De bocht van de Herengracht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De bocht van de Herengracht
Gerrit Adriaensz. Berckheyde De bocht van de Herengracht (1671-1672).jpg
Museum Rijksmuseum Amsterdam
Locatie Amsterdam
Kunstenaar Gerrit Adriaensz. Berckheyde
Jaar 1671-1672
Type Olieverf op paneel
Afmetingen 42,5 × 57,9 cm
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

De bocht van de Herengracht is een schilderij van de Noord-Nederlandse schilder Gerrit Adriaensz. Berckheyde in het Rijksmuseum Amsterdam.

Voorstelling[bewerken]

Het stelt de Herengracht in Amsterdam voor tussen de Leidsestraat en de Vijzelstraat. Vanwege de knik die deze gracht hier maakt en de grote concentratie van chique, vaak dubbele, koopmanswoningen of herenhuizen wordt dit gedeelte van de Herengracht van oudsher de Gouden Bocht genoemd. De Gouden Bocht ontstond na 1663, voor overgrote deel tussen 1667 en 1672, tijdens de Vierde Uitleg van Amsterdam. Omdat de percelen hier relatief diep waren, vestigde zich hier de elite van Amsterdam. Op het schilderij van Berckheyde is goed te zien hoe de straatwanden nog onvoltooid zijn. Links en rechts zijn zes onbebouwde kavels te zien: Herengracht 452, 454, 460, 464, 503 en 505.[1] Ook bomen ontbreken, die wel op de tekeningen zijn te zien. Men houdt er rekening mee dat Berckheyde deze bomen opzettelijk heeft weggelaten.[2] Hij schilderde wel de lantaarnpalen die in 1669 door Jan van der Heyden waren ontworpen.

Serie[bewerken]

Gerrit Adriaensz. Berckheyde. De bocht van de Herengracht te Amsterdam. 1685.
Gerrit Adriaensz. Berckheyde. De bocht van de Herengracht bij de Nieuwe Spiegelstraat te Amsterdam. 1672.

Berckheyde heeft de Gouden Bocht twee keer getekend[3] en vier keer geschilderd. Drie exemplaren van deze serie zijn in het bezit van het Rijksmuseum, de vierde bevindt zich in de Collectie Six.[4] Afgaande op het aantal onbebouwde kavels is De bocht van de Herengracht de oudste. Van de vier versies zijn er twee gedateerd 1672 en 1685. Op het exemplaar uit 1685 zijn de straatwanden geheel volgebouwd, alhoewel Herengracht 464 pas in 1689 tot stand is gekomen. Op het schilderij uit 1672 zijn een aantal kavels onbebouwd, en drie heipalen te zien. Men gaat ervan uit dat het schilderij De bocht van de Herengracht niet langer dan een jaar daarvoor tot stand moet zijn gekomen.

Herkomst[bewerken]

Het werk is mogelijk in het bezit geweest van de Engelse effectenhandelaar en kunstverzamelaar Sir William Cuthbert Quilter, 1st Bt. (1841-1911), die zijn fortuin besteedde aan kunst en zijn landgoed Bawdsey Manor in Suffolk. Vanaf omstreeks 1966 was het in het bezit van zijn nakomeling, John Quilter, die afwisselend in Londen en Ramsholt, eveneens in Suffolk, woonde. Daarna kwam het in handen van kunsthandel Gooden & Fox in Londen, die het verkocht aan een onbekende verzamelaar in het Verenigd Koninkrijk. De erfgename(n) van deze verzamelaar lieten het op 10 juli 2002 in Londen veilen bij veilinghuis Sotheby's. Koper was de Nederlandse belegger Louis Reijtenbagh waardoor het een deel werd van de Kunstverzameling Reijtenbagh. Reijtenbach bood het werk in oktober 2008 te koop aan, aan het Rijksmuseum Amsterdam. Het Rijksmuseum wist het in oktober van dat jaar dankzij een donatie van Royal Dutch Shell aan het Nationaal Fonds Kunstbezit en de Bankgiro Loterij toe te voegen aan zijn collectie schilderijen.

Claim[bewerken]

De aankoop van het Rijksmuseum werd begin april 2009 aangevochten door de Amerikaanse bank JP Morgan Chase aan wie het schilderij in onderpand zou zijn gegeven. Op dat moment hing het doek op een tentoonstelling in de National Gallery of Art in Washington. Uit stukken van de rechtbank in New York is gebleken dat Reijtenbagh tientallen schilderijen van onder andere Picasso, Modigliani, Monet en Rembrandt in onderpand had gegeven in ruil voor een lening van $50 miljoen. Reijtenbagh zou op dat moment een betalingsachterstand hebben van $24 miljoen.[5]