Dongecentrale

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Dongecentrale
Dongecentrale gezien vanaf vestingwal Geertruidenberg
Dongecentrale gezien vanaf vestingwal Geertruidenberg
Oorspr. functie elektriciteitscentrale
Opening 1919
Eigenaar PNEM, later Essent
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

De Dongecentrale is een voormalige elektriciteitscentrale van de Provinciale Noordbrabantse Electriciteits Maatschappij (PNEM) en later van EPZ, RWE en Essent in de gemeente Geertruidenberg in Noord-Brabant. De Dongecentrale was in 1919 de eerste provinciale elektriciteitscentrale in Noord-Brabant; de centrale had toen een vermogen van 18,5 megawatt. De Dongecentrale is gelegen op een kilometer afstand van zijn vervanger, de Amercentrale.

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog bliezen de Duitsers de turbines van de centrale op. Het ingebrande kruitspoor van het slagkoord dat de detonatie veroorzaakte is nog altijd te zien in de vloer van het gebouw ingebrand. In de jaren 70 werd de Dongecentrale een zogenaamde STEG-centrale (stoom- en gasturbine-eenheid) met een vermogen van 121 megawatt die met een klein team bediend werd en alleen werd ingezet in de piekuren.

In 2012 werd de centrale overgenomen door de provincie Noord-Brabant en de non-profit maatschappij BOEi met de bedoeling een nieuwe bestemming voor het gebouw te vinden.[1]

Zie ook[bewerken]