Rechabeam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rechabeam
Koninkrijk Israël en koninkrijk Juda rond 830 v.Chr.
Koninkrijk Israël en koninkrijk Juda rond 830 v.Chr.
Koning van Juda
Periode 922-915 v.Chr. (of 931-913 v.Chr.)
Voorganger Salomo
Opvolger Abia
Vader Salomo
Moeder Naäma
Dynastie Huis van David
Bron: 1 Koningen 14
2 Kronieken 10-11

Rechabeam (Hebreeuws: רְחַבְעָם, "hij vergroot mensen") was volgens de traditie in de Hebreeuwse Bijbel zoon en opvolger van koning Salomo als koning van het koninkrijk Juda.[1] Zijn moeder was Naäma, een Ammonitische, en zijn echtgenote koningin Maächa. Zijn regeerperiode wordt gedateerd op 922 v.Chr. tot 915 v.Chr. of van 931 v.Chr. tot 913 v.Chr..

Rechabeam was 41 toen hij de troon betrad. Bij zijn troonsbestijging splitste het koninkrijk Israël in twee delen uiteen, omdat een groot deel van het volk genoeg had van de zware belastingen die koning Salomo had geheven. Een delegatie uit de bevolking die om belastingverlaging kwam vragen, werd hierin niet tegemoetgekomen. Rechabeam was integendeel van plan om de belasting nog meer te verzwaren. Hierop scheidden zich onder leiding van Jerobeam tien stammen af van het rijk en vormden het koninkrijk Israël. Aanvankelijk werd Rechabeam alleen gesteund door zijn eigen stam Juda, niet veel later sloot ook de stam Benjamin zich bij Juda aan. De twee stammen vormden het nieuwe koninkrijk Juda.

Rechabeam probeerde de tien stammen van Israël door middel van een oorlog terug te winnen, maar werd hierin tegengehouden door de profeet Semaja. Rechabeam versterkte daarop enkele steden in Juda. In zijn vijfde regeringsjaar werd hij aangevallen door de Egyptische koning Sisak (waarschijnlijk de Hebreeuwse naam voor Sjosjenq I). Sisak plunderde enkele steden, waaronder Jeruzalem. Door deze veldtocht werd Juda een vazalstaat van Egypte. In Karnak werden inscripties gevonden waarin de veldtocht tegen Juda werd genoemd. In deze inscripties zijn groepen gevangenen te zien, maar Rechabeam, Jeruzalem of andere steden in centraal Judea worden niet genoemd.

Het is niet duidelijk of de Egyptische actie vanuit het noordelijke koninkrijk Israël werd geïnspireerd, dat hooggeplaatste medestanders in de Egyptische administratie had. Koningin Maächa en Rechabeam bleven dan voort als vazalvorsten van Juda aan de macht tot 915 v.Chr. Onder hun bewind keerde Juda zich af van de verering van JHWH. Rechabeam en zijn echtgenote koningin Maächa vereerden Asherah en lieten gouden kalveren maken, symbool van de oude godinnenreligie.

Rechabeam stierf op 58-jarige leeftijd en werd begraven in de Davidsburcht in Jeruzalem. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Abia.