Cornelis Johannes Heij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Cornelis Johannes (Kees) Heij (Rotterdam, 19 februari 1940) is een Nederlandse bioloog, lerarenopleider en ornitholoog.

Opleiding[bewerken]

Hij volgde een opleiding voor onderwijzer en daarna (in 1970) haalde hij de akte van bekwaamheid tot het geven van Middelbaar Onderwijs in de plant- en dierkunde aan de Rijks Universiteit te Utrecht. In 1972 deed hij met succes het doctoraal biologie aan deze universiteit en in 1985 promoveerde hij aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij werkte lange tijd als docent aan verschillende PA's te Rotterdam en van 1972 tot 1975 aan het Colegio Arubano (middelbare school op Aruba).

Studie aan huismussen[bewerken]

Zijn proefschrift[1] uit 1985 was een studie over de ecologie van de huismus in verschillende type leefgebieden. In de jaren 1980 werd in Nederland betrekkelijk weinig onderzoek gedaan aan deze toen nog algemene vogel. Ook later heeft hij nog een aantal publicaties over huismussen geschreven vaak samen met Kees Moeliker over de achteruitgang en mogelijke oorzaken daarvan.[2] In 2004 werd de huismus op de rode lijst geplaatst.

In Indonesië[bewerken]

Hij werkte tussen 1988-1992 als universitair docent op Ambon, Indonesië aan de Universitas Pattimura. In 1992 moest hij Indonesië verlaten door een conflict tussen minister Pronk en president Soeharto waardoor de Nederlandse ontwikkelingshulp aan Indonesië ophield.

Tussen 1990 en 1994 maakte hij (samen met lokale gidsen en met Kees Moeliker) studie van de uitgestorven gewaande boanomonarch (Monarcha boanensis) op het eilandje Boano (tussen Buru en Ceram).[3]

In de periode 1994-1996 keerde hij regelmatig terug naar Indonesië om studie te maken van het broedgedrag van het Moluks boshoen (Eulipoa wallacei) op het eilandje Haruku bij Ambon.[4]

Sinds 1996 keert hij regelmatig terug naar de Molukken en de naastliggende eilanden van West-Papoea. Hij organiseert expedities, soms met Kees Moeliker en lokale gidsen en en verzamelde materiaal voor het Natuurhistorisch Museum Rotterdam. In 1999 werd er een dierluis, de veerluis (Oxylipeurus heiji) door Heij verzameld en als nieuw voor de wetenschap beschreven door de Duitse bioloog Von Eberhard Mey.

In 2001 ontdekte Heij op het eiland Waigeo (West-Papoea) de kop van een door een jager bemachtigde Bruijns boskalkoen (Aepypodius bruijnii). Dit hoen werd meer dan 60 jaar lang als uitgestorven beschouwd. De ontdekking van een vitale populatie van dit hoen werd een jaar later echter door anderen geclaimd.[5][6]

Heij schreef een biografie over Antonie Augustus Bruijn, een Nederlandse natuuronderzoeker en handelaar in naturalia uit de 19de eeuw in Indonesië.[7]

Oeuvre[bewerken]

Kees Heij is collectie-adviseur aan het Natuurhistorisch Museum te Rotterdam. Hij heeft ongeveer 250 publicaties op zijn naam staan, meestal over vogels en populairwetenschappelijk van aard.