Conformisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Anomietheorie Geïnstitutionaliseerde
middelen
Nieuwe
middelen
Acceptatie
Afwijzing
Culturele
doelen
Acceptatie
Conformisme
Innovatie
Afwijzing
Ritualisme
Terugtrekking
Nieuwe
doelen
Rebellie

Conformisme is het aanpassen van zichzelf aan het gedrag en de opvattingen die heersen in een bepaalde groep met als doel geaccepteerd te worden binnen deze groep.

Sociologie[bewerken]

Binnen de groep heerst er conformiteitsdwang. Dit is de dwang tot aanpassing aan de opvattingen en gedragingen die binnen de groep heersen. Past iemand zich niet aan, loopt deze persoon het risico buiten de groep te worden gezet.

Mensen zijn sociale wezens en willen daarom graag bij een groep horen en relaties aan gaan met andere mensen, bijvoorbeeld een vriendenkring. Daarom beschikken zij over een conformiteitsdrang, de neiging om zich aan te passen.

De neiging tot conformisme kan zowel voorkomen in kleine groepen, zoals een vriendenkring, alsook in grotere gemeenschappen, zoals een maatschappij.

De Amerikaanse psycholoog Solomon Asch heeft hier onderzoek naar gedaan, bekend als de overeenstemmingsexperimenten van Asch.

Biologie[bewerken]

Colin G. DeYoung, Jordan Peterson en Daniel M. Higgins kwamen met een biologisch model voor persoonlijkheidstrekken α en β, twee clusters van de vijf factoren van de big five. De eerste hangt samen met serotonerge en de tweede met dopaminerge functies, die ze stability en plasticity noemden. Stabiliteit zou conformisme bevorderen, terwijl plasticiteit dit juist verminderd. Dit zou betekenen dat de meest grondige conformisten relatief stabiel zijn, maar ook star en minder in staat om zich aan te passen aan veranderingen.[1]

Zie ook[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. DeYoung, C.G.; Peterson, J.B.; Higgins, D.M. (2002): 'Higher-order factors of the Big Five predict conformity: Are there neuroses of health?' in Personality and Individual Differences, Volume 33, p. 533-552

Externe link[bewerken]