Bus (elektronica)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een aantal schakelingen aan een bus

Een bus in de elektronica is een gemeenschappelijk transportmedium voor elektronische signalen.

Dit medium heeft als doel het aantal verbindingen tussen diverse schakelingen te verminderen. In beginsel is een bus uitbreidbaar met extra soortgelijke schakelingen. Veel bussen voldoen aan een standaard.

In de computertechniek vormt de bus een standaardmethode om verschillende onderdelen met elkaar te verbinden. Dit kan binnenin een geïntegreerde schakeling, op een printplaat, tussen printplaten of tussen systemen zijn.

Werking[bewerken]

Een eenvoudig voorbeeld van een bus is het elektriciteitsnet. Alle huizen zijn parallel op het net aangesloten. Nu is dit wel een heel gebrekkig voorbeeld, want er wordt langs het elektriciteitsnet vrijwel geen informatie uitgewisseld en iedereen ontvangt tegelijkertijd en ononderbroken elektriciteit. Het elektriciteitsnet kan overigens wel als bus gebruikt worden voor elektronische signalen. Het telefoonnet is geen bus, want elk huis heeft een eigen verbinding met de telefooncentrale.

Als een aangesloten apparaat via een bus met een ander apparaat wil communiceren, dan kan dat alleen als de bus vrij is. Het apparaat zet vervolgens het adres van het andere apparaat op de bus, zodat duidelijk is voor welk apparaat het bericht bestemd is.

Een microprocessor communiceert met het geheugen via de bus. Deze bus bestaat uit een adresbus, een databus en een besturingsbus. Bij een klassieke microprocessor (bijvoorbeeld de 8080) heeft de adresbus zestien lijnen en de databus acht.

De processor zet het adres van een geheugenelement op de adresbus en geeft vervolgens via de besturingsbus aan dat de bus actief is en dat er gegevens uit het geheugen gelezen moeten worden. Alle aangesloten geheugenelementen lezen de bus uit, maar alleen het geheugenelement dat zijn eigen adres herkent zal reageren. Dit geheugenelement zet de gewenste gegevens op de databus, waarna ze door de microprocessor worden ingelezen.

Wil de processor gegevens in het geheugen schrijven, dan zet hij het adres op de adresbus en de gegevens op de databus. Daarna geeft hij via de besturingsbus aan dat er gegevens geschreven moeten worden. Het geheugenelement dat zijn eigen adres op de adresbus herkent, zal daarop reageren door de gegevens van de databus op te slaan.

Typen[bewerken]

Computer buses.svg

Bussen kunnen op diverse manieren worden ingedeeld:

Standaardbussen[bewerken]

Er bestaan vele standaardbussen voor allerlei doeleinden. Voorbeelden zijn: