Bodem van Elde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Bodem van Elde is een thans uit landbouwgrond en bossen bestaand gebied dat zich bevindt tussen de plaatsen Schijndel, Boxtel, Sint-Oedenrode en Sint-Michielsgestel in de Nederlandse provincie Noord-Brabant. De naam is afkomstig van de buurtschap Elde, die zich ten westen van Schijndel bevindt. De kernen Olland en Liempde liggen dicht tegen de Bodem van Elde aan.

Het betrof een vanwege de sterk leemhoudende bodem moeilijk toegankelijk en moeizaam te ontginnen gebied. Tot circa 1800 bestond het nog grotendeels uit woeste grond. Het was oorspronkelijk en nu nog steeds gedeeltelijk bebost. Het bos- en natuurgebied De Geelders ligt in dit gebied.

Gemeenschappelijke gebruiksrechten[bewerken]

Toen gedurende de eerste helft van de 14e eeuw de gemeenterechten werden uitgegeven werden de meeste gemeenschappelijke gronden tussen de, globaal met de toenmalige heerlijkheden overeenkomende, dorpen verdeeld. Deze verdeling is in de Napoleontische tijd op de toen opgerichte gemeenten overgegaan.

Dit gebeurde niet met de Bodem van Elde. Op 11 juni 1314 gaf Hertog Jan III van Brabant het gebruiksrecht van dit gebied gemeenschappelijk uit aan de inwoners van alle vier de omringende dorpen, dus: Boxtel, Sint-Michielsgestel, Schijndel en Sint-Oedenrode. In dit document werden ook de grenzen van het gebied vastgesteld, doch deze omschrijving was tijdgebonden en later niet meer eenduidig te interpreteren. Daarom zijn er landkaarten samengesteld en werden er grenspalen geplaatst. De kaarten dateren uit 1650, 1757 en 1803. De beide oudste kaarten zijn verloren gegaan bij de brand in het gemeentehuis van Schijndel op 28 september 1944.

Ook de oudste oorkonden, die in Boxtel bewaard werden, gingen verloren door toedoen van de troepen van Maarten van Rossum in 1543. Afschriften ervan waren echter nog in Brussel voorhanden, zodat de documenten opnieuw konden worden opgesteld.

Niet alleen vier dorpen kwamen hier samen, maar ook enkele grotere bestuurlijke eenheden, en wel het Kwartier van Peelland, het Kwartier van Oisterwijk en de Vrijdom van 's-Hertogenbosch.

Een aantal grenspalen zijn tegenwoordig zichtbaar in het gebied.

Om conflicten te vermijden en een goed gebruik te waarborgen werden er acht gezworenen benoemd, uit elk dorp twee. Dezen stelden regels op voor het gebruik. Dit werden keuren genoemd. Het gebruik betrof onder meer begrazing, turfsteken en het maaien van gras of het steken van heideplaggen. Niettemin was er af en toe sprake van conflicten aangaande het eigendomsrecht van het gebied.

De inwoners van de vier dorpen mochten hun graan laten malen op de Kasterense Watermolen. In 1806 kwam er echter een wet waarin iedereen verplicht werd zijn graan in de eigen woonplaats te malen.

Omstreeks 1800 ontstonden plannen voor ontginning van de Bodem van Elde. Geleidelijk aan werd dit gebied in zijn geheel ontgonnen.

Gemonde[bewerken]

Het dorp Gemonde, dat te midden van dit gebied ligt, is gegroeid uit vier gehuchten die elk tot een andere jurisdictie behoorden, en dus tot een andere schepenbank. Niettemin maakte geheel Gemonde deel uit van de parochie van Boxtel. Na de afschaffing van het ancien régime en de vorming van moderne gemeenten in het begin van de 19e eeuw, liepen de gemeentegrenzen uiterst grillig door de kom van het dorp heen. Een grenspaal uit 1879 die zich midden in het dorp bevindt herinnert daar nog aan. Sinds 1 januari 1999 maakt Gemonde deel uit van de gemeente Sint-Michielsgestel.