Codex Calixtinus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Codex Calixtinus, folium 4r. Afbeelding van Jakobus de Meerdere

De Codex Calixtinus is een twaalfde-eeuws handschrift dat bewaard wordt in de Kathedraal van Santiago de Compostela in Galicië, Spanje. Het handschrift bevat tientallen afzonderlijke teksten, verschillend van herkomst en ouderdom. Deze compilatie van teksten staat ook wel bekend als het Liber Sancti Iacobi, het boek van de heilige Jacobus. In de Codex Calixtinus zijn rond het jaar 1140 al deze teksten voor de eerste maal samengebracht.

Het Liber Sancti Iacobi was bedoeld om de pelgrimage naar de graftombe van de heilige apostel Jacobus de Meerdere in Santiago te stimuleren. De teksten bezingen de eer en glorie van Jacobus en bevatten informatie en adviezen voor de middeleeuwse pelgrims op weg naar Santiago.

Ontstaan en gebruik[bewerken]

De samensteller van de Codex en ook auteur van een aantal teksten is vermoedelijk Aymeric Picaud. Over hem is niet veel bekend. Waarschijnlijk was hij een Franse monnik uit de Poitou, het graafschap Poitiers. Hij werkte onder pseudoniem van paus Calixtus II. Door deze paus als auteur ten tonele te voeren, verkreeg het boek meer status en gezag. Calixtus II (ca 1060-1124) was aartsbisschop van Vienne en paus van 1119 tot aan zijn dood. Deze Calixtus - zijn eigenlijke naam was Gui of Guido van Bourgondië - was een groot stimulator van de pelgrimage naar Santiago. Zijn broer Raymond was een schoonzoon van koning Alfons VI van León (vóór 1040-1109), waartoe ook Santiago behoorde. Toen Raymond in 1107 stierf, werd Guido voogd van zijn minderjarige zoontje, de latere koning Alfons VII van León en Castilië (1105-1157). Het was de tijd waarin de stad zich onder de bezielende leiding van aartsbisschop Diego Gelmirez (ca 1068-1140) op de kaart zette met de bouw van de kathedraal. Het was ook de tijd dat het pelgrimeren in Europa een ongekende populariteit genoot. Daarnaast is het ontstaan van de Codex niet los te zien van de opkomst van Jacobus als beschermheilige van het christelijke noorden van Spanje in de strijd tegen de Islam in het zuiden, de Reconquista.

De Codex Calixtinus telt 225 dubbelzijdig beschreven perkamenten bladen (folia) van elk 295 × 214 mm. Enkele uitzonderingen daargelaten telt elke bladzijde vierendertig regels tekst. Er zijn minstens vier schrijvers werkzaam geweest. Het handschrift is geïllumineerd. Om de tekst te structureren zijn de beginletters (initialen) van hoofdstukken of alinea’s vaak versierd. In de meeste gevallen door ze te kleuren, soms zijn ze rijker versierd met plantenmotieven, dierlijke vormen of abstracte patronen. De weinige initialen met een verhalende voorstelling tonen paus Calixtus, Sint Jacobus, Karel de Grote en aartsbisschop Turpinus van Reims. In 1966 werd de Codex gerestaureerd door de Bibliotheca Nacional in Madrid. Overmaatse pagina’s zijn bij die gelegenheid ingekort. Ook is boek IV, de Historia Caroli Magni et Rotholandi ook genoemd de Historia Turpini, weer ingevoegd. Dit deel was in 1609 uit de Codex losgemaakt.

In de middeleeuwen zijn kopieën van de Codex Calixtinus vervaardigd. De oudste bekende kopie is de Ripoll Codex, vernoemd naar het klooster van Santa Maria de Ripoll in Catalonië. Deze kopie is 1173 vervaardigd door de monnik Arnaldo de Monte en bevindt zich nu in Barcelona. De Codex Calixtinus moet dus vóór 1173 zijn ontstaan. Het meest recent gedateerde wonder in boek II van de Codex Calixtinus dateert uit 1135. Daarom wordt aangenomen dat het handschrift tussen 1135 en 1173 is voltooid, het meest waarschijnlijk in de jaren 1140. Later in de 12e eeuw zijn er nog twee aanhangsels toegevoegd.

Kanunniken van de kathedraal van Santiago hebben onafgebroken tot in de 16e eeuw aantekeningen gemaakt in de marges van de Codex Calixtinus. Tot die tijd was het handschrift dus in gebruik. Vervolgens leidde de Codex enkele eeuwen een verborgen bestaan in de archieven van de kathedraal tot de herontdekking in 1886 door de Jezuïet Padre Fidel Fita.

