Citruswolluis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Citruswolluis
Planococcus citri from CSIRO.jpg
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse:Insecta (Insecten)
Orde:Hemiptera
Familie:Pseudococcidae (Wolluizen)
Geslacht:Planococcus
Soort
Planococcus citri
(Risso, 1813)
Afbeeldingen Citruswolluis op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Citruswolluis op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

De citruswolluis (Planococcus citri) is een insect uit de familie van de wolluizen (Pseudococcidae).

Kenmerken[bewerken]

De vrouwtjes zijn ongevleugeld en kunnen 5 mm lang worden. De mannetjes worden niet grote dan 1 mm en zijn gevleugeld. Ze hebben geen monddelen en kunnen dus geen voedsel opnemen.

Voortplanting[bewerken]

De mannetjes hebben een kort leven en in die periode gaan ze op zoek naar bewegende vrouwtjes om die te bevruchten. Sommige wolluissoorten kunnen zich ook ongeslachtelijk voortplanten (parthenogenese). Bij de citruswolluis komt alleen geslachtelijke voortplanting voor. De populatie bestaat voor 50% uit mannetjes en 50% uit vrouwtjes. Doordat de mannetjes zeer kort leven worden ze niet in grote aantallen waargenomen. Tot aan de eileg kan deze wolluis zich voortbewegen. Aan het achterlijf heeft het vrouwtje wasachtige staafjes, die als broedkamer dienen voor de eitjes. Na de eileg blijft het vrouwtje in een wasachtig omhulsel op de plant zitten.

De ontwikkeling van ei tot volwassen wolluis is bij 22°C 46 dagen en bij 26°C 32 dagen. Na de paring worden 100 tot 600 eieren afgezet in een periode van ongeveer 1 tot 2 weken.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

De citruswolluis komt wereldwijd voor en heeft zeer veel waardplanten.

Schade aan planten[bewerken]

Dit insect vormt een bedreiging voor de teelt van koffie, sojabonen en guave. Ze hechten zich vast aan de wortels en stengels van de plant. Het insect veroorzaakt ook schade in fruitbomen en veel siergewassen, maar ook in komkommer, meloen en aubergine. Ze zitten vaak op de groeipunten en in de oksels van de planten. Roofwantsen, gaasvliegen en sluipwespen zijn hun natuurlijke vijanden.