Chevron Corporation

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Chevron Corp.
Beurs NYSE: CVX
Oprichting 1879 als Pacific Coast Oil Company
1984 als Chevron Corporation
Sleutelfiguren John S. Watson, President & CEO
Hoofdkantoor San Ramon, Californië
Producten Olie en aardgas,
olieproducten waaronder:
brandstoffen
smeerolie
chemicaliën
Omzet Gestegen US$ 130 miljard (2015)
Winst Gestegen US$ 4,6 miljard (2015)
Website (en) www.Chevron.com
Portaal  Portaalicoon   Economie
Chevron tankstation.

Chevron (voorheen: ChevronTexaco, voluit Chevron Corp.) is een Amerikaanse oliemaatschappij. Het behoort tot de 'Supermajor' maatschappijen, de zes grootste staatsonafhankelijke oliemaatschappijen. Het hoofdkantoor is gevestigd in San Ramon, Californië. Het bedrijf had per jaareinde 2015 ruim 58.000 werknemers in dienst.

Activiteiten[bewerken]

Chevron is een grote producent van olie en aardgas. In 2015 produceerde Chevron 2,6 miljoen vaten olie-equivalent per dag waarvan ongeveer een kwart in de Verenigde Staten. De olie wordt grotendeels in eigen raffinaderijen verwerkt. Per dag kan 2 miljoen vaten ruwe olie worden omgezet in olieproducten. De motorbrandstoffen worden verkocht via een eigen wereldwijd netwerk van tankstations.

Resultaten[bewerken]

De ontwikkeling van de omzet en winst is sterk afhankelijk van de ontwikkeling van de olieprijs op de wereldmarkt. De eigen productie van olie en aardgas is licht gedaald in de laatste vijf jaren.

alle bedragen in miljarden
Jaar Omzet Netto-
resultaat
Olieproductie
(x1000 vaten/dag)
Gasproductie
(miljoen cf/dag)
Productie in BOE
(x1000 vaten/dag)
2010 US$ 198,2 US$ 19,0 1923 5040 2763
2011[1] US$ 244,4 US$ 27,0 1849 4941 2673
2012 US$ 230,6 US$ 26,2 1764 5074 2610
2013 US$ 220,2 US$ 21,4 1731 5192 2597
2014 US$ 200,5 US$ 19,2 1709 5167 2571
2015 US$ 129,9 US$ 4,6 1744 5269 2622

Geschiedenis[bewerken]

In 1876 ontdekte Star Oil ten noorden van Los Angeles olie. De productie was 25 vaten per dag, maar dit was het begin van de olie-industrie in Californië. Drie jaar later werd Star Oil overgenomen door de Pacific Coast Oil Company. Het was de grootste olieproducent in de staat toen het in 1900 werd opgekocht door Standard Oil. In 1907 veranderde de naam in Standard Oil Company (California). In 1909, spande het United States Department of Justice een gerechtelijk proces aan onder de Federale antitrustwet, waarna Standard Oil in 1911 in 34 bedrijven werd opgedeeld. Standard Oil Company (California) ging als zelfstandig bedrijf verder. In 1926 werd de naam opnieuw gewijzigd in Standard Oil Co. of California (SOCAL). In 1911 was afgesproken dat SOCAL alleen die naam mocht gebruiken in Californië, Nevada en Arizona, daarbuiten werden de producten verkocht onder de merknaam Chevron.

Op 29 mei 1933 tekende SOCAL een contract met koning Ibn Saud voor het zoeken en winnen van olie in Saoedi-Arabië. In ruil voor een forse som geld kreeg SOCAL het recht voor 60 jaar in een gebied van 360.000 mijl2 naar olie te zoeken.[2] De concessie kwam in handen van het dochterbedrijf California-Arabian Standard Oil Company (CASOC).[3] Het duurde vijf jaar voordat er succes werd geboekt, op een diepte van 1441 meter werd een olieveld aangeboord en op 3 maart 1938 stroomde de eerste olie uit bron Dammam nummer 7.[4] De olie werd via een pijplijn naar een terminal bij Ras Tanura gepompt en in april 1939 werd de eerste tanker, SOCAL’s MS D.G. Scofield, met olie geladen.[5]