Inhoud[1][bewerken]

Het Liber Sancti Iacobi telt vijf thematische boeken (libri), voorafgegaan door een inleidende brief van paus Calixtus II en gevolgd door twee aanhangsels. Het eerste boek is liturgisch van karakter, het tweede en derde behoren tot het genre van de hagiografie (heiligenlevens), het vierde is historisch en het vijfde boek – tegenwoordig het meest bekende - is een pelgrimsgids.

Liber Titel Folia
Brief van paus Calixtus II 1-2v
I Anthologia liturgica/Liturgische bloemlezing 2v-139
II De miraculi sancti Jacobi/Over de wonderen van de heilige Jacobus 139v-155v
III Liber de translatione corporis sancti Jacobi ad Compostellam/Boek over de overbrenging van het lichaam van de heilige Jacobus naar Compostela 156-162v
IV Historia Caroli Magni et Rotholandi/De geschiedenis van Karel de Grote en Roelant 163-191
V Iter pro peregrinis ad Compostellam/Gids voor de pelgrims naar Compostela 192-213v
Appendix I 214 -219v
Appendix II 221 - 225
Brief van paus Calixtus II[bewerken]
Codex Calixtinus, folium 1r. Openingsbrief van (pseudo) Calixtus II

Het Liber Sancti Iacobi begint met een brief van de auteur, die zich voordoet als paus Calixtus II, aan de kloostergemeenschap in Cluny en aan Diego Gelmirez, aartsbisschop van Compostela. Hij vertelt daarin hoe hij tijdens zijn veertien jaar durende pelgrimstocht kennis maakte met de goede daden van Jacobus. Hij beschrijft ook hoe het manuscript vele gevaren overleefde, van brand tot overstromingen. De brief kan gelezen worden als een introductie op de vijf afzonderlijke boeken waaruit de Codex is opgebouwd.

Boek I. Liturgische bloemlezing (Anthologia liturgica)[bewerken]

Dit eerste boek beslaat bijna twee derde van de Codex Calixtinus, maar is tegelijkertijd het minst bekend. Het bevat preken, missen, gezangen en andere liturgische teksten voor de eredienst van Jacobus plus twee beschrijvingen van zijn martelaarschap. Boek I geeft de kathedrale clerus houvast bij de luisterrijke eredienst voor de apostel Jacobus doorheen het kerkelijk jaar.

De preek Veneranda Dies (Eerbiedwaardige Dag) is de langste tekst in boek I en lijkt onderdeel te zijn geweest van de Jacobusviering op 30 december. De auteur gedenkt het leven, de dood en de overbrenging van de stoffelijke resten van Sint Jacob naar Santiago. Niet onvermeld blijven de zegeningen en weldaden van Jacobus voor de pelgrims op de route naar zijn graftombe, voor Spanje en voor Galicië. Tevens geeft de preek de pelgrims naar Santiago richtlijnen voor het juiste sociale gedrag (bijvoorbeeld: vermijdt ruzie en dronkenschap) en waarschuwingen voor de uiteenlopende gevaren die pelgrims onderweg bedreigen. Ook passeren meer spirituele aspecten van het pelgrimeren de revue.

Boek II. Over de wonderen van de heilige Jacob (De miraculis sancti Jacobi)[bewerken]

Het hagiografische boek II verhaalt over tweeëntwintig wonderen die Sint Jacob zowel tijdens zijn leven als na zijn dood in heel Europa heeft bewerkstelligd. Verspreid over het eerste, derde en vijfde boek en het tweede aanhangsel telt de Codex Calixtinus nog twintig wonderen van de apostel. De nogal heterogene verzameling wonderen getuigt van goddelijke ingrepen in de natuurlijke orde op voorspraak van de heilige Jacobus. Jacobus begunstigt door zijn wonderen mannen, vrouwen en kinderen uit verschillende sociale groepen. Hij is een machtige helper en bemiddelaar die vanuit de bovennatuur wonderen kan verrichten als teken van Gods almacht.

