Brent-spar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Brent Spar)
Ga naar: navigatie, zoeken
De bovenbouw in aanbouw bij IHC Gusto

De Brent Spar was een olieopslagboei voor shuttletankers, die werd gebruikt in het Brentveld.

De boei werd in 1975 gebouwd door Wilton-Fijenoord, terwijl de bovenbouw in 1976 door IHC Gusto werd gemaakt. De bijna 100 meter lange boei werd daarna horizontaal naar de Erfjord gesleept door de Zwarte Zee en daar overeind geballast. Daarna werd de bovenbouw er op geplaatst door de Blue Whale.

In 1991 werd het platform overbodig door de Brent-pijpleiding. In 1999 werd de spar in de Yrkefjord ontmanteld door de Thialf.

Buiten gebruik[bewerken]

In juni 1995 werd de Brent Spar buiten gebruik gesteld door de eigenaars Shell en ESSO. Shell claimde, na eigen onderzoek, dat afzinken in de diepzee de beste optie was en dat afbreken op het land gevaarlijker zou zijn, schadelijker voor het (land-)milieu en ook veel meer zou kosten.

Door Greenpeace werd gesteld dat de installatie nog tonnen kwik, cadmium, koper, arseen en 5000 ton olie bevatte die vissen en zeebewoners zouden aantasten.[1] Later onderzoek door het Noorse onderzoeksbureau Det Norske Veritas toonde aan dat Greenpeace zich een factor 1000 had vergist.[1] Greenpeace gaf de fout toe, maar bleef bij het standpunt dat afzinken zou leiden tot ernstige milieuschade.[1] Aanvankelijk weigerde Shell, zich beroepend op een zelf uitgevoerd onderzoek, waaruit bleek dat afzinken juist minder milieubelastend zou zijn.

Greenpeace riep wereldwijd op tot een boycot van Shell-tankstations. Deze boycot leidde uiteindelijk tot het besluit om de Brent Spar niet af te zinken, maar om deze af te breken en delen van de stalen romp opnieuw te gebruiken bij de constructie van een nieuwe kade in Mekjarvik bij Stavanger in Noorwegen. De opdracht voor de ontmanteling ging naar Wood-GMC. Deze huurde Heerema in voor het hijswerk waarbij de Thialf werd ingezet. In november 1998 hees deze de bovenbouw van de spar en daarna begon het proces om de spar in secties te snijden. De secties werden daarna met een portaalkraan op het ponton H 851 geplaatst, met uitzondering van de bodemsectie die kon blijven drijven. Op de H 851 werden de secties gereinigd en daarna naar Mekjarvik gebracht, waar de Thialf in juli 1999 de secties plaatste. Deze werden daarna gevuld met zand en vormden zo de fundatie van de kade die hier gebouwd werd.

Toch bleef Shell volharden in haar mening dat afzinken de beste optie zou zijn geweest, zowel uit oogpunt van veiligheid als milieuvriendelijkheid. Het opruimen van de Brent Spar heeft direct 41,5 miljoen pond gekost, dat was tweemaal meer dan voorzien. Inclusief de kosten van het onderzoeken van de alternatieven om de Brent Spar op te ruimen, inclusief laten zinken op de zeebodem, kwamen de kosten voor de oliemaatschappijen uit op 60 miljoen pond.

Nasleep[bewerken]

Shell leed tijdens de campagne van Greenpeace ernstige imago-schade. Ook het imago van Greenpeace zelf kreeg een knauw toen achteraf bleek dat de Brent Spar weliswaar een aanzienlijke hoeveelheid gevaarlijke stoffen bevatte, maar dat inzake het resterende aantal ton aardolie een grote rekenfout was gemaakt.

Shell refereerde naderhand regelmatig aan de Brent Spar-affaire als een belangrijke aanleiding voor de ontwikkeling van beleid op het terrein van maatschappelijk verantwoord ondernemen en de publicatie van het eerste duurzaamheidsverslag.

In Europa was het dumpen van afval vanaf schepen en vliegtuigen aan banden gelegd door de Oslo-conventie van 1972, die later is vervangen door het OSPAR-verdrag. De Brent Spar-affaire zorgde voor een aanscherping van dit verdrag in 1998, zodat alle platforms in de Noordzee moeten worden ontmanteld, hoewel dit verdrag minder streng is dan het Verdrag van Helsinki dat geldt voor de Oostzee. Een poging in 1996 om via het Verdrag van Londen het dumpen wereldwijd te verbieden mislukte.

Naslagwerk[bewerken]