SOCAL was een kleine maatschappij en had in 1936 de helft van de concessie verkocht aan Texas Oil Company. SOCAL had olie aangeboord in Bahrein, maar miste afzetkanalen hiervoor. De Texas Oil Company had wel distributie-activiteiten in Azië, maar had weer een tekort aan ruwe olie. De twee partijen vulden elkaar goed aan en richtten samen ook Caltex op. In 1944 veranderde de naam van de joint-venture in Arabian-American Oil Company (Aramco). Na de Tweede Wereldoorlog werd de druk op SOCAL groter om de productie uit te breiden. SOCAL kon de grote noodzakelijk investeringen niet dragen en zocht naar Amerikaanse partners met geld en afzetmarkten. Op 12 maart 1947 werden Standard Oil of New Jersey en Socony Vacuum nieuwe partners in de joint venture. Na de transactie hadden drie partners elk een belang van 30% en Socony Vacuum een aandeel van 10%. Op 30 december 1950 kwam Aramco voor 50% in handen van Saoedi-Arabië.[6] In 1980 werden Aramco volledig genationaliseerd.

In 1984 werd Gulf Oil gekocht voor 13 miljard dollar en de combinatie ging verder als Chevron. Het werd de op twee na grootste oliemaatschappij van de Verenigde Staten, na Exxon en Mobil, met een totale omzet van 57 miljard dollar in 1983.[7]

Op 9 oktober 2001 gingen Chevron en Texaco samen na een overnamebod van 44 miljard dollar.[8] De nieuwe naam werd "the ChevronTexaco Corporation". De twee hadden sinds 1934 al een gezamenlijk dochterbedrijf, Caltex, dat de raffinage en verkoop buiten de Verenigde Staten coördineerde.[8] In 2005 werd het bedrijf weer Chevron Corp. genoemd, maar de naam ChevronTexaco wordt nog steeds veel gebruikt.

Op 10 augustus 2005 nam Chevron ook Unocal over. Unocal werd in 1890 opgericht als Union Oil Company of California.[9] Chevron betaalde US$ 18 miljard voor de onderneming inclusief US$ 1,6 miljard aan schulden.[9] Vlak voor de overname was Chevron met een omzet van US$ 143 miljard en een brutowinst van zo'n US$ 17 miljard het op vier na grootste oliebedrijf ter wereld. Unocal was met een jaaromzet van US$ 8 miljard en een operationele winst van US$ 1,7 miljard een relatief kleine speler, maar met aanzienlijke olie- en gasreserves in Azië.[9]

In september 2006 werd bekendgemaakt dat Chevron samen met de Noorse oliemaatschappij Statoil en het Amerikaanse Devon Oil een veld had gevonden in de Golf van Mexico dat naar schatting tussen de 3 en 15 miljard vaten olie zou bevatten.[10] De precieze volumes en de hoeveelheid olie die daadwerkelijk geproduceerd kan worden, zijn echter allerminst zeker. Het veld ligt op zo'n 280 kilometer uit de kust en ruim 9000 meter diep.[10]

Kaart van Marcellus gasgebied

In 2011 ronde Chevron de koop af van Atlas Energy. Chevron betaalde US$ 3,2 miljard voor deze Amerikaanse schaliegas producent actief in het Marcellus gebied tussen West Virginia en het noorden van New York.[11] Door de snel gestegen productie van schaliegas staan de gasprijzen en koersen van de onafhankelijke gasbedrijven onder druk.[11] Chevron neemt nu Atlas Energy over omdat de gasprijzen laag zijn en de kans groot is dat ze in de toekomst weer gaan stijgen.[11]

Nederlandse Activiteiten[bewerken]

In de Nederlandse Noordzee is Chevron actief met de winning van olie, die via een pijpleiding bij Velsen aangeland wordt en in Amsterdam verder wordt verwerkt.

In Nederland was in de jaren zestig van de 20e eeuw het benzinemerk bekend onder de naam Caltex. Dit werd in 1967, na de ontvlechting van het Caltex-bedrijf, gewijzigd in Chevron.