Christelijk-Sociale Partij (Nederland)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Christelijk-Sociale Partij (CSP), opgericht in 1912, was een protestants-christelijke, anti-Roomse partij met socialistische trekjes. De partij richtte zich tegen de samenwerking van ARP en CHU met de RKSP. Daarnaast was zij voorstander van bedrijfsmedebezit en winstdeling voor arbeiders.

Beginselen[bewerken]

De CSP baseerde zich op de Bijbel. Zij benadrukte het protestants-christelijke karakter van Nederland en wilde de Nederlandse Hervormde Kerk financieel bevoordelen boven andere kerkgenootschappen. De bezitsverhoudingen dienden te worden gewijzigd, maar revolutie en klassenstrijd werden door haar afgewezen. Economisch belangrijke bedrijven moesten staatseigendom worden.

Vraagteken Er wordt getwijfeld aan de feitelijke juistheid van het volgende gedeelte

Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie, en pas na controle desgewenst het artikel aan.
Opgegeven reden: zie overleg

Andere opvallende programmapunten waren: alleen herinvoering van de doodstraf indien de rechters deze zelf ten uitvoer brengen, regeling van vervangende dienstplicht voor gewetensbezwaarden en maatregelen tegen bodem-, water- en luchtverontreiniging.

Voorman[bewerken]

De voorman van de CSP, en tussen 1918 en 1922 de enige vertegenwoordiger in de Tweede Kamer, was A.R. van de Laar.

Electoraat[bewerken]

In 1917 deden kandidaten van de CSP in enkele kiesdistricten zonder succes mee aan de verkiezingen. In 1918 veroverde de partij met ruim 8000 stemmen (0,6%) 1 zetel. Die zetel ging in 1922 weer verloren. De partij wijzigde haar naam later in Protestantse Volkspartij (PVP). Die partij nam in 1925 zonder succes deel aan de verkiezingen. In 1926 ging de CSP op in de CDU.