Cacaoboon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vruchten aan de cacaoboom
Verse cacaobonen in hun peul
Cacaobonen met en zonder zaadmantel

De cacaoboon is de smaakbepalende grondstof van chocolade. De vrucht groeit direct aan de stam. De boon is het zaad in de vrucht van de cacaoboom.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Bewijs voor het tot op heden vroegst bekende gebruik van cacao, 5.300 jaar geleden, werd gevonden in Santa Ana (La Florida) in zuidoost Ecuador.[1] Meer dan 4.000 jaar geleden werd chocolademelk gedronken door mensen uit de precolumbiaanse culturen op het Yucatán schiereiland, zoals de Maya's, en de Olmeken bij spirituele ceremonieën. De cacaobonen werden eerst geroosterd, tot een dikke massa vermalen en aangelengd met water. Voor de smaak werd honing en suiker toegevoegd.

De Spaanse conquistador Hernán Cortés bracht aan het begin van de zestiende eeuw de eerste cacaobonen mee naar Spanje nadat hij Mexico veroverd had op de Azteken. In de achttiende eeuw smokkelden Curaçaose handelaren cacao vanuit Venezuela via Curaçao naar de Nederlandse Republiek.[2]

In 1825 ontdekte de Nederlander Coenraad Johannes van Houten de basis voor de bereiding van cacaopoeder, cacaoboter en chocolade. Hij bedacht hoe cacaoboter uit de bonen geperst kon worden. Ook ontdekte Van Houten het alkaliseren: een methode om de aanwezige zuren in de cacao te neutraliseren. Dit kwam de smaak ten goede. Rond het jaar 1900 waren de door Portugal gekoloniseerde eilanden São Tomé en Príncipe in de Golf van Guinea de grootste cacaoproducent ter wereld.[bron?]

Herkomst en verwerking[bewerken | brontekst bewerken]

Cacaobonen worden verbouwd in veel landen rond de evenaar, onder andere in Congo, Ghana, Ivoorkust, Honduras en Indonesië. Er zijn meer dan 30 variëteiten, elk met een eigen smaak. Na de oogst ondergaan de bonen een natuurlijk gistingsproces, fermentatie. Hierdoor ontwikkelen de bonen belangrijke smaak- en kleurcomponenten. Na fermentatie worden de bonen gedroogd en verder verwerkt. Nadat ze zijn gebroken en gezeefd, blijven er 'nibs' (stukken cacaoboon) over. De nibs worden vervolgens geroosterd (gebrand). Hierdoor ontwikkelt de smaak zich nog verder. Na het roosteren worden de nibs gemalen, daardoor ontstaat een pasteuze donkerbruine stof, de cacaomassa. De cacaomassa wordt onder hoge druk uitgeperst, waardoor cacaopoeder en -boter ontstaan. Smaak en kleur worden bepaald door de soort gebruikte cacaobonen en de temperatuur waarop ze geroosterd zijn. Ook de zuurgraad van de cacaomassa is van invloed. De zuurgraad kan tijdens het bereidingsproces aangepast worden.

Zie de categorie Cocoa van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.