Boek III. Boek over de overbrenging van het lichaam van de heilige Jacob naar Compostela (Liber de translatione corporis sancti Jacobi ad Compostellam)[bewerken]

Slechts zes folia telt dit verhaal over de evangelisatie van Spanje door de apostel Jacobus en de wonderbaarlijke overbrenging van al zijn stoffelijke resten van Jeruzalem naar zijn tombe in Galicië. Daarnaast gaat dit boek over de drie jaarlijkse feestdagen voor Sint Jacob en de luister waarmee deze in Compostela gevierd worden. Een interessant detail is de vermelding van de gewoonte van pelgrims om als aandenken aan hun tocht een schelp van de grote mantel mee te nemen van de Galicische kust. De mantelschelp is een vast attribuut van Sint Jacob én van zijn pelgrims geworden.

Boek IV. De geschiedenis van Karel de Grote en Roelant (Historia Caroli Magni et Rotholandi)[bewerken]
Codex Calixtinus, folium 162v. Karel de Grote, Roelant en ridders op weg naar Compostela

Dit fictieve historische verhaal wordt toegeschreven aan aartsbisschop Turpijn van Reims (onbekend-794 of 800) en wordt daarom ook wel aangeduid als de pseudo-Turpijn of de Historia Turpini. Nu wordt het toegeschreven aan een anonieme auteur uit de twaalfde eeuw, waarschijnlijk van Franse herkomst.

Jacobus verscheen – zo wordt verteld – in een droom aan Karel de Grote (742-814) en onthulde hem de plaats van zijn graftombe in Galicië. Voorts spoorde de heilig hem aan de Moren te gaan bestrijden, de Islamitische heersers over vrijwel het gehele Iberische schiereiland. In deze droom wees Jacobus aan Karel de Grote een pad over de sterren, de Melkweg, van de Noordzee tot aan Galicië en het einde van de wereld: Finis Terrae (Fisterra). Karel de Grote trok daarop naar Spanje en voerde met bovennatuurlijke hulp van Jacobus strijd met de Moren. Op de terugtocht viel zijn vazal Roelant in de slag bij Roncesvalles in een hinderlaag en sneuvelde in gevecht met de ongelovigen.

Jacobus wordt in de Historia ten tonele gevoerd als Santiago Matamoros, de Morendoder (matar = doden). In de fictieve slag bij Clavijo (844) tussen koning Ramiro I van Asturië (790-850) en de emir van Córdoba Abd al-Rahman II (792-852) zou Jacobus de christelijke troepen op een wit paard te hulp zijn gesneld. In latere verhalen wordt Ramiro verwisseld met Karel de Grote. Santiago Matamoros wordt min of meer de patroonheilige van de Spaanse Reconquista, het verdrijven van de Islamitische heersers in het zuiden door de christelijke koningen uit het noorden. Het verhaal staat tegelijkertijd in de traditie van de ridderroman en kende in de middeleeuwen een zeer brede verspreiding in de vorm van het Roelantslied en de Karelromans.

Boek V. Wegwijzer voor de pelgrims naar Compostela (Iter pro peregrinis ad Compostellam)[bewerken]

Het laatste boek presenteert een keur aan praktisch adviezen, waarschuwingen en aanbevelingen voor pelgrims op hun tocht naar Santiago. De auteur beschrijft een viertal routes in het huidige Frankrijk naar de Pyreneeën en vandaar naar Santiago. De Via Turonensis (vanaf Tours), de Via Lemoviensis (vanaf Vezelay), de Via Podiensis (vanaf Le Puy-en-Velay) en de Via Tolosana (vanaf Toulouse)komen samen tot één weg in Spanje (de huidige Camino Francés). De uiteindelijke bestemming Santiago de Compostela en Jacobus' kathedraal worden eveneens gedetailleerd beschreven.

Pelgrims krijgen informatie over plaatsen waar ze moeten stoppen om heiligdommen te bezoeken en relieken te vereren, en worden daarbij en passant gewaarschuwd voor andere kerken die ten onrechte beweren relieken (overblijfselen) van Sint Jacobus te bezitten. Ze krijgen advies over transportmiddelen en verbindingen, over plaatsen waar ze op hun hoede moeten zijn voor slecht eten en drinken en andere vormen van commerciële oplichting. Dit alles in het perspectief van de spirituele dimensie van de peregrinatio ad limina Sancti Iacobi, de pelgrimage naar het graf van de heilige Jacobus.

Gezien de kostbare uitvoering van de Codex Calixtinus, het gebruik van het Latijn als voertaal en het geringe aantal overgeleverde manuscripten was de gids duidelijk niet bedoeld om als reisgids in de pelgrimsbuidel onderweg mee te nemen. De Iter pro peregrinis diende vooral om de pelgrimage naar Santiago te bevorderen.

