De mars der dwaasheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De mars der dwaasheid (oorspronkelijke Engelse titel: The March of Folly) is een boek van historica Barbara Tuchman over "dwaasheid" van bestuurders, gedefinieerd als politiek die tegen het eigenbelang van heersers en hun onderdanen ingaat. Het boek heeft als ondertitel Bestuurlijk onvermogen van Troje tot Vietnam.

Om in dit boek als dwaasheid te kunnen worden bestempeld dient de gevoerde politiek aan drie criteria te voldoen: zij moet destijds al als averechts zijn onderkend en niet hoofdzakelijk achteraf. (...) Ten tweede moet er een geschikte alternatieve gedragslijn voorhanden zijn geweest. Om het probleem los van de aard van een enkele persoon te kunnen beschouwen dienen we vervolgens als derde criterium vast te stellen dat de politiek in kwestie die van een groep moet zijn geweest en niet die van een individuele heerser, en dat zij bovendien langer dan een politieke levensduur moet hebben voortgeduurd.

Tuchman geeft in De mars der dwaasheid een groot aantal voorbeelden van dergelijke dwaasheid: