Heerema Groep

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Heerema Group
Hoofdkantoor Heerema Marine Contractors Nederland in Leiden
Hoofdkantoor Heerema Marine Contractors Nederland in Leiden
Oprichter(s) Pieter Schelte Heerema
Sleutelfiguren Pieter Heerema
Hoofdkantoor Den Haag, Genève, Leiden, Luxemburg
Werknemers 2100
Sector Offshore
Industrie Olie-industrie
Omzet 2,8 miljard (2015)[1]
Winst € 300 miljoen (2015)[1]
Website Heerema Group
Portaal  Portaalicoon   Economie

Heerema is een bedrijf gespecialiseerd in het ontwerpen, bouwen, installeren en vervoeren van offshore-faciliteiten voor de olie- en gasindustrie.

Activiteiten[bewerken]

De Heerema groep bestaat uit twee onafhankelijke, maar elkaar aanvullende divisies:

  • Heerema Marine Contractors: installatie van offshore platforms wereldwijd.
  • Heerema Fabrication Group: bouwer van offshore-installaties en heeft werven in Zwijndrecht en Vlissingen, Engeland en Polen.

Tezamen hebben deze twee divisies wereldwijd zo'n 2000 medewerkers in dienst. Marine Contractors is ongeveer driemaal groter dan Fabrication met de omzet als maatstaf.

Kantoren[bewerken]

De Heerema Groep heeft meerdere kantoren in onder andere Leiden, Genève en Luxemburg, waarin de algemene gecentraliseerde zaken worden geregeld voor het hele bedrijf. De divisies beschikken verder over verschillende productie- en kantoorlocaties over de gehele wereld.

Geschiedenis[bewerken]

In 1948 richtte de Nederlandse ingenieur Pieter Schelte Heerema het bedrijf op. Hij deed dit nabij Maracaibo in Venezuela, nadat hij door zijn niet onbesproken verleden in de Tweede Wereldoorlog - Pieter Schelte Heerema was lid van de Waffen-SS - uit Nederland gevlucht was. Heerema was op dat moment gespecialiseerd in het bouwen en installeren van boorplatformen voor de olieindustrie. Tot 1960 werden er vele boorplatformen, kades, betonnen pieren en bruggen gebouwd door Heerema in en rondom het Meer van Maracaibo.

Na 1960 ging Heerema zich richten op de olie- en gasindustrie in de Noordzee. Dit was een grote uitdaging voor het bedrijf, aangezien het op de Noordzee regelmatig zwaar weer is. Door efficiënte en stabiele kraanschepen te gebruiken kon Heerema grotere offshore-units in één keer plaatsen, waardoor er minder units nodig waren en de platformen sneller in productie waren. In 1963 liet Heerema een Noorse tanker, de Sunnaas, ombouwen tot het eerste kraanschip - met een capaciteit van 300 ton - in de offshore dat een echte scheepsvorm had, waarna het werd omgedoopt tot de Global Adventurer. Dit type kraanschip was beter geschikt voor de weersomstandigheden op de Noordzee dan de bakken die tot dan in de Golf van Mexico werden gebruikt.

In 1978 lanceerde Heerema de eerste half afzinkbare kraanschepen, de eerste twee kraanschepen waren de Balder en de Hermod. Door deze schepen kon het werk ook bij slechter weer gewoon plaatsvinden.

De Thialf in Noors fjord met Fulmar SALM (Single Anchor Leg Mooring) boei.

In de tachtiger jaren daalden de olieprijzen sterk en wachtten de bedrijven met het investeren in olieplatformen: Heerema zou hierdoor inkomsten mislopen. Dit probleem werd opgelost door het uitbreiden van het dienstenaanbod van het bedrijf. Heerema besloot zich ook te richten op de daadwerkelijke bouw van offshore-units. Speciaal hiervoor nam men een fabricagewerf in Vlissingen over en in 1990 het Nederlandse staalconstructiebedrijf Grootint. In 1990 werd tevens de Heerema Fabrication Group-divisie opgericht om het volledige productieproces in onder te brengen.

1997 was een belangrijk jaar voor Heerema: de in 1988 opgerichte joint venture Heeremac werd opgeheven en Heerema kwam in het bezit van het half-afzinkbare kraanschip DB-102 - het grootste kraanschip ter wereld - van joint venture-partner McDermott, dat werd omgedoopt naar Thialf. Hiermee had Heerema nu drie van de vijf op de wereld bestaande half-afzinkbare kraanschepen in bezit.

In juli 2008 ontving Heerema zijn grootste opdracht tot dan toe, ter waarde van US$ 1 miljard van BP.[2] Dit project, Block 31, betrof het volledige traject van ontwerp tot installatie van pijpleidingsprojecten voor de kust van Angola.

Aegir

In 2013 kwam de Aegir in de vaart. In tegenstelling tot de andere kraanschepen is dit niet halfafzinkbaar, maar een monohull. Het is een diepwaterconstructieschip en kan worden gebruikt als kraanschip en pijpenlegger. Aan boord is er een hoofdkraan die een gewicht van 4000 ton kan heffen met een radius van 40 meter. Pijpen worden gelegd met behulp van de J-lay-toren of het reelsysteem en het schip is ontworpen om te werken tot een diepte van 3500 meter.

In april 2014 verkreeg Heerema met alliantiepartner Technip van Total zijn grootste opdracht ooit, Kaombo met een waarde van $3,5 miljard. Het betrof opnieuw een project voor de kust van Angola, nu in concessieblok 32.

Eind 2015 werd begonnen met de bouw van een nieuw kraanschip bij Jurong Shipyard in Singapore. De Sleipnir is opnieuw een halfafzinkbaar kraanschip en krijgt twee kranen van elk 10.000 ton. Het schip zal sneller varen dan oudere SSCV’s waardoor het in kortere tijd van werkgebied kan wisselen. Het kraanschip zal een investering vergen van meer dan een miljard euro.[3] Het kraanschip wordt 220 meter lang en 102 meter breed en wordt eind 2018 opgeleverd.[4]

In november 2016 maakte Heerema Fabrication Group bekend dat ruim de helft van de 770 arbeidsplaatsen gaat verdwijnen.[5] In Nederland verdwijnen 350 van de ruim 500 banen en in het buitenland nog eens honderd functies waarbij gedwongen ontslagen onvermijdelijk zijn.[5] Alle vier werven blijven open omdat elke productielocatie zijn eigen specialismen heeft.[5] Door de lage olieprijs krijgt het bedrijf minder opdrachten en Heerema verwacht niet dat de vraag naar installaties voor de olie- en gasindustrie in de komende vijf jaar gaat aantrekken.[5]

Publicatie[bewerken]

  • Boudewijn Pothoven & Matthijs Dicke: Een eigen koers. 50 jaar Heerema Marine Contractors. Rotterdam, De Tijdgeest, 2012. ISBN 9789081974837

Externe link[bewerken]