Bond van Christen-Socialisten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bond van Christen-Socialisten
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Personen
Partijvoorzitter Jan Janze (1907-1912)

Willy Kruyt (1912-1921)

Partijleider Enka (1907-1912)

Bart de Ligt (1912-1919)

Mandaten
Zetels Tweede Kamer
1 / 150
Geschiedenis
Opgericht 13 juli 1907
Opheffing 2 april 1921
Opgegaan in Christelijk-Democratische Unie
Afsplitsing(en) Bond van Religieuze Anarcho-Communisten (1920)

Christelijke Volkspartij (1920)

Algemene gegevens
Actief in Nederland
Krant Opwaarts
Aantal leden 250 (1910)

400 (1919)
300 (1920)

Richting Links
Ideologie Christelijk-marxisme
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

De Bond van Christen-Socialisten (BCS) was een Nederlandse politieke partij met christelijk-marxistische beginselen, opgericht in 1907. De BCS wees het kapitalisme af, was tegenstander van particulier bezit en aanvaardde het principe van de klassenstrijd. Sinds 1914 was Willy Kruyt voorzitter van de partij.

Beginselen[bewerken | brontekst bewerken]

De partij streefde naar sociale zekerheid, gelijke rechten voor vrouwen, kosteloos onderwijs, opheffing van accijnzen en invoering van een minimumloon. Op bestuurlijk vlak wilden de christen-socialisten de Eerste Kamer afschaffen en de republiek invoeren. Het pacifisme van de partij kwam tot uiting in de eis van algehele ontwapening en erkenning van het recht op dienstweigering. Nederlands-Indië zou onafhankelijk moeten worden.

Voormannen[bewerken | brontekst bewerken]

De bekendste voormannen van de BCS waren Willy Kruyt en Bart de Ligt. De eerste, een predikant en journalist, was Tweede Kamerlid. Bart de Ligt was eveneens predikant (in Nuenen) en een bekend voorvechter van dienstweigering. In 1919 trad het BCS-Kamerlid Kruyt toe tot de communistische fractie, waarmee de BCS haar vertegenwoordiging in het parlement kwijt was.

Electoraat[bewerken | brontekst bewerken]

De BCS haalde in 1918 ruim 80.000 stemmen (0,6%). Omdat in 1918 het districtenstelsel was afgeschaft kon de partij nu rekenen op één zetel in de Tweede Kamer. In 1919 stapte het enige kamerlid van de BCS over naar de Communistische Partij (Zie boven). Een ander deel van de Bond stapte over naar de SDAP, en een derde groep ging verder als Christelijke Volkspartij. Deze ging in 1926 op in de CDU.