Dries Riphagen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Bernardus Andreas Riphagen
Riphagen.jpg
Algemeen
Geboortedatum 7 september 1909
Sterfdatum 13 mei 1973
Geboorteplaats Amsterdam
Plaats van overlijden Glion (Vlag van Zwitserland Zwitserland)
Functie
Zijde Vlag van nazi-Duitsland nazi-Duitsland
Organisatie Colonne Henneicke
Sicherheitsdienst
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Bernardus Andreas (Dries) Riphagen (Amsterdam, 7 september 1909Glion (Zwitserland), 13 mei 1973) was in de jaren dertig een invloedrijke Amsterdamse crimineel. Tijdens de Tweede Wereldoorlog collaboreerde hij met de Duitse bezettingsmacht.

Leven[bewerken]

Jeugd en criminaliteit[bewerken]

Dries Riphagen werd als achtste kind geboren in een Amsterdams gezin. Zijn vader werkte voor de marine, zijn moeder overleed toen hij zes jaar oud was. Zijn vader hertrouwde. Hij was alcoholist en verzuimde hierdoor een goede opvoeding. Op de leeftijd van 14 jaar werd Dries Riphagen naar de beruchte Lagere Zeevaartschool Pollux gestuurd, waar hij van 1923 tot 1924 op zee voer als gewone matroos. Vervolgens bleef hij in de Verenigde Staten voor twee jaar, werkzaam voor Standard Oil. In deze periode kwam hij in contact met de lokale criminele circuits en deed hier ervaring op. Zijn bijnaam "Al Capone" is afkomstig van zijn tijd in de VS.[1]

Na zijn terugkeer in Nederland sloot Riphagen zich aan bij de Nationaal-Socialistische Nederlandsche Arbeiderspartij, een extreem anti-semitische minderheidspartij die als doelstelling had Nederland als provincie bij het Duitse rijk te laten horen. Riphagen werd een vooraanstaand figuur in de Amsterdamse onderwereld, een bekende souteneur van het Rembrandtplein, en ontwikkelde een smaak voor juwelen, dure stenen en gokken, terwijl hij handelde in - soms gestolen - auto's.[1]

Duitse bezetting[bewerken]

Tijdens de bezetting werkte hij lucratief samen met verschillende Duitse instanties, in eerste instantie als lid van Colonne Henneicke voor de Sicherheitsdienst en later als een lid van Bureau Joodse Zaken. Het was zijn taak, samen met zijn "collega's" uit de Amsterdamse onderwereld, om de zwarte markt te ontmantelen en om Joods bezit op te sporen. Als een bonus ontvingen de mannen vijf tot tien procent van de geconfisqueerde goederen, maar ze onttrokken ook veel waardevolle zaken aan het oog van de bezetter.[1] Riphagen speelde een belangrijke rol bij het in 1944 deels oprollen van de Persoonsbewijzencentrale waarbij de Duits-Joodse verzetsstrijder Gerhard Badrian werd doodgeschoten. In mei 1945 meldde Riphagen zich bij de autoriteiten en kreeg hij huisarrest.

Na de oorlog[bewerken]

In februari 1946 wist hij uit Nederland te ontsnappen om uiteindelijk in Argentinië te belanden. Daar bouwde hij een vriendschap op met president Juan Perón. Na de Revolución Libertadora, waar Perón werd afgezet, eind jaren vijftig, volgde Riphagen hem naar Europa. Hier reisde hij veel, voornamelijk in Spanje, Duitsland en Zwitserland. Hij had de voorkeur zich te omringen met vermogende vrouwen, die hem onderhielden. Zijn laatste bekende adres is in Madrid. In 1973 overleed de "ergste oorlogsmisdadiger in Amsterdam" door kanker in een Zwitserse kliniek in Montreux.[1]

Riphagen heeft nooit terechtgestaan en is daarom ook nooit veroordeeld voor zijn misdaden. In 1997 onthulden journalisten Bart Middelburg en René ter Steege dat Riphagen uit Nederland wist te ontsnappen door de hulp van het Bureau Nationale Veiligheid, de voorloper van de BVD.[2]

Film[bewerken]

In september 2016 ging Riphagen, een film over zijn leven, in première. De film is gebaseerd op het boek van genoemde twee journalisten en op interviews met zijn zoon Rob Riphagen. De regie was in handen van Pieter Kuijpers en de titelrol werd gespeeld door Jeroen van Koningsbrugge.[3]

Op 1 januari 2017 begon de driedelige serie Riphagen bij de VPRO.

Externe link[bewerken]