De gids voor pelgrims is in de 19e en 20e eeuw verreweg het meest bekende onderdeel van het Liber Sancti Iacobi geworden. Niet alleen omdat deze reisgids ‘avant la lettre’ ons een waardevolle inkijk biedt in het leven van de 12e-eeuwse pelgrim. Het concept van de vier routes is bij de herleving van de pelgrimage naar Santiago in de 20e en 21e eeuw bijzonder populair geworden. Gidsen, pelgrimsverhalen en wetenschappelijke studies grijpen er vaak op terug. Het is echter tegelijkertijd onderwerp van wetenschappelijk debat of ze in de middeleeuwen exact in deze vorm gefunctioneerd hebben. [2]

Aanhangsel I[bewerken]

Bevat 22 kerkelijke gezangen die kort na de totstandkoming van de eigenlijke Codex zijn toegevoegd.

Aanhangsel II[bewerken]

Ook deze bijlage is later in de 12e eeuw aan het manuscript toegevoegd en bevat hymnen, enkele wonderverhalen en een (vervalste) oorkonde van paus Innocentius II (onbekend-1143).

Gezangen[3][bewerken]

In boek I en in de beide aanhangsels staan gezangen, veelal voorzien van muzikale annotatie. Daaronder vroege voorbeelden van meerstemmig (polyfonie) kerkelijk gezang. De hymne Dum Pater Familias, ook wel bekend als de Himno de los peregrinos de Santiago of de Canta de Ultreia, bevat de bekende tekst E ultreia, e suseia, Deus aia nos, Voorwaarts en verder, moge God ons helpen. [4]

Tekstuitgaven en vertalingen[bewerken]

Zoals van vele andere beroemde en kwetsbare middeleeuwse handschriften is ook van de Codex Calixtinus een integrale facsimile, een replica, vervaardigd op ware grootte en in ware kleuren. Hierdoor is de studie van het handschrift veel gemakkelijker geworden. Het Nederlands Genootschap van Sint Jacob te Utrecht beschikt sinds het voorjaar van 2018 over een exemplaar. Scans staan online in de mediatheek van het Genootschap [5].

In 1944 verscheen voor het eerst een uitgave van alle Latijnse teksten uit het Liber Sancti Jacobi. Whitehill, W.M. (ed.), Liber Sancti Jacobi. Codex Calixtinus. I, Texto Transcription (Santiago de Compostela 1944). Een recentere uitgave is Klaus Herbers, Manuel Santos Noya, Liber Sancti Jacobi. Codex Calixtinus (Santiago 1998).

Van de boeken II tot en met V zijn Nederlandse vertalingen voorhanden. H. Van Campenhout, De verhalende delen van het Boek van Sint-Jakob. De wonderen van Sint-Jakob. De Translatio. De Kroniek van Turpijn (Dendermonde 2015). Mireille Madou, Santiago. De apostel en zijn mirakelen, De wonderdaden van Sint-Jakob zoals verhaald in de Codex Calixtinus (Zwolle 2014) betreft een navertelling van de wonderen uit boek II en de wonderen die verspreid voorkomen in de andere delen. De Nederlandse vertaling van boek V is te vinden in J. van Herwaarden, O, roemrijke Jacobus, bescherm uw volk (Amstelveen 1983) en ook in zijn boek Op weg naar Jacobus (Hilversum 1992).

Van boek V is ook online een Engelse vertaling beschikbaar.[6]

Vertalingen van het gehele Liber Sancti Iacobi, dus inclusief het omvangrijke boek I en de beide aanhangsels, zijn er in het Frans, Bernard Ciquel, La Légende de Compostelle. Le livre de saint Jacques (Paris 2003), in het Italiaans, Vincenza Maria Berardi, Paolo Caucci von Saucken, Il Codice callistino. Prima edizione italiana integrale del Liber Sancti Jacobi – Codex calixtinus (sec. XII) (Perugia 2008) en in het Spaans, Adelberdo Moralejo, Casimiro Torres, Julio Feo (eds.), Liber Sancti Jacobi, Codex Calixtinus (1e editie 1951, Nueva edición actualizada por María José García Blanco, Santiago 2014).

Literatuur[bewerken]

Zie naast de hierboven genoemde titels de literatuurverwijzingen bij de anderstalige artikelen over de Codex Calixtinus op Wikipedia. [7]