Cyruscilinder

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vooraanzicht van de Cyruscilinder
Achteraanzicht van de Cyruscilinder

De Cyruscilinder (Perzisch: منشور کوروش) is een antieke kleicilinder, in verschillende fragmenten uiteen gebroken, waarop in Akkadisch spijkerschrift een declaratie is geschreven uit naam van de Perzische koning Cyrus II de Grote. Hij dateert uit de zesde eeuw v.Chr. en werd gemaakt als funderingsdepot na de Perzische verovering van Babylon in 539 v.Chr., toen Cyrus het Nieuw-Babylonische Rijk bij zijn eigen rijk inlijfde en zijn nomadenbestaan opgaf. Het object werd in 1879 door Hormuzd Rassam gevonden in Babylon in Mesopotamië, het huidige Irak. Deze opgraving werd gesponsord door het British Museum, waar de cilinder zich sinds 1880 bevindt.

Het voorwerp werd gecomponeerd om de start te markeren van het herbouwen van de Babylonische stadsmuur. Het was gebruikelijk dat heersers bij grote bouwcampagnes inscripties achterlieten over hun beweegredenen voor de werken, waarbij ze ook andere daden uit hun leven niet onvermeld lieten. Deze propaganda richtte zich niet tot de onderdanen, maar tot de architecten en vorsten die later het bouwwerk zouden restaureren.

De tekst op de cilinder prijst Cyrus en beschrijft zijn afkomst en plaats in een lijn van koningen. De laatste Babylonische koning Nabonidus, die was verslagen door Cyrus, wordt neergezet als een tiran en zijn lage afkomst wordt gecontrasteerd met de koninklijke afkomst van Cyrus. Van Cyrus wordt gezegd dat hij is uitverkoren door de Babylonische god Marduk om de orde en vrede in Babylonië te herstellen. Volgens de tekst werd Cyrus verwelkomd door de bevolking van Babylon als hun nieuwe heerser, en dat hij de stad in vrede betrad. De tekst roept Marduk op om Cyrus en zijn zoon Cambyses II te helpen en te beschermen. Cyrus wordt geprezen als een koning die het leven van de bewoners van Babylon verbeterde en de goden en hun vereerders liet terugkeren naar hun tempels en heiligdommen in de steden van Mesopotamië. De tekst sluit af met de vermelding dat Cyrus de stadsmuur van Babylon liet herstellen en dat hij daarbij een vergelijkbare inscriptie van een eerdere koning vond.

De Cyruscilinder is door joodse en christelijke apologeten vaak gezien als bewijs voor het boek Ezra, waarin verhaald wordt over het einde van de Babylonische ballingschap, omdat in de tekst op de cilinder melding wordt gemaakt van het herstel van tempels en de terugkeer van gedeporteerden. Deze interpretatie is omstreden omdat de cilinder alleen Mesopotamische heiligdommen vermeldt. De joden, Juda of Jeruzalem worden niet genoemd.

De cilinder is ook wel het oudste symbool van universele rechten van de mens genoemd. Dit was onderdeel van een campagne onder de Iraanse Sjah Mohammad Reza al-Pahlavi, die het 2500-jarige bestaan van de Iraanse monarchie liet vieren met Cyrus als stichter. Hij liet in Teheran een monument bouwen om de Cyruscilinder tijdelijk tentoon te stellen (na de revolutie van 1979 omgedoopt tot Vrijheidstoren) en liet een replica van dit "eerste mensenrechtencharter" overhandigen aan VN-secretaris-generaal Oe Thant (1971). Naast anachronistisch is deze interpretatie ook in strijd met de cilindertekst. Cyrus liet de horigheid niet afschaffen, hij stelde enkel een einde aan de nieuwe herendiensten die zijn voorganger Nabonidus had ingevoerd. Ook de religieuze tolerantie van Cyrus werd fel overdreven, in een poging om de scheiding van moskee en staat te legitimeren. Er kwamen vervalste vertalingen in omloop, zelfs aangehaald door Nobelprijswinnares Shirin Ebadi in haar dankwoord. In werkelijkheid is de cilindertekst een traditionele en vrij stereotiepe declaratie van een koning die aan het begin van zijn regering staat. Neil MacGregor, de directeur van het British Museum, noemde de cilinder "the first attempt we know about running a society, a state with different nationalities and faiths—a new kind of statecraft." In 2010 was de cilinder opnieuw in Iran voor een tentoonstelling.

Externe links[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • J. Harmatta, "Les modèles littéraires de l’édit babylonien de Cyrus", in: Acta Iranica, 1974, nr. 1, p. 29-44
  • A. Kuhrt, "The Cyrus Cilinder and Achaemenid Imperial Policy", in: Journal for the Study of the Old Testament, 1983, nr. 25, p. 83-97
  • R.J. van der Spek, Cyrus the Great, Exiles, and Foreign God. A Comparison of Assyrian and Persian Policies on Subject Nations, in: M. Kozuh e.a. (red.), Extraction and Control. Studies in Honor of Matthew P. Stolper, 2014, p. 233-266
  • H.P. Schaudig, Die Inschriften Nabonids von Babylon und Kyros’ des Großen, Münster, 2001