Coenraad Johannes van Houten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Coenraad Johannes van Houten

Coenraad Johannes van Houten (15 maart 1801, Amsterdam - 27 mei 1887, Weesp ) was een Nederlandse scheikundige en chocolademaker die bekend staat om de bewerking van cacaomassa met alkalische zouten om de bittere smaak te verwijderen en de cacaobestanddelen beter wateroplosbaar te maken; het resulterende product wordt tot op heden "Dutch process cocoa" genoemd. Coenraad wordt ook genoemd als degene die een methode introduceerde om het vet (cacaoboter) uit geroosterde cacaobonen te persen, hoewel dit in feite een uitvinding van zijn vader was.[1]

Vader en zoon van Houten[bewerken]

Coenraad van Houten was de zoon van Casparus van Houten (1770-1858) en Arnoldina Koster. In 1835 huwde Coenraad van Houten met Hermina van Houten (geen familie) uit Groningen. Casparus Johannes van Houten (1844 – 1901), begiftigd met een marketingtalent, was een zoon van hen. Coenraads vader opende in 1815 een cacaofabriek in Amsterdam, met een molen die door arbeiders werd aangedreven. In die tijd werden cacaobonen vermalen tot een fijne massa, die met melk kon worden gemengd om een chocoladedrank te maken of die in koekjes kon worden verwerkt.

Cacaopers[bewerken]

In 1828 octrooieerde Casparus van Houten Sr. (en niet zijn zoon, die meestal genoemd wordt)[1] een goedkope methode om het vet uit geroosterde cacaobonen te persen. De kern van de boon bevat gemiddeld 54 procent cacaoboter. Van Houten's machine - een hydraulische pers - reduceerde het cacaobotergehalte met bijna de helft. Het resultaat was een "cake" die verpulverd kon worden tot cacaopoeder, de basis voor chocoladeproducten.

De introductie van cacaopoeder vereenvoudigde niet alleen het maken van chocoladedranken, maar maakte het ook mogelijk om het poeder te combineren met suiker en het vervolgens opnieuw te mengen met cacaoboter om een vaste stof te creëren die al sterk leek op de huidige chocolade.

In 1838 verliep het patent, waardoor anderen konden voortbouwen op het succes van Van Houten. In 1847 produceerde de Engelse chocolatier JS Fry & Sons de misschien wel eerste chocoladereep. Latere ontwikkelingen waren in Zwitserland, waar Daniel Peter in 1875 melkchocolade introduceerde en Lindt maakte chocolade beter mengbaar door in 1879 het proces van concheren uit te vinden.

"Dutch process" cacao[bewerken]

Dutch process cacao (links), naturel cacao (rechts)

Coenraad Van Houten introduceerde een verbetering door het poeder te bewerken met alkalische zouten (kalium of natriumcarbonaat) waardoor het poeder gemakkelijker met water kon mengen. Tegenwoordig staat dit proces bekend als "Dutching" . Het eindproduct, "Dutch chocolate", heeft een donkere kleur en een milde smaak.[2]

Latere carrière[bewerken]

In 1850 verhuisde Coenraad zijn productie van een molen in Leiden naar een fabriek in Weesp. Tegen die tijd exporteerde hij chocolade naar Engeland, Frankrijk en Duitsland. In 1866 reisde John Cadbury naar Weesp om een Van Houtenpers te kopen, maar gebruikte deze pas in 1875 in zijn productie.

Het bedrijf Van Houten werd in 1962 aan WR Grace verkocht en de fabrieken in Weesp werden in 1971 gesloten. De merknaam Van Houten, die nog steeds in gebruik is, is sindsdien meerdere keren verkocht, in 1990 van de Duitse chocolademakerij Jacobs Suchard aan Philip Morris. Het was vervolgens eigendom van het chocolateriebedrijf Stollwerck en sinds 2002 van Barry Callebaut.[3]

De erfenis van Dutch process-cacao[bewerken]

Dutch process-cacao wordt algemeen erkend als superieur aan cacao die niet op deze manier is geproduceerd.[4] De combinatie van de uitvindingen door vader en zoon van Houten leidde tot de negentiende-eeuwse massaproductie en consumptie van chocolade.[5]

Wetenswaardigheden[bewerken]

Externe links[bewerken]