Boorschip

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Boorschip Deepwater Pathfinder bij Trinidad.
Offshore Support Vessel Toisa Perseus met op de achtergrond het vijfde generatie boorschip Discoverer Enterprise.

Een boorschip is een schip dat is uitgerust met boorapparatuur. Het wordt over het algemeen gebruikt voor testboringen van nieuwe olie- of gasvelden in diep water, maar wordt ook gebruikt voor wetenschappelijke boringen, zoals in het Integrated Ocean Drilling Program. Vaak wordt gebruikgemaakt van omgebouwde olietankers die uitgerust worden met een dynamic positioning-systeem om op positie te blijven boven de boorput.

Boorschepen zijn in staat om in een waterdiepte van meer dan 3000 meter te boren. In maart 2011 boorde het Japans schip Chikyu een nieuw boorrecord op 7,74 kilometer beneden de zeespiegel.[1]

Om te boren laat men een boorpijp naar de zeebodem zakken, met aan de onderzijde een eruptieafsluiter (BOP).

Boorschepen zijn één manier om naar olie of gas te boren op zee. Het wordt ook gedaan door half-afzinkbare platforms of booreilanden.

Het eerste boorschip was de Submarex. Dit schip beperkte zich echter tot kernboring.

Het eerste boorschip met een dynamisch positioneringssysteem was de Eureka dat zich ook tot kernboring beperkte. De [Sedco 445 (schip, 1971)|Sedco 445]] was het eerste DP-boorschip dat geschikt was voor olieboring.