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Billiton
Eiland van Indonesië
Billiton (eiland)
Billiton (eiland)
Locatie
Land Indonesië
Provincie Banka-Billiton
Locatie Javazee
Coördinaten 2° 50′ ZB, 107° 55′ OL
Algemeen
Oppervlakte 4833 km²
Inwoners (2010) 262.357
Hoofdplaats Tanjung Pandan
Hoogste punt Tajam (500 m)
Portaal  Portaalicoon   Indonesië
Belitung Topography.png

Billiton (Indonesisch: Belitung) is een eiland in het westen van Indonesië, gelegen in de Straat Karimata tussen Sumatra en Borneo. In dezelfde zeestraat ligt ook het eiland Banka. Volgens een legende dankt het eiland Billiton zijn naam aan het vroegere verblijf van Balinese Hindoes op Billiton. De naam Billiton is hierbij een afkorting van het woord Bali-potong, wat weer afgeleid is van de naam ‘Bali’. Sinds begin 19e eeuw wordt op Billiton tin-erts gedolven.

Geografie[bewerken]

Geografisch bestaat het eiland vooral uit kuststreken, moerassen en bergen. De kusten zijn vooral vlak met af en toe rotspartijen. De moerassen bevinden zich vooral in het oosten en maakten voor de versteviging van rivieroevers de toegang tot het eiland onmogelijk. Baaien die zich meer landinwaarts bevonden boden enkele mooie schuilplaatsen aan piraten die vooral in de 18e en het begin van de 19e eeuw actief waren. Het golvend terrein vloeit in het midden van het eiland over tot enkele bergen. De grootste en hoogste is de Goenoeng Tajam ten oosten van Tanjung Pandan. Het klimaat is regenachtig, vochtig en warm. Augustus en September zijn de droogste maanden waarop in november en januari een natte periode volgt.

Geschiedenis[bewerken]

Op 13 augustus 1814 werd het eiland Banka door het Verenigd Koninkrijk geruild tegen het "etablissement Cochin". Aangezien van het bij Banka behorende Billiton gezegd werd dat het rijk aan erts was wilden de Britten dit eiland aanvankelijk zelf behouden, maar bij het Verdrag van Londen werd het op 17 maart 1824 alsnog aan Nederland overgedragen.

Om de ertsvoorkomens op het eiland te exploiteren richtten de Nederlandse industriëlen Wolter Robert van Hoëvell, Vincent Gildemeester van Tuyll van Serooskerken en John Francis Loudon in 1850 de Billiton Maatschappij op. Deze werd gefinancierd door de uitgifte van aandelen, die voor een groot deel in handen van prins Willem Frederik Hendrik kwamen. De concessie werd in 1853 verleend.

Bij de ertswinning waren de werkomstandigheden voor de koelies slecht: velen stierven aan ziektes. De Nederlandse opzichters klaagden intussen over het gebrek aan afleiding op het eiland.[bron?] De verlenging van de concessie leidde rond 1882 tot de Billiton-quaestie in het Nederlandse parlement, toen bleek dat koning Willem III de concessieverlenging moest bekrachtigen, terwijl hij een fors pakket aandelen bezat.

In 1908 werd een onderzoek uitgevoerd naar de arbeidsomstandigheden bij Billiton, die in vele opzichten niet rooskleurig waren. Zo tierde er de opiumhandel er welig.[1]

Na de Indonesische onafhankelijkheid verdween de Billiton Maatschappij in de jaren vijftig van het eiland. De maatschappij bleef wel in andere landen actief, en groeide uit tot een van de grootste bedrijven ter wereld, BHP Billiton.

Trivia[bewerken]