Brandhoek Military Cemetery

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Brandhoek Military Cemetery
Toegang met naamsteen
Toegang met naamsteen
Bouwjaar 1915
Locatie Vlamertinge, Vlag van België België
Totaal aantal slachtoffers 671
Ongeïdentificeerde slachtoffers 5
Type Militaire begraafplaats
Verantwoordelijke Commonwealth War Graves Commission
Ontwerper Reginald Blomfield

Brandhoek New Military Cemetery is een Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog, gelegen in het Belgische dorp Vlamertinge. De begraafplaats ligt twee kilometer ten westen van het dorpscentrum van Vlamertinge in het gehucht Brandhoek, dat langs de weg van Ieper naar Poperinge (N38) ligt. De begraafplaats werd ontworpen door Reginald Blomfield. het terrien heeft een bijna rechthoekig grondplan met een oppervlakte van zo'n 3.000 m² en wordt omgeven door een haag. De toegang bestaat uit een witstenen poortgebouw met koepelvormig dak. De Stone of Remembrance staat aan de noordoostelijke zijde van het terrein, het Cross of Sacrifice in de zuidoostelijke hoek. De begraafplaats wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission.

Er worden 671 doden herdacht, waaronder 5 niet geïdentificeerde.

Geschiedenis[bewerken]

Tijdens de oorlog reikte het vijandelijk artillerievuur van de Ieperboog tot aan het dorp Vlamertinge. Het gehucht Brandhoek lag net buiten het bereik en lag relatief veilig, vandaar dat hier medische posten en legerplaatsen werden opgericht. In mei 1915 werd naast zo'n medische post deze begraafplaats gestart die in gebruik bleef tot juli 1917. Voor de Derde Slag om Ieper richtte men hier nog meer medische posten in en startte men ook een nieuwe begraafplaats, Brandhoek New Military Cemetery, en vanaf augustus 1917 ook Brandhoek New Military Cemetery No.3.

Op de begraafplaats rusten 602 Britten, 63 Canadezen, 4 Australiërs en 2 Duitsers.

Toen in de jaren 1980 bij de aanleg van de N38 (Noorderring), de noordelijke hoek van de begraafplaats moest verdwijnen werden enkele graven verplaatst en verhuisde men het Cross of Sacrifice van de noordoostelijke naar zuidoostelijke hoek.

De begraafplaats werd in 2009 beschermd als monument[1].

Onderscheidingen[bewerken]

  • Frederick James Heyworth, brigade-generaal bij de General Staff werd onderscheiden met de Distinguished Service Order (DSO). Hij was ook lid van de Order of the Bath (CB).
  • James Clark, luitenant-kolonel bij de Argyll and Sutherland Highlanders was eveneens lid van de Order of the Bath (CB).
  • Thomas Barrie Erskine, kapitein bij de Argyll and Sutherland Highlanders, Benjamin George Gunner, kapitein bij de Northumberland Fusiliers en Philip Henry Burt Fitch, luitenant bij de Royal Field Artillery werden onderscheiden met het Military Cross (MC).
  • de sergeanten George Edward Brain, Arthur Llewellyn Elson en Robert Cockburn Murchison, de korporaals Cyril George Rickett, Patrick John Griffin en John Stevenson en kanonnier William Jones ontvingen de Military Medal (MM).
  • korporaal Ernest Bartlett ontving de Distinguished Conduct Medal (DCM)).

Externe links[bewerken]